The Register heeft een artikel online geplaatst waarin een aantal kanten van de 'Java Open Source'-discussie belicht worden. Zoals bekend beweert Sun dat het vrijgeven van de broncode zal resulteren in verschillende takken van het Java-platform wat zijn marktpositie zal verzwakken. Open-sourcevoorstanders zijn daarentegen van mening dat de ontwikkeling in zijn huidige vorm te traag gaat. Natuurlijk zijn beide meningen te verdedigen, maar het debat maakt vooral duidelijk wat mensen van een technologie verwachten. Moet een technologiebedrijf vooral zijn eigen bestaan rechtvaardigen of moet het een dienst aan anderen aanbieden. Tegenstanders van open-sourcesoftware beweren dat open source een te abstract concept is om zakelijk succesvol te zijn.
Termen als transparantie en vrijheid zijn voor technologiebedrijven immers niet zo aantrekkelijk. Velen vrezen namelijk dat het feit dat de broncode beschikbaar is, een stimulans zal betekenen voor dure consultancybedrijven om 'overbodige' contracten aan te gaan met onwetende bedrijven. De argumenten voor open source openbaren zich vooral wanneer er naar het financiële aspect gekeken wordt. Openbaarheid van broncode kan een sterk veiligheidsvoordeel bieden en verhindert verkopers van software bovendien om te hoge prijzen aan te rekenen voor hun producten.
Het is echter niet zo eenvoudig om deze feiten op Suns positie toe te passen, vooral omdat de naam Java in feite drie grote delen overkoepelt: het framework, de virtual machine en de programmeertaal. Volgens The Register waren er op de recente JavaOne-conferentie heel wat ontwikkelaars die ideeën hadden om de ontwikkeling van Java te versnellen. Geen enkele van hen dacht echter dat het open source maken van Java een positieve invloed zou hebben. Aldus bevindt Sun zich tussen twee relatief extreme vuren. In de open-sourcegemeenschap is het recht op forks of vertakkingen namelijk een basiseigenschap die eigenlijk niet ter discussie staat.
Het laatste dat Sun, Java-ontwikkelaars en bedrijfsleiders echter willen is een jungle aan Java-versies met elk hun eigen eigenschappen, vergelijkbaar met de verschillende Linux-distro's tegenwoordig. Bovendien is het zo dat, als opensource-ontwikkelaars koste wat kost een open omgeving willen, niets hen tegenhoudt om dit zelf te schrijven. Getuige daarvan is project Mono, dat er misschien niet in zal slagen .NET te evenaren, maar op lange termijn misschien wel dezelfde mogelijkheden als Microsofts .NET zal aanbieden.
Een andere partij bevindt zich dan weer in Wall Street. Volgens de financiële experts die daar rondlopen zijn bedrijven als Sun inefficiënt omdat ze de kosten niet terugverdienen uit de door hen ontwikkelde technologie. Zij zouden dan ook liefst zien dat er een apart Java-bedrijf opgericht wordt. Vreemd genoeg is er onder deze analisten echter niemand die voorstelt om Microsoft op te splitsen in een Office- en een Windows-bedrijf. Sun probeert in de mate van het mogelijke de open-sourcecommunity wel tegemoet te komen, onder andere door het vrijgeven van de broncode van Project Looking Glass, zoals we hier al schreven.
Ook op de ontwikkelomgeving Java Studio Creator IDE, voorheen gekend als Project Rave, werd enthousiast gereageerd zodat beide partijen weer even tevreden zijn. Een oplossing die voor iedereen honderd procent bevredigend is zal er waarschijnlijk nooit komen, maar volgens The Register bewandelt Sun een uitstekende middenweg en zal de toekomst moeten uitwijzen welke richting het met Java en de open-sourcewereld op gaat.