Stel je voor: je had op 1 januari 2020 alle grote streamingdiensten, van Netflix en Videoland tot Amazon Prime Video en NLZiet. Dan betaalde je zo ongeveer 55 euro. Als je al die abonnementen tot nu ongemoeid had gelaten, was de prijs gestegen naar bijna 77 euro. Dat is een stijging van bijna 39 procent. We hebben wel hoge inflatie gehad, maar niet zóveel.
Ook de laatste streamingdienst in Nederland die een lage prijs had, NPO Plus, gooide er onlangs een prijsverhoging tegenaan. Dat roept de vraag op: nu we de afgelopen jaren zoveel prijsverhogingen hebben gezien, hoe verhouden de streamingdiensten zich tot elkaar in prijs?
Prijsstijgingen van streamingdiensten
We hebben voor het gemak alleen de prijzen in Nederland gepakt voor een vergelijking. Het beeld in België wijkt meestal iets af, maar de trend is hetzelfde. Soms komen in België prijsverhogingen later en soms eerder. Het beeld blijft hetzelfde: de prijzen gaan over de hele linie omhoog.
Er is één prijsdaling te zien: bij Disney+. Dat bedrijf verlaagde de prijs, maar haalde tegelijk ook diverse opties weg, zoals kijken in 4k. Daarvoor moesten klanten kiezen voor een duurder abonnement. Dat is in de cijfers een prijsdaling, maar het laat vooral zien dat de strategie van streamingdiensten is veranderd.
Waar Netflix al voor 2020 drie abonnementen had, zijn andere streamingdiensten daarin gevolgd. Dat maakt het mogelijk om meer te spelen met de prijzen en ze bovendien stapsgewijs te verhogen. Ook kwamen er abonnementen met reclames om te zorgen dat meer mensen wereldwijd de abonnementen konden blijven betalen. Bovendien leveren abonnementen met reclames meer op dan abonnementen zonder.
Viaplay kost nu nog minder bij veel mensen, maar wie nu Standaard neemt, betaalt 22 euro per maand als nieuwe klant. Daarmee is het iets duurder dan het duurste Netflix-abonnement, dat nu 21 euro per maand is. HBO Max Premium volgt daarachter met 17 euro per maand.
De relatieve prijsstijgingen
Interessanter dan de absolute prijsstijging is de relatieve. Daarbij valt op dat sommige diensten veel meer in prijs zijn gestegen dan andere. Dat hangt samen met de strategie van een bedrijf en de manier waarop de streamingdienst begon.
Wat opvalt: een aantal streamingdiensten zitten met de prijsverhogingen onder de inflatie. Die bedraagt ongeveer 28 procent sinds 2020 en is in de grafiek zichtbaar als gestreepte lijn. Vooral NLZiet en NPO Plus vallen daarbij op. De gemeenschappelijke factor is dat ze, in elk geval deels, leunen op de de Nederlandse publieke omroep.
Voor de commerciëlen geldt dat niet. Videoland, van RTL, hield de prijzen eerst nog relatief in toom, maar schoot met alle abonnementen afgelopen jaren omhoog. Inmiddels heeft het de prijzen van alle abonnementen verhoogd met meer dan de inflatie. Het duurste abonnement ging van 10 euro per maand naar 15 euro per maand in vier jaar tijd.
De grootste verhogers zijn de prijsvechters, zoals Amazon Prime Video en Apple TV+. Nu zijn prijsverhogingen bij lage prijzen al snel relatief meer, want bij Amazon gaat het om een prijsverhoging van 3 naar 5 euro en bij Apple van 5 euro naar 10 euro.
Waarom streamingdiensten duurder zijn geworden
De strijd tussen de streamingdiensten heeft sinds twee of drie jaar een nieuwe fase bereikt en dat merken we op veel manieren. In de jaren 10 en begin jaren 20 vond de overgang van kabel-tv naar streamingdiensten plaats voor een groot gedeelte van de markt. Streaming moest vooral zo toegankelijk en aantrekkelijk mogelijk zijn.
Toen hadden we dus grote catalogi, lage prijzen, volop mogelijkheden om accounts te delen en geen advertenties. Dat veranderde toen er meer spelers op de markt kwamen. Exclusieve series werden belangrijker en het ging vooral om eigen content. Onder meer Netflix, Disney en Apple richtten zich daarop, maar in feite had elk bedrijf dat veel series maakte een eigen streamingdienst opgericht.
Wie alles wilde zien, moest dus meer streamingdiensten nemen. Het gevolg was een grote concurrentieslag en daardoor relatief lage prijzen. Dat bedrijven verlies draaiden op streamingdiensten, was daarbij geen ramp. De gedachte was dat er later minder spelers over zouden blijven, die vervolgens hogere prijzen konden gaan vragen.
Dat is een deels gebeurd. Het aantal aanbieders is een beetje geslonken, maar er zijn nog altijd veel streamingdiensten actief. Die vechten elkaar alleen niet langer de tent uit op prijs. Daarom mochten de prijzen stijgen de afgelopen drie jaar.
Ook andere randvoorwaarden werden minder. Er kwamen abonnementen met reclame en streamingdiensten namen technische maatregelen om accounts delen tegen te gaan. Streamingdiensten begonnen ook winst te boeken in sommige gevallen. Het is een markt die volwassen wordt.
Het is te verwachten dat de tijd van grote prijsstijgingen even voorbij is. Streamingdiensten waren eigenlijk té goedkoop in sommige gevallen en die correctie is nu geweest. Diensten moeten wel aantrekkelijk blijven voor een groot publiek. Bovendien is de druk eraf nu streamingdiensten hebben laten zien dat winst maken met de huidige prijzen mogelijk is. Of misschien is de wens hier de vader van de gedachte en zien we de komende jaren de prijzen steeds verder oplopen.
Redactie: Arnoud Wokke • Eindredactie: Marger Verschuur
/i/2005032890.png?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2007634938.jpeg?f=imagenormal)
/i/2007997280.webp?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2007988742.jpeg?f=imagenormal)