Het Kabinet heeft wijzigingen doorgevoerd in een wetsvoorstel voor de meldplicht van datalekken. Bedrijven en organisaties zijn volgens de nieuwe voorstellen alleen verplicht melding te maken van datalekken als deze als 'ernstig' zijn te kwalificeren.
De meldplicht moet zowel voor private als publieke organisaties gaan gelden die persoonsgegevens verwerken. Volgens het oorspronkelijke wetsvoorstel, waarin wijzigingen in zowel de Wet bescherming persoonsgegevens als de Telecommunicatiewet doorgevoerd moeten worden, moesten zij een melding maken bij het CBP bij elke inbreuk 'waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die leidt tot een aanmerkelijke kans op verlies of onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens'. Als de meldplicht niet zou worden nageleefd zou er door het CBP een bestuurlijke boete van maximaal 450.000 euro opgelegd kunnen worden.
In een bijgesteld wetsvoorstel van staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven dat naar de Kamer is gestuurd is de meldplicht afgezwakt. Voortaan zou alleen een 'ernstig datalek dat nadelige gevolgen heeft voor de bescherming van verwerkte persoonsgegevens' bij het CBP gemeld moeten worden. De bijstelling zou gedaan zijn om de administratieve lasten en de 'nalevingskosten' voor bedrijven niet te hoog te laten worden. Eerder gaf minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie soortgelijke signalen af.
Volgens de brief van Teeven blijft ondanks de wijziging het evenwicht met de belangen van de burger, die overigens bij een ernstig lek ook geïnformeerd moet worden, overeind. Als voorbeeld noemt de staatssecretaris de hack op een gemeentelijke website waarop inschrijvingen zijn te vinden voor een gratis jeugdpas: een dergelijke inbraak zou niet als 'ernstig' gezien worden en er zou dus geen meldplicht gelden. Het CBP zou echter kritisch staan tegenover de voorgestelde wetswijzigingen.