Op zoek naar de beste 65"-tv
Juni is aangebroken en dat betekent dat de sportzomer op het punt staat om af te trappen. Volgende week gaat het WK voetbal in de VS, Mexico en Canada van start en over een maand is de Tour de France aan de beurt.
Traditioneel is dit voor veel mensen hét moment om een nieuwe televisie in huis te halen. Om daarbij een handje te helpen, publiceren we deze week meerdere vergelijkende tests van apparaten waarmee je de sportzomer in je huiskamer haalt. Zo kun je later deze week lezen welke tv je moet hebben als je een lekker groot scherm (75") wilt, maar daar niet meer dan duizend euro voor overhebt. Wil je nóg groter beeld, dan hebben we eind deze week ook een round-up van betaalbare – en minder betaalbare – projectors voor je in petto.
De round-up die je nu leest, is voor wie beeldkwaliteit belangrijker vindt dan een gigantisch formaat. We vergelijken de oled- en miniledtopmodellen van zes fabrikanten. Daarbij kijken we naar verschillen in beeldkwaliteit, geluid, smart-tv-platformen, gamefuncties en meer. De meeste tv's in deze test hebben we eerder al eens individueel gereviewd en komen uit 2025. Veel 2026-topmodellen verschijnen pas later.
De belangrijkste verschillen tussen oled en miniled
Miniledtelevisies gebruiken lcd-technologie en hebben als grote voordeel dat ze heel helder beeld kunnen weergeven. Dat is ideaal als je overdag in een zonnige kamer tv-kijkt. Een nadeel is dat zwart vaak niet écht diepzwart is, maar eerder donkergrijs. Dat valt vooral in een donkere kijkruimte echt op. Daarnaast kunnen de kleuren en het contrast wat fletser worden als je niet recht voor het scherm zit.
Oled-tv's blinken uit met perfect zwart, waardoor kleuren echt van het scherm spatten. Bovendien maakt het niet uit waar je in de kamer zit; het beeld blijft vanuit elke hoek even goed. Het nadeel van oled is dat de schermen over het algemeen minder helder zijn dan de beste miniled-tv's. In een kamer waar veel direct zonlicht naar binnen schijnt, kan het beeld daardoor soms wat lastiger te zien zijn.
Het is vaak een keuze tussen de superieure helderheid van lcd (ideaal voor lichte kamers) en het perfecte contrast en de brede kijkhoek van oled (ideaal voor een bioscoopervaring).
Negen tv's vergeleken
In de regel doen de topmodellen van het vorige jaar niet veel onder voor die uit het huidige jaar, maar zijn ze doorgaans wel stukken goedkoper. Een goed voorbeeld is de LG G6, een van de weinige 2026-modellen die we al konden testen. Deze oledtelevisie kent duidelijke verbeteringen ten opzichte van zijn voorganger, maar kost in 65" 3000 euro. De 65" G5 uit 2025 koop je al voor 1899 euro.
:strip_exif()/i/2008189674.jpeg?f=imagenormal)
De negen 65"-televisies die we vergelijken, zijn de Hisense U8Q, LG G5, LG G6, Philips OLED910, Philips OLED950, Samsung S95F, Sony Bravia 8 II, TCL C8K en TCL C9K. Deze tv's staan in de Pricewatch met vanafprijzen die variëren van pakweg duizend tot drieduizend euro.
Die prijzen mag je wel met een klein korreltje zout nemen. Zeker bij duurdere televisies geldt dat je vaak een nog betere deal kunt krijgen als je wat rondbelt langs verschillende webwinkels. Daarnaast grijpen veel fabrikanten het WK voetbal aan om kortings- en cashbackacties op te zetten. Houd voor actuele aanbiedingen daarom vooral ook het aanbiedingen- en kortingscodetopic op het forum in de gaten, is ons advies.
Hisense U8Q
De Hisense U8Q is een 2025-topmodel van de Chinese tv-fabrikant Hisense. Deze miniledtelevisie is ook een van de goedkoopste modellen uit deze round-up, samen met de TCL C8K. In vergelijking met de oledtopmodellen is de 65U8Q al snel rond de helft goedkoper.
Dat prijsverschil is er niet voor niets: de U8Q weet lang niet op alle vlakken te imponeren, maar het is wel een van de helderste televisies die je kunt kopen. Onze beeldmetingen komen verderop aan bod. Ik kan alvast verklappen dat deze Hisense met zijn 2048 localdimmingzones kleine hdr-highlights met meer dan 4000cd/m² kan weergeven. En met de extra 'AI-helderheidsexplosie'-functie kun je die pieken tijdelijk zelfs opkrikken tot wel 6400 candela. De helderste oleds van het moment komen niet verder dan een helderheidspiek van 2800cd/m².
:strip_exif()/i/2008189528.jpeg?f=imagenormal)
Extreem helder, maar blooming blijft opvallen
De maximale fullscreenhelderheid van de U8Q is nog indrukwekkender. Die is ruim twee keer zo hoog als bij de LG G6, de helderste oled-tv van het moment. Ook de TCL C8K kan hier net niet aan tippen. Die hoge helderheid is vooral welkom als je tv-kijkt in een zonovergoten woonkamer met veel grote ramen. Of bijvoorbeeld als je van plan bent het WK vanuit de tuin te volgen. In dergelijke extreme situaties kan de helderheid van oledtelevisies nog net wat tekortschieten.
Al die helderheid komt wel tegen een prijs. Het grootste probleem zijn de zogenaamde halo's: lichte kringen rond heldere objecten op een donkere achtergrond. Deze lichtwolken blijven bij dit Hisense-model vrijwel altijd zichtbaar, zelfs overdag in een goed verlichte kamer. Door het hoge aantal dimmingzones zijn die halo's net iets kleiner dan bijvoorbeeld bij de TCL C8K. Maar de C8K weet die lichtwolken alsnog beter te onderdrukken, waardoor ze veel minder in het oog springen.
De U8Q gebruikt een quantumdotfilter voor een groot kleurbereik en een VA-paneel om het contrast extra aan te zetten. Dat is een gangbare combinatie voor high-end miniledtelevisies. Ook bij de TCL C8K zie je dit terug. Het nadeel van VA-panelen is hun beperktere kijkhoek. Onder een hoek van 45 graden oogt het beeld wat donkerder, al blijft de kleurweergave aardig overeind. Voor miniledbegrippen is dit niet slecht, maar oledtelevisies presteren veel beter onder een krappere kijkhoek.
Karig appaanbod en reclame in het homescherm
Het smart-tv-systeem Vidaa OS werkt vlot, maar heeft een beperkt appaanbod. Apps van Nederlandse providers zoals Ziggo, KPN en Tele2 ontbreken, net als Spotify. Het storendst zijn de advertenties in het hoofdmenu. Je wordt niet alleen geconfronteerd met aanbevelingen voor films en series, maar ook met reclame, zoals Black Friday-deals van Booking.com.
