Conclusie
Het is jammer dat Panasonic zijn D25-serie niet voorzien heeft van een THX-voorkeuzemodus, zoals de G20 en de VT20. Om dat logo te mogen voeren, moeten de beeldinstellingen standaard de Rec. 709-specificatie al erg goed benaderen. Nu is dat niet helemaal het geval, waardoor het grijs en het wit wat te kil ogen. Gelukkig is dit met een aantal kleine aanpassingen van de geavanceerde instellingen redelijk makkelijk te verhelpen en na kalibratie krijgen we een prima beeld.
De ips-technologie is sinds de komst van de iPad flink onder de aandacht van het winkelend publiek gebracht en dat komt goed uit voor fabrikanten die ips-panelen in hun tv's gebruiken, zoals Panasonic en LG. Er moeten echter geen wonderen van worden verwacht: de kleuren blijven dan wel ook bij een grotere kijkhoek redelijk gelijk, maar de lichtopbrengst is dan wel weer wat minder.
Wel zijn ips-panelen erg geschikt voor gaming. We hebben via de component-video-aansluiting een Xbox 360 op de Viera aangesloten en een Mortal Kombat-game gestart. Hoewel we geen harde inputlag-cijfers kunnen overleggen, hebben we geen noemenswaardige lag kunnen waarnemen. Dit geldt niet alleen voor de Game-stand, waarin bij de meeste hdtv's nogal wat post-processing wordt uitgeschakeld, maar ook voor de True Cinema-modus.
De tv zit kwalitatief gezien goed in elkaar, heeft veel aansluitingen en geeft hd-content zeer mooi weer. Het toestel heeft wat meer moeite om sd-content fraai op te schalen en de absolute zwartwaarde van het ips-paneel had wat lager mogen uitvallen. Het belangrijkste nadeel is dat de Viera TX-37D25 relatief duur is. Zo moet voor de 37"-versie een straatprijs van ongeveer 950 euro betaald worden. De 42"-versie is voor vijf tientjes meer te krijgen, en het 32"-model is met een straatprijs van bijna 900 euro serieus aan de prijs.
Inhoudsopgave
- Eerste Panasonic-lcd-tv met led-backlight
- Prijzen en specificaties
- Nader bekeken
- Binnenwerk
- Kalibratie en energieverbruik
- HQV-tests
- Praktijktest
- Conclusie
- Reacties (45)
Door 