Bij Tom's Hardware is een bijzonder uitgebreid overzicht verschenen van recente Intel- en AMD-processors. Zoals elk jaar verbaast de site zich over de enorme vooruitgang in termen van transistorcount en prestaties per Watt, maar de race om de meeste megahertzen is ondertussen tot een definitief einde gekomen: twee jaar oude records van meer dan 5GHz staan nog steeds, maar in plaats van steeds snellere chips liggen er inmiddels multicore-cpu's in de winkel. Het stroomverbruik krijgt de schuld: een centrale verwerkingseenheid die 150W verbruikt, nodig om al die gigahertzen ten nutte van de gebruiker te laten komen, is domweg niet praktisch en eigenlijk alleen leuk voor het elektriciteitsbedrijf.
Het artikel bespreekt zo'n beetje alle nieuwkomers van het afgelopen jaar. Zo is er de Pentium 4 600-serie, waarin de Thermal Monitor 2-technologie voor lage temperaturen zorgt door de kloksnelheid op ingenieuze wijze te verlagen. De Pentium D 800-serie betekende Intels entree op de dualcoremarkt. De 'Smithfield'-core bestond in feite uit twee Prescott-cores, die nog niet erg efficiënt samenwerkten; de resultaten vielen dan ook enigszins tegen. Wel was er een nieuwe voedingsplug nodig om de vermogenshonger van de nieuwe chips te stillen, en ATX 12V 2.2-voedingsstandaard werd een feit. De chips waren goed over te klokken, maar extreme (water)koeling bleek nodig om de warmteproductie nog enigszins in de hand te houden. De 840 Extreme Edition leverde ontnuchterend weinig extra rekenkracht: zeven procent, voor een prijs die bijna veertig procent hoger lag dan zijn niet-extreme broertje. Ook het feit dat een tweetal Xeons goedkoper is dan een enkele EE en bovendien een flink stuk sneller, maakt dat het nut van de paradepaardjes ondertussen betwijfeld mag worden. Om de 120 ampère die dergelijke krachtpatsers slikken onder controle te houden werden ook weer nieuwe specificaties gepubliceerd; de topmodellen van Intel werken dan ook maar op een beperkt aantal moederborden.
AMD had het afgelopen jaar vooral problemen met slechte chipsets. Omdat het bedrijf afhankelijk is van derden, had zo'n beetje elke nieuwe set kinderziektes die een brede marktacceptatie in de weg stonden. Ook de afwezige ondersteuning voor DDR2 wordt als nadeel genoemd, hoewel de theoretische maximale geheugendoorvoer van de DDR-geheugencontrollers van 6,4GB/s dicht benaderd wordt. Verder wordt de naamgeving van AMD bekritiseerd: de 3500+ bestaat bijvoorbeeld in een aantal verschillende versies, die bovendien flinke prestatieverschillen laten zien. Steeds vaker wordt dan ook de codenaam van een AMD-cpu vermeld, wat de overzichtelijkheid voor de klanten niet bevordert. De nog jonge Socket 754 bereikte het afgelopen jaar zijn hoogtepunt met de AMD 64 3700+ - snellere processors zullen niet voor dit platform beschikbaar komen. Net als Intel met zijn EE-serie, bracht AMD met de FX-chips een topmodel dat technisch vergelijkbaar was met andere chips, maar zonder gelockte multiplier. De introductie van dualcorechips werd verder gevolgd door de San Diego, die SSE3-instructies naar een singlecore platform bracht. De 2,8GHz-variant van deze chip, de FX-57, maakte korte metten met Intels EE 840: het prestatieverschil bedroeg rond de dertig procent in AMD's voordeel. In de loop van het jaar verschenen bovendien steeds goedkopere versies van deze core, al moesten die het met beduidend minder cache doen.
Het uitputtend volledige overzicht van Tom's Hardware beslaat alle Intels en AMD's sinds respectievelijk de Pentium en de K5, beide in hun 75MHz-variant, maar om de vernieuwde set benchmarks goed uit de verf te laten komen worden in de 'Mother of all cpu-charts' alleen chips vanaf een gigahertz of anderhalf meegenomen. De circa 75 geteste chips kregen een batterij tests om hun oren waar de gemiddelde pc het angstzweet van zou uitbreken: naast het uitvoeren van gamebenchmarks als Quake III TA, Doom 3, UT2004, FarCry en het onvermijdelijke 3dMark05 mochten de cpu's video en audio coderen, bestanden comprimeren en zo nog het één en ander. De 27 pagina's met testresultaten spreken voor zich: bij het gamen is een AMD FX een fijn ding om te hebben, bij encoding en multimedia is een dualcorechip aan te bevelen en met een Athlon 1400 wil je tegenwoordig niet meer gezien worden. Opvallend is wel dat bij veel van de tests Intel slechts één of hooguit twee chips in de topvijf heeft staan, maar dat AMD het afgelopen jaar stevig in het zadel zat mag als bekend worden verondersteld.