:strip_exif()/i/2008189534.jpeg?f=imagenormal)
Ook de afstandsbediening is niet helemaal gespeend van reclame, in de vorm van opvallende snelknoppen naar de bekende streamingdiensten. Dit soort toetsen vind je tegenwoordig bij elk tv-merk. De Hisense-bediening oogt luxer dan hij aanvoelt. Het materiaal lijkt op geborsteld aluminium, maar is eigenlijk plastic. De knoppen voelen wel voldoende stevig aan en de nummertoetsen zijn in dit geval nog gewoon aanwezig. Het apparaatje werkt op een ingebouwde accu die je oplaadt via USB-C of met de zonnelader onder de knoppen.
Op papier heeft Hisense het geluid goed voor elkaar. De tv beschikt over een 4.1.2-speakeropstelling met twee drivers die geluid via het plafond laten kaatsen voor hoogte-effecten. Bovendien zijn de woofers zo afgesteld dat ze basgeluiden luider en krachtiger weergeven dan we van tv-woofers gewend zijn. Daardoor komt er een ruimtelijke en krachtige sound uit.
Helaas is de tv-behuizing hier onvoldoende op berekend. Stevige bastonen laten de achterplaat trillen en de resulterende resonantie zorgt alsnog voor een beroerde klank. Een soundbar of losse speakerset is daarom aan te bevelen. Mocht je toch de tv-speakers gebruiken, dan kun je het volume van basgeluiden beter een flink stuk terugschroeven via de equalizer in de instellingen.
Uitstekend voor gaming
Gamers worden wel op hun wenken bediend. Alle drie de HDMI-poorten ondersteunen vrr-beelden tot 165 hertz. Moderne tv's hebben doorgaans vier HDMI-poorten aan boord, maar bij de U8Q heeft de vierde HDMI-poort plaatsgemaakt voor een speciale USB-C-poort met DisplayPort-ondersteuning. Deze poort is primair bedoeld om je laptop snel op de tv aan te sluiten. Het is de eerste tv op de Europese markt die over zo'n aansluiting beschikt.
Over de beeldverwerking heb ik niet veel te klagen. Vooral de verbeterde hdr-tonemappingfunctie is welkom. Deze weet het detailniveau in donkere scènes op te krikken, zonder dat er storende lichtwisselingen te zien zijn bij overgangen tussen heldere en donkere scènes. Stel je de ruisreductie in op laag, dan weet de tv de meeste colourbanding netjes in de kiem te smoren. Alleen in de lastigste testbestanden waren nog kleurstroken te ontdekken.
Ook hoef je bij deze tv niet te kiezen tussen Dolby Vision en HDR10+, zoals bij Samsung of LG. Beide standaarden worden ondersteund, net als HDR10 en HLG. Ook op audiovlak heeft Hisense niet beknibbeld op licenties. De tv ondersteunt Dolby Atmos én DTS:X. Lossless geluidsindelingen zoals Dolby TrueHD en DTS-HD Master Audio ontbreken wel op de lijst met ondersteunde formaten.
LG G5
De LG G5 is een van de oledtopmodellen van LG uit 2025. Het nieuwe 4-stackoledpaneel van LG Display lost enkele problemen op waar woledtelevisies traditioneel last van hebben, zoals een lagere fullscreenhelderheid en verlies van verzadiging bij weergave van zeer heldere tinten. De G5 kan het hele scherm een stuk helderder laten oplichten dan zijn voorganger, zowel in sdr- als in hdr-modus. Daardoor blijft het beeld op deze tv veel beter zichtbaar als je er overdag in een lichte kamer naar kijkt. Beelden van een sneeuwlandschap zien er bijvoorbeeld echt wit uit, in plaats van grauw en grijzig.
De miniledmodellen in deze round-up kunnen weliswaar nóg meer licht uitstralen, maar de kloof tussen oled en miniled is wel een stuk kleiner geworden. Voor de gemiddelde woonkamer is de G5 licht genoeg. Heb je echt veel grote ramen in je woonkamer (en kijk je vooral overdag tv), dan kán een goed miniledmodel een betere keuze zijn.
:strip_exif()/i/2008189552.jpeg?f=imagenormal)
Kijk je veel tv in een lichte ruimte, dan moet je ook rekening houden met reflecties op het scherm. LG voorziet al zijn luxe tv's van een antireflectiefilter dat elk jaar een tikkeltje beter wordt, maar het blijft een glossy glasplaat waar je naar zit te kijken, waardoor lichtbronnen vrij storende reflecties kunnen opleveren. Vind je dat erg storend, dan kun je ook de Samsung S95F overwegen. Die tv heeft een mat paneel, waarin reflecties meer worden uitgesmeerd. Reflecties storen daardoor minder snel, al kan zwart op dit paneel er in een lichte ruimte eerder grijs uitzien. Van dat laatste heeft de G5 dan weer geen last.
Uitstekende beeldkwaliteit en nette beeldverwerking
De beeldkwaliteit van de G5 is uitstekend. Zeker in de goed gekalibreerde Filmmaker-modus geeft de tv kleuren en grijstinten weer zoals ze bedoeld zijn. Mede dankzij de perfect diepe zwartweergave spatten die kleuren van het scherm. Ook de beeldverwerking is van hoog niveau. De tv gebruikt LG's α11 Gen2-processor voor beeld- en geluidsverwerking. Deze weet al onze testcontent met 24, 25, 30, 50 en 60 fps juddervrij op het scherm te toveren.
De Cinematografische Beweging-instelling helpt filmbeelden van 24, 25 of 30 fps iets vloeiender weer te geven, zonder het gevreesde soapopera-effect dat ontstaat door normale beeldinterpolatie. Snelle sportuitzendingen kunnen baat hebben bij de Vloeiende Beweging-preset die snelle bewegingen scherper laat lijken, opnieuw zonder duidelijk zichtbare artefacten. Dat is een mooie opsteker voor de vele voetbalwedstrijden in de komende weken.
Een nieuwe beeldfunctie die het vermelden waard is, is 'Filmmaker Mode omgevingslicht'. Zoals de naam doet vermoeden, biedt deze optie specifiek voor de filmmakerbeeldstand de mogelijkheid om de gammacurve aan te passen als de lichtsensor van de tv veel omgevingslicht opvangt. Het resultaat is dat vooral de middentonen dan een boost krijgen, waardoor het beeld ook overdag goed zichtbaar is. Deze functie werkt in de praktijk goed. Vooral bij hdr-scènes die relatief donker zijn, helpt hij om ook overdag alle details goed te kunnen zien.
