In Noord-Nederland en Duitsland is men in het kader van het zogenaamde Lofar-project bezig met het bouwen van een gedistribueerde radiotelescoop met een totale diameter van 350km. Hiervoor worden in totaal zo'n honderd locaties in gebruik genomen waar ongeveer 25000 zeer gevoelige radioantennes worden geplaatst. De opgevangen informatie uit het heelal zal worden samengenomen en verwerkt door één centrale supercomputer, waardoor men de grootste radiotelescoop ter wereld verkrijgt.
Voor het vergaren van de verspreid opgevangen data wordt een infrastructuur ontwikkeld die zijn weerga niet kent. De benodigde capaciteit van het aan te leggen glasvezelnetwerk zal minimaal twintig terabit per seconde bedragen. Niet alleen de wereld van wetenschap en astronomie zal voordeel hebben bij de aanleg van dit netwerk. Om financiele draagkracht te vinden voor het project is al bekendgemaakt dat bedrijventerreinen en openbare instellingen als gemeenten, ziekenhuizen en scholen ook kunnen worden aangesloten om gebruik te maken van deze hoge snelheidslijn. Daarmee zal het project een flinke impuls kunnen geven aan de ontwikkeling van ICT-infrastructuur in minder bevolkte gebieden in Noord-Nederland en Duitsland:
LOFAR is een uniek ICT-project dat is ontstaan uit de ambitie van Nederlandse sterrenkundigen om het prille begin van ons Heelal waar te nemen. Daarvoor is een radiotelescoop nodig die honderd maal gevoeliger is dan de huidige telescopen. LOFAR ontwikkelt deze radiotelescoop als een netwerk van tienduizenden sensoren. Die kleine antennes zijn verdeeld over een gebied met een diameter van 350 kilometer en gekoppeld aan een supercomputer via een uitgestrekt glasvezelnetwerk.
[...] De door de antennes opgevangen signalen worden eerst lokaal bij de stations verwerkt, waarna ze over een glasvezelnetwerk gestuurd worden naar een centrale plek waar de supercomputer de gegevens verder verwerkt. De supercomputer staat via het internet in verbinding met sterrenkundigen, waar ook ter wereld, die de voortgang van hun waarnemingen direct kunnen volgen. En ook de eindproducten zullen via het internet de gebruikers bereiken.
