AirDrop heeft een beperking: het werkt alleen tussen Apple-apparaten. Android heeft al jaren een eigen variant: Quick Share, een samenvoeging van Samsung Quick Share en Google Nearby Share. In Quick Share komt nu ondersteuning voor AirDrop. Hoe kan dat ineens, na vijftien jaar?
De nieuwste iPhone was de iPhone 4, Nokia was de grootste smartphonemaker ter wereld en Mark Rutte was net premier van Nederland. Toen Apple AirDrop presenteerde, was het 2011 en dat is lang geleden. Het is bedoeld om bestanden draadloos te delen tussen Apple-apparaten. Het begon op macOS en kwam later ook naar onder meer iPhones en iPads. AirDrop is zelfs maar een jaar jonger dan de iPad zelf. Het zat in OS X Lion.
AirDrop maar dan open
AirDrop, en diverse andere functies die bij Apple vallen onder Continuity, maken gebruik van AWDL: Apple Wireless Direct Link. Dat is een gesloten, propriëtaire afgeleide van de Wi‑Fi‑standaard en werkt voor verbindingen tussen diverse Apple-apparaten. Zo maken AirPlay en Universal Clipboard er ook gebruik van. Dat had misschien ook gekund via Wi‑Fi Direct, maar Apple heeft hier dus een eigen technologie voor gemaakt.
Nu vraag je je misschien meteen af: als AirDrop de wifi gebruikt, hoe kun je dan verbonden blijven met internet? AWDL maakt gebruik van een eigen wifichannel en benut de momenten dat de wifiverbinding niet in gebruik is. Daarvoor synchroniseert de software de tijden heel nauwkeurig.
/i/2008088474.webp?f=imagenormal)
Omdat het propriëtair is, kan Quick Share van Google daar standaard geen gebruik van maken. Een paar jaar geleden is AWDL al gereverse-engineerd. Dat gebeurde bij het Secure Mobile Networking Lab van de TU Darmstadt in Duitsland. De onderzoekers presenteerden hun bevindingen onder de naam Open Wireless Link.
Daarbij ben je er nog niet, want dat is alleen de onderlaag. Om bestanden te delen heb je meer nodig en daarvoor moesten de onderzoekers ook AirDrop zelf reverse‑engineeren. Dat gebeurde even later onder de naam OpenDrop en PrivateDrop.
De komst van AirDrop-apps voor Android
Er verschenen enkele toepassingen voor de commandline en zelfs apps die AirDrop mogelijk maken op Android, zoals Warp Share. Dat is handig voor wie dat wil, maar een aparte app is veel minder handig dan een integratie in het besturingssysteem.
Daar komt nog iets bij. AirDrop authenticeert andere gebruikers aan de hand van een verkorte versie van een 2048bit-RSA-hash die apparaten maken aan de hand van telefoonnummers en e-mailadressen die gekoppeld zijn aan een iCloud-account, zoals Apple zelf uitlegt. Die sturen apparaten via bluetooth uit. Als je in elkaars contacten staat, kan de telefoon dus de ontvangen korte hash vergelijken met hashes uit de eigen contactenlijst. Als de apparaten een onderlinge wifiverbinding opzetten, wisselen ze daarna de volledige hashes uit ter controle.
De enige manier om daaromheen te werken is dat de gebruiker het Apple-apparaat instelt op ontvangen voor iedereen gedurende tien minuten. Dan vindt de controle of een apparaat in de contactenlijst staat niet plaats. Omdat een Android-apparaat geen ingelogd iCloud-account heeft, is het niet mogelijk als contact in die lijst te staan.
Toch blijft er een technische hobbel, want een Android-apparaat heeft dan wel een hash nodig die kan overeenkomen met de tijdelijke identiteit van een Apple-apparaat. Op die manier denkt een iPhone, iPad of Mac dat het een bestand ontvangt van een ander Apple-apparaat, terwijl het in feite gaat om een Android-telefoon. Vervolgens kunnen de apparaten informatie uitwisselen via mDNS, waarvan Apple zijn eigen implementatie opensource online heeft gezet, en gebeurt het uitwisselen van bestanden met TLS-encryptie.