:strip_exif()/i/2008189554.jpeg?f=imagenormal)
Vier HDMI-poorten voor 165Hz-gaming, maar geen HDR10+
De LG G5 is ook een uitstekende keuze voor wie graag een spelletje speelt, zeker als je meerdere gamesystemen in je woonkamer hebt staan. Gamebeelden van XBOX Series X en PlayStation 5 worden moeiteloos afgespeeld met een variabele refreshrate (vrr) van maximaal 120Hz. De beelden van je game-pc kan de tv zelfs met maximaal 165Hz tonen. Bovendien kunnen alle vier HDMI-poorten overweg met die 165Hz-vrr-signalen, zodat je geen kabels hoeft te verwisselen als je van de ene naar de andere console switcht.
:strip_exif()/i/2008189556.jpeg?f=imagenormal)
Hoewel de G5 een uitstekende tv is voor zowel sdr- als hdr-content, ondersteunen LG-tv's niet álle hdr-standaarden. De gangbaarste indelingen – HLG, HDR10 en Dolby Vision – geeft de G5 prima weer, maar de tv kan niet overweg met HDR10+. Vind je het belangrijk dat je nieuwe tv álle hdr-standaarden ondersteunt, dan ben je aangewezen op Hisense, Philips, Sony of TCL.
Je zou het misschien niet zeggen bij zo'n slanke tv, maar de G5 heeft vier luidsprekers en twee woofers aan boord waar nog knap wat geluid uit komt. De televisie geeft geluiden mooi ruimtelijk weer. De twee woofers zorgen niet bepaald voor diepe bassen, maar weten lage tonen wel van voldoende detail te voorzien. Voor een nieuwsuitzending of talkshow zijn de speakers zeker voldoende, maar wil je echt opgaan in je films, series en games, dan is een apart geluidssysteem of soundbar geen overbodige luxe.
Helaas heeft de G5 geen ondersteuning voor DTS-indelingen; speel je een lossless DTS-signaal af via de interne mediaspeler of een extern apparaat via ARC, dan wordt de audio omgezet naar een lossy formaat.
:strip_exif()/i/2008189558.jpeg?f=imagenormal)
Afstandsbediening heeft nummerknoppen ingeleverd
LG voorziet al zijn smart-tv's van het besturingssysteem webOS. Dit is een van de fijnere smart-tv-systemen, met een grote keur aan beschikbare apps. Alle grote streamingdiensten uit binnen- en buitenland worden ondersteund, al is het met het oog op de naderende Grand Prix van Nederland wel jammer dat de F1 TV-app niet beschikbaar is.
Hoewel LG je via webOS graag allerlei contentaanbevelingen voorschotelt, kun je die vorm van reclame via de instellingen eenvoudig uitschakelen. Ook is het prima mogelijk om de tv dom te gebruiken of simpelweg geen internetverbinding in te stellen. Hoewel webOS ook allerlei AI-functies biedt, stellen die in Nederland en België nog weinig voor. Wel is het goed om te weten dat je tot en met 2029 gegarandeerd updates krijgt naar de nieuwste versie van webOS.
:strip_exif()/i/2008189560.jpeg?f=imagenormal)
De G5 wordt geleverd met de nieuwe AI Magic Remote. Deze is platter en compacter dan zijn voorganger. In plaats van de licht opbollende knoppen op de oude bediening heeft de nieuwe remote knoppen met een vlakke bovenkant en ook de richtingstoets is nu vlak. De afstandsbediening voelt daardoor heel anders aan.
De grote volume- en zapknoppen hebben plaatsgemaakt voor compacte knoppen die je omhoog en omlaag kunt kantelen. De nummer- en kleurknoppen zijn vervangen door een 123-knop. Daarmee open je een schermmenu waarin je getallen en kleuren kunt kiezen. De compactere AI Magic Remote werkt op twee AAA-batterijen in plaats van de twee dikkere AA-batterijen die in zijn voorganger gingen.
LG G6
De LG G6 lijkt uiterlijk en technisch sterk op de G5 hierboven. De tv gebruikt een doorontwikkelde versie van LG's 4-stackoledpaneel, waarmee de piekhelderheden weer net iets hoger liggen. De speakers zijn iets anders afgesteld, waardoor het geluid wat warmer klinkt.
De grootste troefkaart van de G6 is echter zijn nieuwe beeldchip, de Alpha 11 Gen3. Dit is de eerste tv-soc die op 6nm is geproduceerd. Dat levert flinke energiebesparingen op. Afhankelijk van de test gebruikt de G6 16 tot 28 procent minder energie dan zijn voorganger. Daarmee is het ook de zuinigste 65"-tv die we ooit hebben getest.
:strip_exif()/i/2008189548.jpeg?f=imagenormal)
De nieuwe chip zou ook krachtiger zijn. Zo maakt de G6 de sprong van 10bit- naar 12bit-beeldverwerking. Je ziet dit duidelijk aan de verminderde colourbanding. De G5 had – net als alle andere oledtopmodellen tot dusver – nog zichtbaar moeite om lastige kleurverlopen vloeiend weer te geven. Vooral in donkere scènes kon dat duidelijk afgetekende kleurstroken opleveren, die je niet simpelweg kon wegpoetsen door de optie 'Soepele gradatie' op de laagste stand in te schakelen.
Soepele kleurverlopen dankzij twee extra bitjes
Die extra 2bit maakt echt verschil. In plaats van 1024 niveaus om gradaties te tonen, heeft de G6 er nu 4096; vier keer zoveel dus. Daarmee worden de meeste kleurverlopen, ook in donkere scènes, veel soepeler weergegeven. In de lastigste situaties kan het nodig zijn om 'Soepele gradatie' alsnog te activeren, maar in dit geval weet de lage setting wel de laatste plooien glad te strijken. Voor heldere details wordt nóg een extra bit gebruikt, waardoor rond de felste highlights net wat meer detail zichtbaar is.
Een goed voorbeeld is de duikscène in The Green Knight. Hoewel de foto's zelf wat kleurstroken introduceren, is duidelijk te zien dat de G5 (links op de foto's, zowel boven als onder) een onbedoelde donkere ring laat zien rond de lichte gloed rechtsboven. De G6 geeft op die plek wél een egaal kleurverloop weer.
Verder erft de G6 de toch al goede beeldverwerking van de G5. De tv presteert prima met zijn de-interlacing en upscaling. LG's beeldinterpolatie voor 24p-content, TruMotion, werkt ook nog steeds goed genoeg. De laagste setting levert duidelijk minder stutter op. Vind je dat nog niet soepel genoeg, dan kun je kiezen voor standje 'Natuurlijk' of 'Vloeiend'. Hoe agressiever de setting, hoe vaker je beeldfouten zult zien. In de praktijk zijn die beeldfouten relatief beperkt en niet zo storend. Maar als er heel veel tegelijk gebeurt in beeld, dan kunnen de TruMotion-algoritmes nog weleens struikelen.
