Conclusie
Momenteel heerst feitelijk het DRM-model - niet onbelangrijke uitzonderingen zoals eMusic daargelaten - wat niet wegneemt dat de contentindustrie steen en been klaagt over diefstal van hun digitale baksels. Enige tijd geleden werd duidelijk dat er in de Tweede Kamer geen steun te vinden is voor een verbod op het downloaden van illegaal aangeboden materiaal, waarbij minister Donner wees op handhavingsproblemen van een dergelijke wet. Dat is exact waar de eerdergenoemde advocaat Christiaan Alberdingk Thijm op hamert: het beschermen van intellectueel eigendom mag een nobel streven zijn maar is in de praktijk ondoenlijk. In plaats van krampachtig oude wetten in stelling te houden voor de bescherming van intellectueel eigendom, die gemaakt werden om tegen kleine groepen piraten op te treden, is het in het digitale breedbandtijdperk met ontelbare potentiële piraten verstandiger om de wet aan de realiteit aan te passen en de consument toe te staan zijn bestanden met anderen te delen - en de laatste hits en films weer van anderen te betrekken. De vraag zou niet moeten zijn hoe de consument daarvan weerhouden kan worden, maar hoe, gegeven dat hij dat doet, de contentproviders aan een redelijke vergoeding geholpen kunnen worden.Indien er via fingerprintingtechnologie een levensvatbaar model voor verdeelsleutels is vast te stellen, lijkt een heffingsmodel voor filesharing een zinnige oplossing. Uiteraard roept dat weer zijn eigen vragen op. Moet iedereen bijvoorbeeld dezelfde heffing betalen, of is dat afhankelijk van de mate van downloaden? Merk daarbij op dat bij een volledig 'eerlijk' model, waarbij iedereen precies betaalt wat die download, de baten vervangen worden door de noodzaak ieders netwerkverkeer nauwkeurig in de gaten te houden, met alle gevolgen voor de privacy van dien. Pragmatisch geredeneerd lijkt een eenheidsheffing, zoals in Frankrijk werd voorgesteld, het meest zinnig, maar het zou - als het ooit zover komt - ook aan de internetproviders overgelaten kunnen worden hoeveel abonnees af moeten dragen, en hoe er gecontroleerd wordt of abonnees zich aan de beperkingen van hun abonnement houden.
Het lijkt echter zeer onwaarschijnlijk dat een dergelijke oplossing binnen afzienbare tijd wordt geaccepteerd, gezien de zich nog immer ophopende pogingen van de belangenbehartigers van de entertainmentindustrie om de up- en downloadstromen een halt toe te roepen. Wellicht dat pas over ettelijke jaren, wanneer al die pogingen goeddeels tevergeefs zijn gebleken, de industrie eieren voor zijn geld kiest. Maar of, en zo ja wanneer dat gebeurt hangt ook af van de vraag of internetproviders verplicht zullen worden om gegevens over filesharers af te staan, en of daadwerkelijke rechtszaken tegen grote maar ook kleine uploaders zoden aan de dijk zullen zetten. Kijkend naar de Verenigde Staten, waar de copyrightwaakhonden meer mogelijkheden hebben dan hier maar toch slechts mondjesmaat succes boeken, is het wellicht aan te nemen dat het aanpakken van consumenten niet tot het gewenste resultaat voor de contentindustrie zal leiden. Een p2p-heffingsmodel impliceert overigens dat de verantwoordelijkheid voor filesharen door consumenten bij de providers komt te liggen, wat onlangs door de Britse muziekcopyrightclub BPI werd gesuggereerd. Enige bereidwilligheid lijkt er aan de kant van de entertainmentindustrie dus wel in te zitten, hoewel de BPI, en onlangs ook Brein, de suggestie van isp-verantwoordelijkheid aan lijkt te willen wenden om minder rechtszaken te hoeven voeren. De copyrightwaakhonden ruimen blijkbaar liever lekker op dan dat ze dweilen met de kraan open.Een krappe meerderheid van 1110 Tweakers, te weten 50,9 procent, heeft zich een paar weken geleden overigens tegen het idee van een p2p-heffing uitgesproken:

Door