Met deze ontwikkelingen was er dus een mogelijkheid om AirDrop op Android te gebruiken, maar de meeste mensen zullen geen app buiten de Play Store om gaan installeren alleen om te kunnen airdroppen. Bovendien zijn die apps beperkt. Ze kunnen alleen bestanden versturen naar macOS-apparaten en die moeten op hetzelfde wifinetwerk zitten.
En dan komt Google
Google heeft voortgebouwd op al dit werk, maar de implementatie verschilt wel sterk. Er zijn diverse verbeteringen vergeleken met het eerdere werk. De beperking om op hetzelfde wifinetwerk te zitten is er niet. Ook iPhones en iPads zijn compatibel met de Google-implementatie. Toch is er nog steeds een beperking: van Android naar Apple versturen werkt wel, maar omgekeerd werkt niet. Bovendien moet een Apple-gebruiker AirDrop nog steeds instellen op 'iedereen gedurende tien minuten'.
Wie om de beperkingen van een concurrent heen werkt, zit al snel met vragen over beveiliging. Hoe veilig is dit? Daarom zette Google een uitgebreide uitleg online over de manier waarop het bedrijf dit heeft gebouwd. De implementatie is gemaakt in Rust en is daardoor volgens Google veilig voor geheugenexploits. Ook heeft Google de implementatie laten testen door beveiligingsonderzoekers.
Voor gebruikers van een Pixel 9 of nieuwer of Samsung Galaxy S26 werkt het eenvoudig. Als een Apple-apparaat is ingesteld op ontvangen van iedereen gedurende tien minuten, verschijnt het in het Quick Share-menu en is het mogelijk het bestand daarheen te sturen. De Apple-gebruiker krijgt de gebruikelijke melding dat iemand een bestand wil sturen en moet dat goedkeuren. Vervolgens zetten beide apparaten een AWDL-verbinding op en stuurt het Android-apparaat met TLS-versleuteling het bestand zonder tussenkomst van een clouddienst, router of ander apparaat.
Vindt Apple dit oké?
Apple beschermt vaak zijn propriëtaire technologie. Er is een lange geschiedenis van andere fabrikanten die willen meeliften op het ecosysteem van Apple. RealNetworks omzeilde de FairPlay-drm om muziek te kunnen verkopen aan iPod-eigenaren. Apple probeerde dat snel onmogelijk te maken.
Een bekend voorbeeld is het kat-en-muisspel tussen Apple en Palm, omdat de Pre-smartphone uit 2009 kon synchroniseren via iTunes. Uiteindelijk maakte Apple dat onmogelijk en beet Palm in het stof.
:strip_exif()/i/1248526646.jpeg?f=imagenormal)
Een ander voorbeeld is iMessage. Een paar jaar geleden maakte Nothing een kletsapp die compatibel was met iMessage, de chatapp die alleen tussen Apple-apparaten werkt. Dat bleef maar kort bestaan vanwege de onveilige implementatie. De onderliggende client Sunbird werkte aan een herstart, maar die kwam er niet. Inmiddels ondersteunen Apple-besturingssystemen Rich Communication Services, of RCS, waardoor zaken als groepsgesprekken en het versturen van foto's en video's niet langer alleen via iMessage kunnen verlopen.

Je zou dus denken dat Apple meteen boos bij Google aan de lijn hing, maar dat is niet heel waarschijnlijk. AirDrop voor Android werkt al maanden probleemloos op Pixel-telefoons en nu ondersteunen de Galaxy S26-telefoons van Samsung het ook. Hoewel Apple er niets over zegt, lijkt het erop dat er mogelijk stilzwijgende toestemming is.
Google hoopt duidelijk op meer. "Dit is slechts de eerste stap in ons streven om de ervaring te verbeteren en uit te breiden naar meer apparaten. We kijken ernaar uit om de samenwerking met partners in de branche voort te zetten om verbinding maken en communiceren via verschillende platformen een veilige en naadloze ervaring te maken voor alle gebruikers."
Als Apple dit al goed vond, bestaat de kans dat beide bedrijven, net als dat gebeurde bij bijvoorbeeld corona-apps en trackers, gaan samenwerken om te zorgen dat dit voor iedereen goed werkt. Want er is nog veel te verbeteren aan de implementatie, zodat het uiteindelijk mogelijk wordt voor iedereen om snel bestanden te delen met veel meer apparaten.
Redactie: Arnoud Wokke • Eindredactie: Monique van den Boomen