Het Ministerie van Veiligheid en Justitie hield bij de begroting van een ict-project geen rekening met de kosten van de implementatie. Toen deze zomer bleek dat het project miljoenen extra zou gaan kosten, werd het stopgezet.
Dat schrijft staatssecretaris Fred Teeven van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, destijds nog gewoon Justitie, in antwoord op Kamervragen van de PvdA. In september werd bekend dat het ict-project Cajis zou worden stopgezet, nadat het 'te groot en te onbestuurbaar' dreigde te worden. Cajis had het nieuwe informatiesysteem voor gevangenissen moeten worden, waarin zou worden bijgehouden welke gevangene op welke plek wordt vastgehouden, waarvoor hij of zij vastzit en hoe lang de veroordeelde nog achter de tralies moet blijven.
De PvdA diende na het stopzetten Kamervragen in; de partij wilde onder andere weten waarom het project is beëindigd. Volgens Teeven kwam de Dienst Justitiële Inrichtingen, die over het gevangeniswezen gaat, afgelopen zomer tot de conclusie dat het ontwerp van het Cajis-systeem niet meer paste in 'de huidige inzichten over een professionele, geautomatiseerde ondersteuning van de bedrijfsvoering'. Het project zou 'veel extra kosten' met zich meebrengen en niet tot de 'beoogde resultaten' leiden.
De beslissing kwam op het moment dat uit een 'projectreview' was gebleken dat het project veel meer zou gaan kosten dan begroot. In april 2009 werden de kosten nog op 14,2 miljoen euro geschat, maar daarbij was geen rekening gehouden met de implementatie van het systeem. Ook het koppelen van Cajis aan bestaande systemen was niet in de begroting opgenomen. Toen die kosten wel werden meegewogen, kwamen de verwachte kosten boven de 20 miljoen euro uit. Pierre Heijnen, die de Kamervragen namens de PvdA indiende, laat weten de gang van zaken 'schandalig' te vinden.
Op het moment dat het project werd stopgezet was er al 11,9 miljoen van de begrote 14,2 miljoen uitgegeven. Volgens de oorspronkelijke planning, uit 2008, had Cajis vorig jaar al moeten worden ingevoerd, maar dit werd later uitgesteld tot 2011 voor de software en tot 2012 voor de hardware. Ook zou de software pas eind 2011 of begin 2012 aan de bestaande systemen kunnen worden gekoppeld. Van alle software die al voor het stopgezette systeem is ontwikkeld, kan circa de helft nog worden gebruikt voor andere projecten, schrijft staatssecretaris Teeven.