Alternatieve homepage en instrumentale AI-muziek
Voor zijn smartfuncties draait de G6 de nieuwste versie van LG's webOS, webOS 26. Die versie komt dit jaar ook naar LG's 2025-modellen. In vergelijking met vorig jaar zijn er kleine wijzigingen te bespeuren, zoals het nieuwe My Page, een soort alternatieve homepage met agenda- en klokwidgets. Ook is er een nieuwe Home Hub-overlay die sneller opent dan de vrij logge, bestaande Home Hub.
Op de G5 werd al de mogelijkheid geïntroduceerd om AI-afbeeldingen te laten genereren. Daar komt dit jaar (instrumentale) AI-muziek bij. Dit zijn geinige extraatjes die echter niet veel om het lijf hebben. Je kunt wekelijks tien keer gratis muziek laten genereren, maar voor AI-afbeeldingen moet je een account hebben op LG's Gallery+-service. Die service kost 6 euro per maand en laat je ook bestaande kunstwerken op het scherm toveren, een beetje zoals bij de bekende Samsung The Frame-serie.
Verder zijn de verschillen tussen de G5 en G6 klein. De nieuwere tv is wel nog iets beter ontspiegeld; reflecties ogen wat zachter dan op de G5. Bovendien krijgen witte reflecties een donkerdere, roodpaarse tint, wat ik minder storend vind tijdens het kijken. Het verschil is duidelijk te zien en geeft de G6 in lichte woonkamers een klein extra voordeel boven de G5.
Naast beter onderdrukte reflecties zien we ook andere prestaties onder een kijkhoek. Het scherm van de G5 oogde onder een hoek een klein stukje donkerder en kon een beetje een paarse tint krijgen. De G6 wordt minder donker als je er onder een hoek naar kijkt. Daardoor is zijn lichte groene zweem onder een kijkhoek wel wat opvallender. Dit zie je echter alleen goed als de tv veel wit toont; bij normale content zul je je hieraan niet storen.
:strip_exif()/i/2008189618.jpeg?f=imagenormal)
Reflecties van witte lichtbronnen ogen op de G6 (rechts) iets doffer dan op de G5 en hebben een roodpaarse tint.
Aan de muur of op tafel
De G6 is net zo slank als zijn voorganger en daarmee ideaal om aan de muur te hangen. Afhankelijk van het G-nummer achter de modelnaam vind je een wandbeugel of tafelstandaard in de doos. Die met wandbeugel heet G67 of G68, die met voet heet G69.
Welke afstandsbediening je erbij krijgt, hangt ook af van het G-nummer. Wij testten de G69, waarbij de AI Magic Remote de klassieke LG-vorm én cijfertoetsen heeft. Ook bij de G68 wordt deze afstandsbediening geleverd. Bij de G67 krijg je echter de modernere, plattere AI Magic Remote zónder nummer- en kleurcodeknoppen; deze is vrijwel gelijk aan de afstandsbediening van de G5, maar dan met een extra programmeerbare knop. Daaraan kun je bijvoorbeeld een HDMI-ingang of een bepaalde app koppelen.
Zelf heb ik een lichte voorkeur voor de eerste afstandsbediening en dan niet alleen vanwege de fysieke nummertoetsen. Door zijn rondere vormen en duidelijke greep voelt de bewegingsgevoelige bediening simpelweg fijner aan dan met de kaarsrechte G67-remote. In elk geval werken beide zapstokken op twee meegeleverde AA-batterijen.
Philips OLED910 en OLED950
Uiterlijk lijkt de Philips OLED910 sterk op zijn voorganger uit 2024. Onder het scherm zit een geïntegreerde soundbar van Bowers & Wilkins, die samen met een woofer aan de achterkant zorgt voor goed geluid met een breed stereobeeld. De bassen uit de woofer gaan hierbij niet heel diep, maar dit kun je eventueel oplossen door een losse subwoofer aan te sluiten. De tv heeft daarvoor een analoge subwooferaansluiting aan boord.
:strip_exif()/i/2008189642.jpeg?f=imagenormal)
Het frame rond het scherm is verwaarloosbaar dun en de tv staat op twee metalen pootjes. De tv heeft een aluminium behuizing die stevig aanvoelt en is voorzien van vierzijdig Ambilight. Die Ambilight-verlichting is misschien wel de grootste onderscheidende factor in vergelijking met andere oledmodellen zoals de LG G5 en Samsung S95F. Achter op de tv zitten vier ledstrips die de muur achter de tv laten oplichten in de kleuren van het beeld. Dit verhoogt de sfeer tijdens het kijken en is vooral bij gamen een echte aanwinst. Je kunt van alles instellen aan de verlichting, zoals de kleur, snelheid en intensiteit.
Nieuw dit jaar is de Ambilight AI-functie. Deze past de intensiteit en snelheid van het licht automatisch aan op de content die je kijkt. Ook zijn er verschillende scènes beschikbaar, zoals een haardvuur of bosomgeving, waarbij het licht en geluid samenkomen.
:strip_exif()/i/2008189644.jpeg?f=imagenormal)
Formaatagnostisch, maar slechts 2x HDMI 2.1
Een ander groot verschil met de populaire G5 en S95F is dat de OLED910 formaatagnostisch is. Dat geldt voor hdr-standaarden; HDR10, HDR10+, HLG en Dolby Vision worden allemaal ondersteund. Maar het geldt ook voor audio: de tv heeft licenties voor Dolby- én DTS-indelingen. Lossless indelingen zoals DTS-HD Master Audio of Dolby TrueHD ontbreken echter.
Een nadeel is dat de OLED910 slechts twee HDMI 2.1-poorten heeft die 4k-beelden met hoge framerates kunnen doorgeven. De overige twee HDMI-aansluitingen zijn beperkt tot 60Hz. Sluit je een soundbar aan via de eARC-poort, dan blijft er nog maar één snelle poort over. Dat betekent dat je poorten tekortkomt als je meerdere 120Hz-spelcomputers hebt.
Technisch lijkt de 910 verder sterk op de LG G5. Dat komt doordat TP Vision, de Chinese fabrikant van tv's met de Philips-merknaam, hetzelfde 4-stackoledpaneel van LG Display gebruikt. De aansturing is net even anders; zo noteerden we bij de 910 de hoogste sdr-helderheden die we ooit gemeten hebben op oledtelevisies.
Daarnaast vinden we dat de 910 onder een kijkhoek iets beter presteert dan de G5: het paneel wordt dan minder donker en boet nauwelijks in aan kleurintensiteit. Het antireflectiefilter presteert juist weer erg vergelijkbaar met dat van de G5.
En nu we toch de verschillen met de G5 aan het opsommen zijn: de 910 gebruikt Google TV voor zijn smartfuncties. Dit platform biedt misschien wel de ruimste keur aan apps. We vinden er alle grote regionale en wereldwijde streamingdiensten. Bovendien is Google TV het enige smartsysteem waarop formule 1-liefhebbers de F1TV-app kunnen installeren.
