De Nederlandse staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit is bezig met een 'digitaal noodpakket' zodat Nederlanders ook bij digitale rampen nog kunnen functioneren. Dat moet een aanvulling zijn op het noodpakket voor 72 uur dat de Nederlandse overheid aanraadt.
Staatssecretaris Willemijn Aerdts zegt in een interview met het AD dat ze bezig is met 'de digitale component' van het aangeraden noodpakket. Zij zegt dat de overheid kijkt naar zaken als toegang tot data, snel overstappen naar andere ict-leveranciers en het op orde hebben van een back-upplan. Dit zou dan zijn voor scenario's waarbij de Amerikaanse president Donald Trump grote techbedrijven dwingt om dienstverlening aan bepaalde organisaties of landen te staken.
Volgens Aerdts zijn er 'nog flinke stappen' te zetten om digitale noodsituaties te kunnen doorstaan. "We hebben het veel over noodpakketten. Ik ben wel aan het kijken: wat zou je digitale noodpakket daarin kunnen zijn?" Ze geeft aan daar nog verder over na te denken. "Maar het heeft grotendeels te maken met communicatie. Als er iets gebeurt, raakt het netwerk waarschijnlijk direct overbelast. Heb je dan afgesproken met je ouders, die een eindje verderop wonen, wat je dan doet?"
Analoge uitwijk?
Het 'digitale noodpakket' waar de bewindsvrouw voor pleit, lijkt vooralsnog neer te komen op het toegankelijk of zelfs analoog vastleggen van procedures en informatie. "Heb je de namen van je medicijnen nog thuis op een papiertje staan?", vraagt Aerdts in het interview. "Heb je met je kinderen besproken wat ze moeten doen als hun telefoon niet meer werkt? Heb je nog een fysiek lijstje met telefoonnummers en adressen?" Ze benadrukt het standpunt van het Nederlandse kabinet dat burgers ervoor moeten zorgen dat ze 72 uur zelf kunnen functioneren.