Microsoft gaat organisaties de mogelijkheid aanbieden om Azure in hun eigen datacenter te draaien. Dat heeft Microsoft bekendgemaakt. Gebruikers kunnen daarbij schakelen tussen de eigen Azure-installatie en de Azure-omgeving van Microsoft.
Microsofts Azure-clouddienst bood gebruikers tot nu toe enkel de mogelijkheid om op servers van Microsoft instances te draaien, maar op zijn eigen Ignite-conferentie heeft het bedrijf uit Redmond aangekondigd dat daar verandering in komt. Gebruikers kunnen met behulp van Azure straks ook in hun eigen datacenters gevirtualiseerde instances draaien.
Daarbij kunnen gebruikers er vanuit dezelfde omgeving zowel voor kiezen om instances in hun eigen datacenter te draaien als op servers van Microsoft. Bedrijven zouden er daarom voor kunnen kiezen om lokaal een beperkt aantal instances te laten draaien, en over te schakelen op de Azure-clouddienst op het moment dat de lokale instances de load niet meer aankunnen. De Azure Stack, zoals Microsoft de nieuwe software noemt, is vanaf deze zomer te testen. Het is nog onduidelijk wat licenties gaan kosten.
Daarnaast wordt System Center uitgebreid met wat Microsoft de Operations Management Suite noemt, een module waarmee niet alleen Windows-installaties maar ook instances op Azure en Amazon Web Server kunnen worden beheerd. Ook Linux-installaties en VMware en OpenStack-instances worden ondersteund. Later deze week komt Microsoft met een 'technical preview' van de nieuwe System Center. Daarnaast heeft Microsoft een tweede technical preview van Windows Server 2016 uitgebracht.