:strip_exif()/i/2008189646.jpeg?f=imagenormal)
Afstandsbediening zonder nummerknoppen ... of toch niet?
De beeldverwerking van de 910 is dik in orde. Interlaced content wordt correct weergegeven en ook de ingebouwde motion compensation levert goed werk af. De tv heeft prima upscaling en ruisonderdrukking, zowel voor kleurovergangen als compressieruis. Alleen in de lastigste testscènes zijn nog milde kleurstroken te ontdekken.
Het is aan te raden om deze ruisonderdrukking op een laag niveau ingeschakeld te houden, omdat de tv anders de neiging heeft om wat blok- en kleurstrookvorming te laten zien in donkere beelden. Gelukkig weet de ruisonderdrukking die probleempjes prima weg te poetsen.
TP Vision levert een afstandsbediening mee zonder fysieke nummerknoppen, net als Samsung en Sony. Waar je bij die andere bedrijven de gewenste nummers met een cursor op het scherm mag selecteren, zijn de nummerknoppen door TP Vision ondergebracht in het richtingsknoppeneiland. Je moet ze alleen even activeren via een druk op de 123-knop. Bovendien zijn de kleurcodeknoppen nog gewoon op de Philips-bediening te vinden. Druk je op de 123-knop, dan veranderen die knoppen in mediabedieningsknoppen.
Dankzij de ingebouwde bewegingssensor lichten de toetsen automatisch op zodra je de afstandsbediening oppakt. Die knoppen zijn stuk voor stuk erg compact, maar laten zich prima bedienen. Ik vind de afstandsbediening lekker in de hand liggen, maar de randen kunnen wat scherp aanvoelen. De bediening draait op een ingebouwde accu die je via USB-C kunt opladen.
OLED950: alternatief voor gamers
De Philips OLED950 is het luxere broertje van de 910. De tv gebruikt hetzelfde oledpaneel en heeft dezelfde vierzijdige Ambilight-variant aan boord, maar beschikt over een dubbele beeldprocessor voor net wat krachtigere beeldverwerking.
Dat levert de 950 extra beeldfuncties op die bijvoorbeeld hdr-highlights extra kunnen aanzetten. Ook is de onderdrukking van kleurstroken en compressieblokken op de 950 nog net een tikkeltje beter.
Vooral gamers profiteren van de extra rekenkracht. Die levert extra opties op in het gamebarmenu. Zo kun je de schaduwen in zestien stappen lichter maken, in plaats van vier op de 910. Ook kun je het midden van het scherm uitvergroten of de omtreklijnen in gamebeelden extra verduidelijken.
Daar staat tegenover dat de 950 geen ingebouwde soundbar heeft, maar gewoon vier downfiringspeakers. Het geluid uit deze tv klinkt daardoor minder vol en ruimtelijk dan dat van de 910. De 950 is dan ook echt bedoeld voor tv-kijkers die een extern audiosysteem gebruiken voor optimaal geluid. Bij introductie was de 950 nog een flink stuk duurder dan de 910, maar dat prijsverschil is inmiddels sterk geslonken.
:strip_exif()/i/2008189648.jpeg?f=imagenormal)
De Philips OLED950 moet de geïntegreerde soundbar van de OLED910 missen.
Samsung S95F
De Samsung S95F is Samsungs oledtopmodel voor 2025 en de enige oled-tv uit dat jaar die over een mat paneel beschikt. Dit jaar krijgen niet alleen de nieuwe topmodellen – de S95H en S99H – zo'n matte afwerking, maar ook het model eronder, de S90H. Die 2026-modellen hebben we helaas nog niet kunnen testen.
Die matte 'Glare Free'-afwerking maakt van de S95F een bijzondere oledtelevisie. Oled-tv's beschikken traditioneel over een glossy afwerking, zoals nog steeds het geval is bij LG, Philips en Sony. De fabrikanten plaatsen weliswaar een antireflectielaag op de glasplaat, maar die kan niet helemaal voorkomen dat lichtbronnen storende reflecties laten zien.
:strip_exif()/i/2008189650.jpeg?f=imagenormal)
Dat is jammer, want oleds staan ook bekend om hun perfecte zwartwaarden. Maar juist in die gitzwarte vlakken in beeld zijn reflecties extra goed te zien. Dat ondermijnt dat voordeel van die uitmuntende zwartweergave een beetje, zeker als je kijkt in een lichte kamer. Door Samsungs matte afwerking speelt dat probleem bij de S95F een stuk minder.
De Glare Free-technologie gebruikt een soort diffusiefilter dat het invallende licht verspreidt over een groter oppervlak. Daardoor zijn reflecties van ramen en lichtbronnen veel minder zichtbaar. Het resultaat is een egaler beeld dat rustiger kijkt.
Mat paneel met plussen en minnen
Maar er zijn ook nadelen ten opzichte van glossy oleds. Zo laat invallend licht bij matte schermen juist het hele scherm een beetje oplichten, in plaats van dat je een scherpe reflectie ziet op een klein oppervlak.
Vooral overdag, onder heldere omstandigheden, zorgt dit ervoor dat zwart niet meer helemaal diepzwart is. Een ander minpunt is dat de beeldscherpte iets afneemt, omdat het matte filter het licht verstrooit. Dat effect speelt vooral op subpixelniveau; op normale kijkafstand zie je hier eigenlijk niets van.
:strip_exif()/i/2008189652.jpeg?f=imagenormal)
De S95F op een zonnige dag in een lichte ruimte, met de lamp links op het scherm gericht.
Samsungs Glare Free-oplossing debuteerde op de S95D uit 2024. Bij de S95F is die matte afwerking duidelijk verbeterd. De tv onderdrukt hotspots van invallend licht nog beter en lijkt meer licht te absorberen. Je ziet nog altijd dat het paneel iets oplicht bij veel invallend (zon)licht, maar minder dan bij zijn voorganger.
In een verduisterde ruimte, zonder direct licht op het scherm, is zwart bij de S95F vanzelfsprekend diepzwart, want net als bij alle andere oleds lichten de pixels alleen op als ze worden gebruikt.
Door de afgetekende plus- en minpunten is het onmogelijk om een objectieve 'winnaar' aan te duiden tussen glossy en mat. Dit hangt echt van je kijkomstandigheden en persoonlijke voorkeuren af. In de regel is mat een betere keuze voor wie veel overdag kijkt, terwijl glossy zich beter leent voor wie vooral 's avonds kijkt of overdag de gordijnen sluit om op te gaan in een film.
:strip_exif()/i/2008189654.jpeg?f=imagenormal)
QD-oled versus woled: minimale verschillen
De meeste oledtelevisies op de markt gebruiken een woledpaneel van LG Display, maar de S95F is voorzien van een quantumdotoledpaneel van Samsung Display. Dat geldt voor de 55"-, 65"- en 77"-versies. De grotere 83"-versie wordt geleverd met hetzelfde 4-stackoledpaneel als bij de G5, omdat Samsung Display zelf geen panelen maakt in dat formaat.
