Uiterlijk, indruk en verschillen
Twee unibodies
De witte MacBook ziet er op het eerste oog hipper uit dan de toch wat grijze MacBook Pro. Nadere inspectie leert dat het plastic van de witte laptop toch wel erg glanzend is en heel erg snel vies wordt. Een doekje maakt snel een einde aan strepen en vlekken, maar erger is dat de plastic behuizing snel krasjes oploopt. De aluminium variant heeft hier veel minder last van, al moet de gebruiker ook bij dit model oppassen voor krassen.
De onderkant van de witte MacBook is niet glanzend maar bevat een maagdelijk witte, stroeve antislip-laag. Probleem is dat de rubberen dopjes de laptop niet genoeg boven het oppervlak houden waardoor de onderzijde zijn maagdelijkheid gauw verliest. Het rubber-achtige materiaal blijkt een stuk moeilijker schoon te krijgen dan de rest van de behuizing. De aluminium MacBook heeft hier geen last van.
Zowel bij het aluminium als bij het witte model zorgt de unibody ervoor dat de onderkant bijzonder strak oogt: een heel verschil met de meeste notebooks die hier roosters, uitsteeksels, klepjes enzovoorts hebben. Uiteraard geldt dit niet alleen voor de onderkant, maar voor de hele laptop. Bij de MacBook zien we alleen acht schroefjes, bij de MacBook Pro zijn het er tien. Dat de ontwerpers met hun model mooi werk hebben afgeleverd mag echter als bekend worden verondersteld.
Een belangrijke ontwerp-verandering bij de witte nieuweling betreft de randen: deze zijn een stuk ronder. Bij de aluminium-variant kunnen de scherpe randen nog wel eens irriteren aan de polsen van de gebruiker. Bij de nieuwe plastic MacBooks is dit niet het geval. Waar het witte model ook geen last van heeft, is het hinderlijk vibreren van de harde schijf. Bij het aluminium model dringen deze trillngen door tot de polssteunen, wat soms een onaangenaam gevoel geeft. De meeste gebruikers zal dit echter nauwelijks opvallen.
Het unibody-concept verdient niet alleen lof wat het uiterlijk betreft, het is ook erg degelijk. Van de alumninium versie was dit bekend, maar ook de plastic notebook voelt stevig aan en op geen enkele plek konden we de behuizing noemenswaardig indrukken, terwijl we ook geen andere onvolkomenheden zoals kieren konden waarnemen. Wel voelt de aluminium-laptop robuuster en zijn witte broer goedkoper aan: het blijft plastic.
Opvallend is dat de geteste plastic versie zwaarder is dan de aluminium variant: we constateerden een verschil van ongeveer 0,12 kilogram.
Scherm en toetsenbord
De schermen van beide laptops zijn van led-backlights voorzien en we konden geen verschil in kwaliteit ontdekken. Wel oogt die van de MacBook Pro meer als een spiegel omdat het schermpaneel en de randen achter een glasplaat zijn verwerkt. Het scherm van de MacBook is ook glossy, maar de witte randen nemen dit glanzende effect voor een deel weg. De beide notebooks beschikken over een scherm met een diagonaal van om precies te zijn 13,3 inch en een resolutie van 1280x800 pixels.
Dichtgeklapt sluiten de covers in beide gevallen erg strak aan op de rest van de laptop. Zo is goed te zien dat het witte model ronder is, maar dat de twee modellen wel nagenoeg even groot zijn.

