Door Arnoud Wokke en Sander van Voorst
Feedback
• 20-04-2016 18:18
Na Microsoft is Google het doelwit
De klacht van de Europese Commissie tegen Google vanwege het standaard meeleveren van zijn zoekdienst in Android is nauwelijks uniek. Wie herinnert zich nog het browserkeuzescherm in Windows? Vijf jaar lang, tussen 2009 en 2014, kwamen gebruikers bij de installatie van Windows dit scherm tegen, waarin ze konden kiezen welke browser de standaardbrowser zou moeten worden van hun besturingssysteem.
Het browserkeuzescherm was een gevolg van een schikking tussen Microsoft en de Europese Commissie, die in het standaard meeleveren van Internet Explorer met Windows een vorm van machtsmisbruik zag om andere browsermakers dwars te zitten. Wat de invloed was van het browserkeuzescherm is moeilijk na te gaan, maar in die vijf jaar daalde het marktaandeel van Microsofts browser zo sterk, dat de Commissie het aanbieden van de keuze na 2014 niet meer nodig vond.
Microsoft is vaker het lijdend voorwerp geweest bij onderzoeken van de Europese Commissie. Het standaard meeleveren van Windows Media Player leidde een jaar of tien geleden tot de verplichting voor Microsoft om in Europa een variant van Windows zonder zijn mediaspeler te leveren, Windows N. Het is ironisch dat de volgende versie van Android vooralsnog ook bekendstaat als Android N.
Anno 2016 is Microsoft niet langer het primaire doelwit van de Europese Commissie. De nieuwe 'monopolist' op diverse markten heet Google. Nadat de Europese Commissie eerder een klacht had ingediend over hoe Google met zijn zoekmachine concurrentie belemmerde, zegt het nu hetzelfde over Android. Maar hoe zit dat precies in elkaar?
/i/2001058183.jpeg?f=imagenormal)
De klachten
De klachten van de Europese Commissie vallen uiteen in drie elementen, die alledrie een inbreuk zouden betekenen op de mededingingsregels die gelden in de Europese Unie en volgens de Commissie dus wellicht strafbaar zijn.
De eerste is dat Google fabrikanten verplicht om Google Zoeken en Chrome mee te leveren met Android. Bovendien zouden het fabrikanten verplichten om Google als standaardzoekmachine in te stellen op de apparaten.
Google verweert zich daartegen door te zeggen dat de overeenkomsten met fabrikanten vrijwillig zijn en dus niet verplicht. Bovendien kunnen fabrikanten volgens de zoekgigant ook apps van andere bedrijven meeleveren en dat doen ze ook. Op onder meer toestellen van Samsung zijn bijvoorbeeld ook Microsoft-diensten te vinden, terwijl veel fabrikanten ook apps als Facebook en WhatsApp meeleveren, naast allerlei andere apps en diensten.
De tweede klacht is dat fabrikanten die eenmaal met Google in zee gaan, geen fork van Android kunnen gebruiken op andere apparaten. Dat is inderdaad juist of op zijn minst juist geweest. Acer moest om die reden een Chinese release van een toestel afblazen. Het is onduidelijk of die beperking nog steeds geldt, omdat fabrikanten als Huawei toestellen binnen China zonder, maar buiten China met Google-apps leveren.
De derde klacht is het lastigst te controleren. Het bedrijf zou 'financiële aanmoedigingen' hebben gegeven aan fabrikanten om zijn diensten mee te leveren met toestellen. Dat is niet iets waar de Commissie problemen mee heeft, maar wel met het feit dat Google die alleen zou hebben betaald als alleen Google zou worden meegeleverd als standaardzoekmachine.
In Europa en in elk geval in de Benelux zijn vrijwel alleen Android-smartphones te koop met daarop standaard-Google-apps. In andere landen, vooral in China, is dat anders. Zelfs zonder enige financiële aanmoediging zouden fabrikanten geneigd zijn toestellen te leveren met Google-apps, omdat veel van hun klanten dat verwachten. Zonder Google Play Store zijn veel apps niet te installeren bijvoorbeeld.
Google zegt zelf dat het ondanks de ontwikkelkosten die het heeft, geen geld vraagt voor het gebruik van Android, maar er in plaats daarvan voor heeft gekozen om omzet te halen uit de diensten. Ten tijde van het begin van Android was het gebruikelijk om licentiekosten te rekenen voor het gebruik van een mobiel besturingssysteem.
De ontwikkeling van Android is officieel ook niet in handen van Google, maar van de Open Handset Alliance, een samenwerkingsverband van bedrijven met daarin onder meer providers, fabrikanten en makers van componenten. Hoe belangrijk dat is, is meteen duidelijk voor wie de site bezoekt; die lijkt in 4,5 jaar niet van een update voorzien te zijn en de lijst van leden staat vol met oude logo's.