Uit onze metingen blijkt dat het QD-oledpaneel in de geteste 65"-versie van de S95F niet heel veel verschilt van LG's 4-stackpaneel. De S95F en G5 halen vergelijkbare piekhelderheden, zoals je verderop kunt lezen. Maar woled gebruikt een extra witte subpixel om de helderheid te verhogen. Dat beïnvloedt de kleurverzadiging licht bij een hogere helderheid. QD-oledpanelen hebben daar geen last van. LG heeft dat probleem met de nieuwe 4-stackpanelen grotendeels opgelost, maar er blijft een klein verschil zichtbaar tussen beide technologieën.
De kijkhoeken van de S95F zijn uitstekend. Ook van opzij bekeken blijft de kleurweergave vrijwel onveranderd; wel neemt de helderheid iets af. Opvallend is dat het scherm onder een extreme kijkhoek toch weer wat kan spiegelen, waardoor het matte effect deels verloren gaat.
Prima voor sport, maar niet voor Dolby Vision
Voor beeldverwerking heeft Samsung de S95F van een nieuwe chip voorzien. Vooral de upscaling van sd- en hd-beeldmateriaal naar 4k is daardoor een stukje beter geworden. Over de andere vermeende verbeteringen zijn we kritischer. De motion handling van de S95F is goed, maar niet zichtbaar beter dan bij de S95D.
Beeldinterpolatie blijft duidelijke beeldfouten opleveren, vooral als je het agressief toepast bij 24-, 25- en 30Hz-materiaal. De bewegingsscherpte bij 50- en 60Hz-beelden is wel uitstekend, wat de S95F zeer geschikt maakt voor sport.
Vooral bij hdr-content, die op highlights na vaak donker is gemasterd, is de dynamische tonemapping in de praktijk echt de moeite waard. Voor hdr-weergave ondersteunt de S95F HLG, HDR10 en HDR10+, maar Dolby Vision ontbreekt. Bij streamingdiensten en ultra-hd-blu-rays met Dolby Vision valt de S95F daardoor terug op 'gewoon' HDR10. De tv mist dan de dynamische metadata die helpt om het beeld per scène te optimaliseren.
:strip_exif()/i/2008189660.jpeg?f=imagenormal)
Zoals we van Samsungs tv's gewend zijn, gebruikt ook de S95F Tizen als smart-tv-systeem. Op wat kleine aanpassingen na is de interface eigenlijk ongewijzigd ten opzichte van vorig jaar. Het hoofdscherm heeft drie tabbladen voor Ontdekken (met aanbevolen streams), Live en Apps.
Tizen biedt apps voor alle grote internationale en Nederlandse streamingdiensten. De ingebouwde mediaspeler kan overweg met de meeste gangbare audio- en videoformaten, inclusief Dolby Atmos, maar ondersteuning voor DTS-geluid ontbreekt.
Samsung levert bij de S95F dezelfde compacte afstandsbediening als in voorgaande jaren. Deze heeft een ingebouwde accu. Aan de achterzijde zit een zonnepaneel waarmee hij opgeladen kan worden. De kleine afstandsbediening heeft maar weinig knoppen en helemaal geen nummertoetsen.
Dat kan de bediening wat omslachtig maken. Zo kun je het instellingenmenu niet met één druk op de knop openen; daarvoor moet je altijd eerst een extra stap uitvoeren. Ook het invoeren van zendernummers wanneer je lineaire tv kijkt, gaat minder eenvoudig.
Een aardige gimmick is dat je de tv nu ook met handbewegingen kunt besturen als je een Samsung Galaxy Watch hebt. Uit onze test blijkt dat dit redelijk werkt, maar niet zo goed dat je het in de praktijk vaak zult gebruiken.
Vier snelle HDMI-poorten en redelijke speakers
De tv is uitstekend geschikt voor gaming. Je hebt de beschikking over vier volwaardige HDMI-poorten met vrr-ondersteuning tot 165Hz. Die 165Hz is alleen van toepassing voor pc-gamers. Sluit je een XBOX Series X of PlayStation 5 aan, dan ligt het maximum op 120Hz. Goed nieuws voor pc-gamers met een Nvidia-videokaart is dat de S95F ook beschikt over Nvidia G-SYNC.
Die aansluitingen zijn verwerkt in een extern kastje dat je met een kabel van 30cm of 240cm op de tv aansluit. In die One Connect Box zijn niet alleen alle aansluitingen verwerkt, waaronder de stroomaansluiting, maar ook alle chips en logica voor de beeldverwerking. Daardoor is het scherm erg dun. Net als bij zijn voorgangers meten we over het hele oppervlak een dikte van 11mm.
Samsungs Game Bar-menu heeft een kleine visuele update gekregen. Je kunt er presets voor verschillende gametypes kiezen, waarbij het beeld steeds iets anders wordt afgesteld. Verder biedt het gamemenu informatie over resolutie, framesnelheid, hdr en vrr.
Je kunt ermee inzoomen op een deel van het beeld. Zo kun je een eventuele onscreenminimap groter weergeven. Ook kun je dat deel van het scherm spiegelen naar een ander apparaat, zoals een tablet. Ten slotte kun je via de Game Bar een 'virtueel richtpunt' in het midden van het beeld toveren.
De S95F beschikt over hetzelfde 4.2.2-speakersysteem als zijn voorganger. Hiermee klinkt de S95F redelijk, gezien hoe dun de tv is. Tegelijkertijd blijft het geluid matig voor een apparaat uit de topklasse. Vooral de basweergave blijft een zwak punt, want het gebrek aan klankkast is zelfs met de beste softwaretrucs niet volledig op te lossen.
De speakers zijn wel prima geschikt voor dagelijks tv-kijken. Zoals altijd geldt: als je écht goed geluid wilt, zul je moeten investeren in een goede soundbar met subwoofer of in een receiver met een set losse luidsprekers.
Sony Bravia 8 II
De Sony Bravia 8 II (spreek uit als 'mark two') is Sony's meest luxe oledtelevisie van het moment. De tv is alleen verkrijgbaar in 55" en 65" en stamt uit 2025.
De Bravia 8 II gebruikt hetzelfde oledpaneel als de hierboven beschreven Samsung S95F, maar Sony combineerde dit met een glossy afwerking. Het antireflectiefilter presteert vergelijkbaar met dat van de G5. Het scherm is daarmee goed ontspiegeld, maar reflecties ogen scherper dan op de matte S95F.
Het is een fraaie verschijning met een minimalistisch design en opvallende, platliggende pootjes aan weerszijden. Ze zijn vlak onder de behuizing gemonteerd, waardoor de ruimte tussen het beeld en het televisiemeubel erg klein is. Dat ziet er strak uit, maar is niet zo handig als je een losse soundbar wilt gebruiken. Gelukkig kun je de Bravia 8 II ook wat hoger op de poten bevestigen. Er past dan net een 95mm hoge soundbar tussen.
