Als het aan de Nederlandse regering ligt, mag de politie binnenkort openbare sociale media controleren. Het kabinet is akkoord met een wet die 'ernstige verstoringen van de openbare veiligheid' aan moet pakken. De politie mag bijvoorbeeld openbare bronnen zoals sociale media van relschoppers volgen. Nu mag dat nog niet.
Dit nieuws in het kort
- Nederlands kabinet is akkoord met de Wet gegevensvergaring openbare orde
- Politie mag data uit openbare bronnen verzamelen om 'rellen te voorkomen'
- AP, advocatuur en mensenrechtenorganisaties hebben veel kritiek
- De wet moet nog door de Tweede en Eerste Kamer
Minister David van Weel van Justitie, die ook in het vorige kabinet-Schoof die positie had, diende vorig jaar zomer dat wetsvoorstel al in. Het wetsvoorstel is nu goedgekeurd door de ministerraad.
Wat mag de politie straks?
De nieuwe wet moet het mogelijk maken dat de politie persoonsgegevens van Nederlanders verzamelt uit openbare bronnen zoals sociale media. Nu mag dat nog niet. Dat levert soms problemen op, bijvoorbeeld bij rellen zoals de extreemrechtse Malieveldrellen van vorig jaar. Die waren directe aanleiding voor het wetsvoorstel.
De politie wil graag oproepen op sociale media of diensten zoals Telegram kunnen gebruiken om mensen te volgen. Het moet dan gaan om personen van wie de politie of de veiligheidsregio's vermoeden dat die een belangrijke rol spelen bij het organiseren van de rellen. Het idee is dat de politie die relschoppers zo eerder in de gaten kan krijgen, maar ook kan stoppen en zo demonstraties de kop kan indrukken voordat die uit de hand lopen.
De politie mag dat alleen doen op aanwijzing van de burgemeester. Die heeft ook de verantwoordelijkheid over de opsporing. De burgemeester moet ook vooraf toestemming vragen aan de rechter-commissaris.
Waarom moet dit en wat is de kritiek?
Op dit moment mag de politie geen gegevens uit openbare bronnen gebruiken. Daarvoor is onder de AVG en de Wet politiegegevens een grondslag nodig. Een wet kan een grondslag zijn en dat is precies waar het kabinet met dit voorstel op hoopt.
Er is ook veel kritiek op het wetsvoorstel. Onder andere de Autoriteit Persoonsgegevens had veel aan te merken op het aanvankelijke voorstel. Dat ging voornamelijk over hoe waarborgen in de wet waren beschreven (of juist niet). Ook de Nederlandse Orde van Advocaten hekelde het voorstel omdat 'rechtsbescherming niet of nauwelijks aandacht kreeg' in het voorstel. Daarnaast is er kritiek van het College voor de Rechten van de Mens, dat vreest voor 'aanzienlijke grondrechtelijke risico's'. Het College is bang dat de wet in de toekomst aan function creep ten onder gaat, ofwel dat de wet wordt ingezet voor andere (lees: minder ernstige) doelen dan nu de bedoeling is. Bij een consultatie over het wetsvoorstel kwamen er daarnaast tientallen negatieve en kritische reacties van burgers op het voorstel.
Is de wet meteen actief?
De wet gaat, nu er goedkeuring is, naar de Afdeling advisering van de Raad van State. De kans is aanwezig dat die nog veel kritiek heeft op de wet en dat de wet moet worden aangepast.
Daarna moet de wet nog door de Tweede Kamer heen. Dat is geen vanzelfsprekendheid; het huidige kabinet heeft een minderheid in de Kamer en moet op zoek naar een meerderheid van minimaal 9 extra zetels. Van de andere kant is dit geen groot obstakel. Veel oppositiepartijen staan achter het wetsvoorstel.
Na de Tweede Kamer moet de wet nog door de Eerste Kamer. Die kijkt onder andere naar de rechtstatelijkheid van de wet.
Update, 18.16 uur – In de titel en het intro is verduidelijkt dat de wet nog niet is aangenomen, maar slechts door de ministerraad is goedgekeurd.
:strip_exif()/i/2007988900.jpeg?f=imagenormal)