Onderzoekers van QuTech en Microsoft in Delft en de TU Eindhoven hebben nieuwe aanwijzingen gevonden voor het bestaan van het Majorana-quasideeltje. Dat brengt het gebruik van dit quasideeltje voor een quantumcomputer een stap dichterbij.
De wetenschappers gebruikten een experimentele quantumchip voor de metingen die wijzen op het bestaan van Majorana-quasideeltjes. De uitkomst van die metingen, een zogenoemde zerobias-piek, bevatte veel minder ruis dan bij experimenten in 2012, toen de eerste aanwijzingen voor het Majorana-quasideeltje werden gevonden. Bovendien was de hoogte van de zerobias-piek exact zoals de theorie voorspelt. "Dit is een belangrijke aanwijzing dat het inderdaad om een Majorana gaat”, zegt Leo Kouwenhoven, quantumonderzoeker bij Microsoft.
Kouwenhoven en zijn team bij Microsoft en QuTech achten Majorana-quasideeltjes geschikte kandidaten voor qubits, de bouwstenen voor een quantumcomputer. Ze experimenteren met chips met daarop een raster van een soort nanohashtags van halfgeleidende nanodraden met een supergeleidende laag en twee veronderstelde Majorana's in superpositie aan de uiteinden. Bij bepaalde elektrische en magnetische velden nemen de onderzoekers zerobiaspieken waar, het kenmerk voor de aanwezigheid van Majorana's.
Het definitieve bewijs van de quasideeltjes moet volgen uit het wisselen van plek van de twee Majorana's op de kruisingen van de hashtags. Dat zou meteen een nieuwe, belangrijke stap op weg naar topologische qubits zijn, die anders dan concurrerende qubits stabiel zijn en relatief goed bestand tegen invloeden van buitenaf. Bij het wisselen van plek van twee Majorana's blijft informatie over die omschakeling aanwezig, een gevolg van het feit dat een Majorana zijn eigen antideeltje is. Microsoft hoopt de eerste quantumcomputer te kunnen baseren op deze topologische qubits.
Voor het onderzoek werkten wetenschappers van QuTech, TU Delft, JQI in Maryland, Microsoft, de TU Eindhoven en UC Santa Barbara samen.