De medische gegevens van 1,3 procent van de mensen die in de opvolger van het elektronisch patiëntendossier staan, zijn erin gezet zonder dat die mensen aantoonbaar toestemming hadden gegeven. Dat concludeert het College bescherming persoonsgegevens in een steekproef.
Bij een steekproef onder 149 willekeurige personen uit het Landelijk Schakelpunt, de opvolger van het elektronisch patiëntendossier, kwam het CBP tot de conclusie dat bij twee van de 149 onderzochten niemand kon aantonen dat ze toestemming hadden gegeven om in het LSP te worden opgenomen. Bij zes anderen was wel sprake van toestemming, maar die kregen voordat ze toestemming gaven onvoldoende informatie om een geïnformeerde keuze te maken.
Het CBP heeft de VZVZ, die verantwoordelijk is voor het verwerken van de persoonsgegevens van het LSP, gevraagd om maatregelen te nemen zodat in het vervolg niemand zonder toestemming in de opvolger van het elektronisch patiëntendossier staat. Die maatregelen heeft het VZVZ inmiddels doorgevoerd. Het gaat onder meer om een waarborg dat de software alleen toestaat medische gegevens uit te wisselen als vast staat dat de patiënt toestemming heeft gegeven.
Het LSP is de opvolger van het elektronisch patiëntendossier van de overheid, een initiatief dat niet door de Eerste Kamer kwam. Daarna volgde een doorstart, maar nu moeten patiënten zelf toestemming geven om erin te komen.