Bekijk je de tv van opzij, dan valt vooral op hoe dun die is. Nergens is het toestel dikker dan 27mm en op de dunste punten maten we zelfs een bescheiden 6mm. Verder heeft het apparaat een luxe afwerking met veel metaal, ook in de pootjes. Alleen de afdekplaat aan de achterkant is van plastic.
XR-processor levert uitstekend werk
De kijkhoeken van de nieuwe Sony zijn erg goed. Bij de LG G5 zagen we dat grijstinten onder een hoek een licht geel-groene kleurtint kregen, maar bij de Bravia 8 II konden we geen verkleuring zien. Ook het minimale helderheidsverlies onder een hoek valt niet of nauwelijks op.
Houd er wel rekening mee dat fel omgevingslicht bij Sony's QD-oledtelevisie kan zorgen voor een paarsige gloed over het beeld; daar hebben de S95F en G5 dan weer geen last van.
De Bravia 8 II beschikt over Sony's XR-processor voor beeldverwerking en die levert uitstekend werk. De upscaling van materiaal met een lagere resolutie resulteert in scherp en natuurlijk ogende beelden. Met Sony's Reality Creation-functie kun je dergelijke beelden desgewenst nog wat meer scherpte en diepte geven.
:strip_exif()/i/2008189662.jpeg?f=imagenormal)
Lastige kleurovergangen geeft de tv niet zo vloeiend weer als de nieuwere G6; in de laagste 'Soepele gradatie'-stand is bij deze Sony in lastige testscènes toch nog iets van kleurstrookvorming te zien. Die laatste restjes ongewenste colourbanding kun je eventueel verder wegpoetsen door voor de middelste stand te kiezen, maar dit gaat wel zichtbaar ten koste van fijne details in beeld.
Bewegingsinterpolatie heeft de tv goed voor elkaar. Snelle camerabewegingen bij lage framerates als 24- of 30fps kunnen standaard wat schokkerig ogen, maar met Sony's Motionflow-functie is dat effect prima glad te strijken. De Bravia 8 II heeft ook een uitstekende functie voor dynamische tonemapping voor hdr-beelden. Hiermee blijft witdetail in vrijwel alle gevallen goed behouden. Alleen in de lastigste scènes, en daar zijn er niet veel van, zijn nog uitgebeten highlights te zien.
:strip_exif()/i/2007841910.jpeg?f=imagenormal)
Kiezen tussen afstandsbedieningen
Sony voorziet zijn smart-tv's standaard van Google TV en dat is bij de Bravia 8 II niet anders. Google TV heeft een zeer uitgebreid appaanbod. Sony heeft standaard onder meer al een mediaspeler, webbrowser en de Remote Play-app voor PlayStation geïnstalleerd. Verder kun je ook gebruikmaken van Sony Picture Core, Sony's eigen ondemandstreamingdienst. Daarmee kun je films en series streamen met een hogere bitrate dan bij bekende diensten als Netflix, Prime Video en HBO.
In het homescherm en op andere pagina's schotelt het OS je graag reclame voor in de vorm van gepersonaliseerde contentaanbevelingen. Je kunt ook kiezen om algemene aanbevelingen te ontvangen of zelfs helemaal geen aanraders te zien.
Voor de bediening levert Sony niet één, maar twee remotes bij de tv. De ene mist nummer- en kleurcodeknoppen, maar heeft wel een microfoon aan boord voor spraakcommando's. Opvallend aan deze overwegend zwarte 'Eco Remote' zijn de blauwe spikkels: die moeten benadrukken dat de afstandsbediening voor 80 procent uit gerecycled plastic bestaat.
In tegenstelling tot een jaar geleden heeft deze remote ditmaal geen oplaadbare accu aan boord, maar draait hij op twee AAA-batterijen. Mogelijk heeft Sony daarom ook ervoor gekozen om de knopverlichting ditmaal weg te laten. Dat vinden we wel jammer.
De tweede bediening heeft wél alle knoppen, maar geen ingebouwde microfoon. Ook dit apparaatje werkt op twee AAA-batterijen. Het design van deze afstandsbediening is wat gedateerd en de knoppen voelen helaas sponzig aan.
Tegelijk gamen en walkthrough bekijken
Ook Sony's tv beschikt over een speciaal gamemenu. Dit onscreenmenu toont informatie over het huidige beeldsignaal en laat je eenvoudig de instellingen voor vrr, motionblur en gamma aanpassen of een crosshair over het beeld plaatsen. Verder is er nu de optie om tijdens het gamen het scherm op te splitsen, zodat je in een tweede venster een YouTube-filmpje kunt afspelen. Dat is handig om live mee te kunnen spelen met walkthroughvideo's.
De tv beschikt over een Pentonic 1000-soc van MediaTek. Hiermee starten apps snel genoeg op. Ook in de instellingenmenu's reageert de tv doorgaans zonder haperingen op de afstandsbediening.
Die Pentonic 1000-chip brengt helaas ook beperkingen met zich mee, net als bij de Philips OLED910 en TCL C8K. De chip ondersteunt maar twee snelle HDMI 2.1-poorten, naast twee tragere HDMI-aansluitingen van 60Hz. Dat geldt ook voor de Bravia 8 II.
Die twee snelle poorten gaan in dit geval niet verder dan 120Hz. Dat is genoeg voor consolegamers, maar pc-gamers kunnen op veel andere high-end tv's ook voor 144Hz of zelfs 165Hz kiezen.
Game je op meerdere platforms, dan kan dat aantal van twee HDMI 2.1-poorten wat te karig blijken. Dat geldt zeker als je de arc-functie gebruikt om een soundbar of av-receiver aan te sluiten, want dan blijft er nog maar één HDMI-poort met volledige bandbreedte over. Wel geeft deze Sony in dat geval de meeste audioformaten goed door, inclusief lossless formaten als Dolby TrueHD en DTS-HD Master Audio.
Stemmen klinken uit het scherm
Zo'n externe audio-oplossing is geen overbodige luxe voor een meeslepende thuisbioscoopervaring. Het geluidssysteem van de Sony Bravia 8 II is echter prima voor je dagelijkse tv-uitzendingen. Voor zo'n dunne televisie is het geluid verrassend vol en ruimtelijk.
Achterop zitten twee bescheiden subwoofers plus twee sound-positioning tweeters, die het geluid via de muur achter de tv laten kaatsen voor een surroundeffect. Dit werkt best overtuigend en levert een lekker breed stereobeeld op. Reken er alleen niet op dat het geluid van achter je lijkt te komen, zoals bij een echt surroundsysteem.
