Virtual reality kan de coördinatie tussen het hoofd en de romp van een kind verstoren, zeggen onderzoekers van het Zwitserse EPFL. Volgens het onderzoek bewegen jonge kinderen hun hoofd en romp los van elkaar in vr, terwijl ze in het echt hun bovenlichaam als één geheel gebruiken.
Volgens de onderzoekers zijn de resultaten vooral belangrijk voor wanneer er therapiespellen voor kinderen gemaakt worden in virtual reality. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat kinderen hun lichaam in vr niet op dezelfde manier gebruiken als in het echt. Daardoor zou rehabilitatie door middel van virtual reality voor deze groep minder goed kunnen werken dan eerder gedacht. Het onderzoek werd gehouden onder tachtig kinderen en twintig volwassenen.
De onderzoekers van de Zwitserse universiteit École polytechnique fédérale de Lausanne beweren dat jonge kinderen van tussen de 1 en 6 à 7 jaar oud onder alle omstandigheden het hele bovenlichaam gebruiken om te bewegen. Kinderen moeten het deel van het brein waardoor mensen hun hoofd afzonderlijk kunnen bewegen van de rest van het lichaam immers nog ontwikkelen, concluderen de onderzoekers. Maar volgens dit onderzoek werkt dat anders in vr-games waarin kinderen moeten sturen met hun romp. In dergelijke gevallen beweegt een kind diens hoofd weldegelijk los van de rest van het bovenlichaam. Volgens de wetenschappers is dergelijk gedrag bij kinderen in deze leeftijd nog nooit buiten een vr-wereld geobserveerd.
In een van de experimenten moesten kinderen een vr-spel spelen. Daarbij moesten ze op de rug van een adelaar munten verzamelen. Wanneer ze moesten sturen met hun hoofd lukte dat ongeveer net zo goed als bij volwassenen. Zodra ze moesten sturen met hun romp raakten de kinderen in de war. Ze probeerden in dat spel bij te sturen met hun hoofd. Daardoor misten ze veel meer munten dan wanneer ze het spel wel echt met hun hoofd bestuurden.
Volgens de wetenschappers ligt dat aan het feit dat kinderen in het eerste scenario veel makkelijker zien wat ze moeten doen, terwijl sturen met de romp meer gaat om gevoel. Jonge kinderen zouden nog veel meer rekenen op wat ze zien dan op wat ze voelen. Volwassenen kunnen makkelijker wisselen tussen de twee. Volgens eerdere onderzoeken zou de hoofd-rompcoördinatie van kinderen tegen het achtste jaar volledig ontwikkeld zijn. De wetenschappers van dit onderzoek merkten in dit onderzoek echter op dat ook kinderen van tien op dit gebied nog niet op het volwassen niveau zaten.
De reden waardoor kinderen in vr nog meer moeite hebben met hoofd-rompcoördinatie dan in het echt, komt volgens het onderzoek mogelijk doordat kinderen overweldigd raken door de 'nieuwigheid' van de virtuele realiteit waarin ze zich begeven. Ook zou vr de 'standaard-coördinatiestrategie' van kinderen verstoren; aangezien kinderen in de vr-wereld niet kunnen vertrouwen op gevoelsmatige ingevingen, zoals proprioceptie en evenwicht vertrouwen ze des te meer op het gezichtsvermogen. Wanneer ze weinig hebben aan het gezichtsvermogen, omdat ze hun romp moeten gebruiken om te sturen, raakt het brein van kinderen in de war, zo is de conclusie.