Hoe het nu verdergaat
Een van de gevolgen van de procedure is dat de Europese Commissie Google een boete kan opleggen. Dit soort boetes heeft de functie om het bedrijf dat de overtreding heeft begaan te straffen en om andere bedrijven af te schrikken. Daarmee zijn de boetes volgens de Commissie voornamelijk gericht op preventie. Het overtreden van de mededingingsregels, bijvoorbeeld door de machtspositie op een bepaalde markt te misbruiken, kan immers zeer winstgevend zijn. Daarom zou het nodig zijn om een boete uit te delen die hoog kan uitvallen.
Bij het opleggen van de boete houdt de Commissie rekening met verschillende factoren, zoals het percentage van de totale verkoop van de onderneming die wordt behaald met het inbreukmakende product. In het geval van Google kan dit gerelateerd zijn aan de zoekdienst, of aan de specifieke apps. Ook het aantal getroffen consumenten en de duur van de inbreuk spelen mee bij het bepalen van de hoogte van de boete. Deze is begrensd tot een bedrag dat overeenkomt met tien procent van de totale jaaromzet van het inbreukmakende bedrijf; voor Google zou het bedrag dan in theorie neerkomen op ongeveer 6,5 miljard euro.
Het uitdelen van de boete is echter maar een deel van de oplossing die door de Commissie wordt nagestreefd. Veel interessanter zijn de mogelijke gevolgen voor Google en voor Android die uit deze procedure kunnen voortvloeien. Tweakers legde deze vraag voor aan mededingingsadvocaat Arnout Koeman van het kantoor NautaDutilh. “Het is niet ondenkbaar dat de Commissie een technische oplossing toepast die in een eerdere zaak al eens heeft gewerkt”, zo legt Koeman uit. “Daarbij is bijvoorbeeld te denken aan de verplichting een keuze te bieden, zoals ook al in de vergelijkbare Microsoft-zaak in 2009 werd opgelegd.” Het voordeel van deze aanpak zou zijn, dat in het verleden gebleken is dat deze werkt en praktisch toe te passen is door zowel Google als de Commissie.
Koeman licht toe dat een van de kritiekpunten van de Commissie is dat consumenten geen keuze tussen apps hebben en dat daardoor onder andere innovatie wordt beperkt. Er zouden verschillende manieren zijn om de verplichting toe te passen: “Er zijn een heleboel mogelijkheden denkbaar, bijvoorbeeld door de gebruiker een keuzescherm te tonen, zoals Microsoft dat toen ook heeft gedaan. Dat kan bijvoorbeeld bij de eerste ingebruikneming van het toestel”, aldus Koeman. Een dergelijke toezegging wordt ook streng gehandhaafd door de Commissie. Zo werd in 2013 een boete van 561 miljoen euro aan Microsoft opgelegd omdat het bedrijf het keuzescherm niet toonde in een van zijn besturingssystemen.
Koeman vult aan dat Google nu twee maanden de tijd heeft om schriftelijk te reageren. Ook zal het bedrijf hoogstwaarschijnlijk een hoorzitting aanvragen. Daarna kan de Commissie verschillende maatregelen nemen, zoals het opleggen van een boete, al dan niet in combinatie met corrigerende maatregelen. Ook kan de Commissie de zaak laten varen of via onderhandelingen bepaalde bindende toezeggingen afdwingen van Google. Het invoeren van een keuzescherm zou zo'n toezegging bijvoorbeeld kunnen inhouden.
De duur van de hele procedure is moeilijk te schatten. In de Intel-zaak ontving de Commissie klachten van AMD in 2000, 2003 en 2006. Vervolgens bracht ze in 2007 een eerste mededeling van punten van bezwaar uit, eenzelfde stap als die woensdag in de Google-zaak is genomen. Uiteindelijk werd in 2009 een boete opgelegd. In de zaak tegen Microsoft werd in 1998 een eerste klacht door Sun ingediend, waarop een onderzoek volgde in 2000. Vier jaar later kwam de Commissie met een beslissing.
Effect op de marktmacht
De top van Google zal zich in Mountain View stevig achter de oren krabben. De klachten van de Europese Commissie overvallen de betrokken bedrijven zelden - het is een langdurig proces en ook in dit geval kan het lang duren voor er een uitkomst is - maar het verleden heeft aangetoond dat ze wel effect hebben.
Wat het effect zal zijn op Google, is vooralsnog niet te zeggen. Een keuzescherm voor de zoekmachine en de browser ligt voor de hand, omdat de Commissie deze methode al heeft geprobeerd bij Microsoft en toen bleek dat naar tevredenheid te functioneren. Grote boetes heeft de Commissie ook al eerder uitgedeeld.
In elk geval zal de zoekgigant zich zorgen maken over deze zaak, die bovenop die andere zaak van de Commissie komt over de zoekmachine. De Europese Commissie jaagt daarmee op twee van de succesvolste projecten van het bedrijf.
Komt er een keuzescherm voor de zoekmachine en de browser en zo ja, zal dat enige invloed hebben? Of de dominantie positie er door aangetast wordt, valt te betwijfelen. Terwijl Internet Explorer in 2009 volgens veel gebruikers niet de beste browser was, is Chrome dat volgens veel gebruikers nu wel. Google is als zoekmachine in Europa hoe dan ook de onbetwiste favoriet. Wat die keuzes dus zouden toevoegen, is nog zeer de vraag.