YouTube hoeft op basis van Europese regels het e-mailadres, het telefoonnummer of het ip-adres die zijn gebruikt om illegaal bestanden online te zetten, niet te verstrekken aan een rechthebbende. Dat adviseert de advocaat-generaal aan het EU-Hof.
Bij inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht kunnen rechterlijke instanties volgens de Europese richtlijn intellectuele eigendomsrechten wel de 'namen en adressen' van inbreukmakers vorderen, maar dat heeft geen betrekking op het e-mailadres, het telefoonnummer of het ip-adres die zijn gebruikt bij het online plaatsen. Dat schrijft advocaat-generaal Saugmandsgaard Øe in zijn advies aan het Europees Hof van Justitie. Dat advies wordt meestal opgevolgd.
De zaak ging over de weigering van YouTube en Google om bepaalde door Constantin Film Verleih verlangde informatie te verstrekken over gebruikers die meerdere films op het videoplatform hadden geplaatst. Die films waren Parker en Scary Movie, die onder de gebruikersnamen N1, N2 en N3 in volledige lengte in het Duits online werden gezet. De films, waar Constantin Film Verleih de rechten op heeft, werden duizenden keren bekeken voordat ze offline werden gehaald.
Constantin wilde de e-mailadressen, telefoonnummers en ip-adressen van de gebruikers en vroeg deze op bij YouTube, maar die weigerde deze te verstrekken. Daarop stapte de uitgever naar de rechter. Na een afwijzing bij de zaak in eerste aanleg, kreeg de Constantin in hoger beroep deels gelijk: YouTube werd verplicht de e-mailadressen af te geven. Bij het daaropvolgende beroep wilde het Bundesgerichtshof uitleg van het begrip 'adressen' in artikel 8, lid 2, onder a), van richtlijn 2004/48 intellectuele eigendomsrechten.