Nederlanders zijn het meest digitaal vaardig in Europa en daarmee behoudt het land de koppositie voor het EU-doel voor digitale basisvaardigheden in 2030, meldt het CBS. Nederland had dat doel eind 2023 al gehaald. Bedrijven hebben het EU-doel in zicht.
Ten minste 84 procent van de Nederlanders beschikt over digitale basisvaardigheden, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Eind 2023 was dit nog 83 procent. De Europese Unie wil dat 80 procent van de burgers in lidstaten tegen 2030 dit basisniveau haalt. Het gaat daarbij om mensen tussen de 16 en 75 jaar oud.
Terwijl Nederland dus al ruim aan de EU-norm voldoet voor burgers, is het met bedrijven nog niet zover. Het CBS meldt dat Nederland bij de digitalisering van het bedrijfsleven een positie in de top drie van de EU heeft. Denemarken en Finland doen het beter. Het EU-doel is volgens het CBS wel in zicht voor Nederlandse bedrijven.
In 2025 bereikte 89 procent van de kleine en middelgrote bedrijven in Nederland het basisniveau van digitale intensiteit, meldt het CBS. Digitale intensiteit is een graadmeter voor het niveau van digitalisering van bedrijven. Het EU-doel voor bedrijven ligt op 90 procent. Bedrijven moeten daarvoor minimaal vier van twaalf door de EU geselecteerde digitale technologieën gebruiken.
Vijf gebieden
Voor consumenten gebruikt de EU vijf gebieden voor digitale vaardigheden om te bepalen of mensen voldoen aan de norm. Het gaat om wat mensen doen met ict. De vijf gebieden zijn: informatie en digitale geletterdheid, online communicatie, computers en online diensten, privacybescherming en softwaregebruik. Per onderdeel wordt bepaald of iemand basisvaardigheden heeft of daarboven uitkomt. 56 procent van de Nederlanders beschikt over meer dan digitale basisvaardigheden, constateert het CBS. In 2023 was dat 50 procent en in 2021 48 procent.