Het toetsenbord van de laptops is identiek zowel wat lay-out als wat kwaliteit betreft. Vreemde dingen komen we niet tegen; als we dan toch wat moeten noemen zou het zijn dat de pijltjes-toetsen en de enter-key wat aan de kleine kant zijn. Het Apple-toetsenbord typt echter heel fijn, met genoeg druk en voldoende ruimte tussen de toetsen om flink te ratelen.
Ook het touchpad mag er zijn. Waar andere fabrikanten er nog steeds niet achter zijn dat grote touchpads fijner werken, vooral bij multitouch, heeft Apple dit al tijden geleden ontdekt. Wat dat betreft is het een goede beslissing om ook de witte variant met de glazen touchpad uit te rusten. De touchpads voelen hetzelfde aan.
Hardware-onderdelen: zoek de verschillen
Op het eerste gezicht bevatten de MacBook als MacBook Pro hetzelfde type processor: een Intel Core 2 Duo met een kloksnelheid van 2,26GHz, 3MB L2-cache en een fsb van 1066MHz. Als we de chips onder de loep nemen krijgen we echter verschillende typenummers: bij de MacBook krijgen we P7550 als typenummer terwijl de MacBook Pro klaarblijkelijk de P8400 bevat.
Het gaat inderdaad om Intel-processors met dezelfde specs, op een klein verschil na: de P8400 ondersteunt Intels Virtualization Technology en de P7550 niet. Dit is alleen interessant voor gebruikers die middels virtualisatie meerdere besturingssystemen tegelijk willen draaien: de P8400 kan hier beter mee overweg.
Zowel de geheugenhoeveelheid als het type is hetzelfde bij de twee laptops: 2GB ddr3 1066MHz. Dit is anno 2009 niet veel, maar Mac OS X draait er soepel mee. Zware multitaskers en videobwerkers zullen het te weinig vinden maar die kiezen toch niet voor de goedkoopste MacBook-modellen. Bovendien is de geheugengrootte uit te breiden tot 4GB.
Opvallend is dat de goedkoopste van de twee, de MacBook, over meer opslagcapaciteit beschikt dan de duurdere MacBook Pro: 250GB tegenover 160GB. Onduidelijk is waarom Apple deze beslissing heeft genomen. Een hdd van 250GB is voor een laptop in deze prijsklasse toch wel het minimum, vooral als deze gewoon op 5400rpm roteert; 160GB voor een model van meer dan duizend euro is echt beschamend.
Dat Apple van 'minimaal' houdt wat interfaces betreft mag als bekend worden verondersteld. Beide notebooks hebben dan ook slechts twee usb 2.0-poorten toebedeeld gekregen. Ook zien we twee keer een 1Gbps-ethernetpoort. Zoals gezegd heeft Apple eveneens audio-in en -uit gecombineerd, waardoor er bij zowel de MacBook als de MacBook Pro nog een audio-aansluiting overblijft. Ten slotte heeft Apple nu beide modellen voorzien van mini-displayport. Op zich een begrijpelijke beslissing: de connector is een stuk kleiner, biedt meer bandbreedte dan het verouderde vga en zal voor Apple goedkoper te implementeren zijn dan mini-dvi of hdmi. Bovendien heeft de Vesa nog onlangs mini-displayport tot standaard verklaard, zodat er in de toekomst waarschijnlijk meer laptops met deze interface komen. Toch laten deze voordelen onverlet dat mini-displayport voor de meeste consumenten ronduit onhandig is: negen van de tien gebruikers zullen een dure adapter moeten kopen om de MacBook op een extern scherm aan te sluiten.

Bij de interfaces zien we naast deze overeenkomsten ook nog een paar opvallende verschillen. Eindelijk heeft de MacBook Pro een sd-kaartlezer, maar deze ontbreekt bij de MacBook. Ook de firewire 800-interface zien we niet terug bij de MacBook. Het is vreemd dat Apple deze niet toegevoegd heeft en de enige reden lijkt dat Apple hiermee het prijsverschil wil rechtvaardigen. Toch zou een laptop van meer dan 800 euro eigenlijk niet zonder deze interfaces geleverd mogen worden. Ook heeft de MacBook geen status-leds voor de accu, maar dit is een minder grote omissie Wie het positief wil zien, zal zeggen dat de MacBook er door de weinige interfaces wel stijlvoller uitziet.
Een laatste verschil betreft de MagSafe-connector: deze is bij de MacBook Pro van het standaard-type, maar de witte MacBook wordt met de smallere voedingsconnector geleverd die we eerder bij de MacBook Air zagen. Het voordeel is dat deze iets minder ruimte inneemt aan de zijkant, dat de voedingskabel meteen aan de achterkant komt en dus niet in de weg komt te liggen en dat deze minder gauw losschiet. Er zijn echter ook nadelen: de connector moet met de draad naar achteren geplaatst worden, anders komt de kabel voor de interfaces. Het is echter soms lastig de MagSafe-connector zo te positioneren; soms komt het beter uit de kabel via de voorzijde van de laptop te laten lopen.

Volgende pagina (De prestaties getest - 5/8)