Bovendien heeft de tv ingebouwde actuatoren die het scherm kunnen laten trillen om geluid voort te brengen. Hiermee komen stemmen letterlijk uit het scherm, alsof de tv de centerspeaker van je homecinemasysteem is. Sterker nog, je kunt de tv daadwerkelijk als centrale luidspreker gebruiken door hem via de mini-jackingang aan te sluiten op je versterker of (Sony-)soundbarsysteem.
TCL C8K en C9K
De TCL C8K is een van de 2025-topmodellen van de Chinese elektronicafabrikant. Technisch vertoont deze televisie de nodige overeenkomsten met de vergelijkbaar geprijsde Hisense U8Q. Zo heeft de C8K ook een miniledbacklight dat blauw licht uitstraalt, waarvan een deel door quantum dots wordt omgezet in rood en groen licht. En ook dit model gebruikt een VA-paneel om het contrast te boosten.
TCL's QD-miniled-tv heeft wel 18 procent minder dimmingzones dan de U8Q: 1680 in plaats van 2048. Dat maakt de U8Q in onze metingen vooral iets helderder, vooral in de hdr-modus. Daar staat tegenover dat de C8K blooming beter weet te onderdrukken. Zelfs in een verduisterde ruimte hadden we eigenlijk geen noemenswaardige last meer van lichtwolken rond heldere objecten op een donkere achtergrond.
:strip_exif()/i/2008189664.jpeg?f=imagenormal)
Alleen als we onder een hoek naar het scherm kijken, kunnen we vage blauwe halo's zien rond highlights op een zwart vlak. Voor zowel de Hisense als de TCL geldt echter: hoewel de tv's relatief veel zones hebben, zijn die nog steeds niet klein genoeg om bij een sterrenhemel de kleine sterren fel weer te geven op een diepzwarte achtergrond. Daarvoor heb je vooralsnog een oled-tv nodig.
Prima kijkhoekprestaties ... voor miniled
Het doorontwikkelde VA-paneel in de C8K heet officieel CrystGlow WHVA en komt van TCL's eigen paneelfabrikant CSOT. Het paneel presteert beter onder een krappe kijkhoek dan we bij de Hisense zien. Onder een hoek oogt het beeld iets donkerder dan recht van voren, maar minder donker dan op de U8Q. Ook boeten kleuren onder een kijkhoek minder in aan verzadiging. Daarmee zijn de kijkhoekprestaties nog niet helemaal van oledniveau, maar de C8K komt wel aardig in de buurt.
Het C8K-paneel is ongeveer even goed ontspiegeld als dat van de U8Q. Felle lichtbronnen zie je terug als scherp afgetekende reflecties, maar die spiegelingen ogen wat donkerder en vallen daardoor minder op dan in voorgaande jaren. Minder felle lichtbronnen leveren nog maar nauwelijks storende reflecties op.
Miniledtelevisies zijn vaak wat dikker dan oleds, maar de C8K is met pakweg 5cm alsnog behoorlijk slank. De tv is fraai afgewerkt met een smalle lijst. Binnen die lijst is bij moderne tv's nog een beeldloze rand van een halve centimeter te zien, maar die heeft TCL bij dit model vrijwel volledig weggewerkt. De tv staat op een stevige centrale voet, die zich niet laat draaien of in hoogte verstellen.
De afstandsbediening moet fysieke nummertoetsen missen. De snelknoppen voor streamingdiensten ogen minder schreeuwerig dan anders. Handig voor in het donker is de knopverlichting; sensoren laten de knoppen automatisch oplichten als je de afstandsbediening aanraakt. Hoewel dit logischerwijs gevolgen zal hebben voor de batterijduur, werkt de afstandsbediening nog wel gewoon op twee AAA-batterijen.
Slechts twee snelle HDMI-poorten, maar wel tot 288Hz
Voor smartfuncties is er Google TV, net als bij de Sony hierboven. Het OS draait soepel op de Pentonic 700-soc van de C8K. Apps en instellingen reageren vlotjes op onze input. Ook in dit geval is het aantal snelle HDMI-poorten helaas beperkt tot twee; de overige twee poorten houden het bij 60Hz. Een van de snelle poorten functioneert ook als (e)arc-aansluiting; sluit je hierop een soundbar of receiver aan, dan houd je dus nog maar één snelle poort over om op te gamen.
De HDMI 2.1-poorten ondersteunen vrr-signalen van maximaal 120Hz voor consoles of 144Hz voor pc. Pc-gamers kunnen zelfs overschakelen naar 288Hz, maar dan moeten ze wel de verticale resolutie halveren.
Ook TCL heeft zijn eigen gamebarmenu. Daarmee kun je een richtkruis in beeld toveren, schaduwen lichter maken, een fps-counter weergeven of profielen voor specifieke gamegenres activeren, elk met net even andere beeldinstellingen. Ook kun je een deel van het beeld uitvergroten, bijvoorbeeld om in te zoomen op een minimap in je game.
Voor het 6.2.2-kanaals speakersysteem heeft TCL aangeklopt bij Bang & Olufsen. Het resultaat mag er zijn, want de C8K is de best klinkende tv in deze test. Met zijn twee woofers levert de miniledtelevisie een indrukwekkende laagweergave. Twee omhooggerichte speakers maken dat Atmos-videostreams lekker ruimtelijk klinken. Een soundbar of extern speakersysteem kan de thuisbioscoopervaring zeker verrijken, maar ook zonder aanvullende luidsprekers staat de tv zeker zijn mannetje.
:strip_exif()/i/2007621722.jpeg?f=imagenormal)
Ondersteunt alle hdr-formaten
Voor beeldverwerking maakt de C8K gebruik van de eerdergenoemde Pentonic 700-processor in combinatie met TCL's AiPQ Pro-algoritmes. De beeldverwerking is goed op orde. Bij beelden met MPEG-compressie lukt het de tv aardig goed om blokjes weg te poetsen, al kan de C8K nog niet alle compressieruis verhelpen. Upscaling van beelden met een lagere resolutie of framerate werkt prima.
Strookvorming in kleurovergangen wordt vaak netjes onderdrukt met de instelling 'Superieure gradatie' op laag; lastige scènes kunnen dan nog wel problemen opleveren, maar de hogere settings gaan te veel ten koste van het beelddetail. Ook motion interpolation werkt naar behoren, maar het best stel je de optie 'Bewegingsduidelijkheid' in op laag, anders worden er beeldfouten zichtbaar. Voor 60Hz-sportbeelden werkt deze functie echter prima.
:strip_exif()/i/2008189670.jpeg?f=imagenormal)
Met HDR10, HDR10+, HLG en Dolby Vision ondersteunt de C8K alle gangbare hdr-formaten. Verder heeft TCL vorig jaar eindelijk een Filmmaker-beeldmodus toegevoegd. Deze stand, die we al kenden van andere tv-merken, levert zonder al te veel instelwerk een weergave die goed aansluit op wat de regisseur voor ogen had. Op de C8K is de beeldmodus redelijk afgesteld, maar niet perfect. Voor de meest natuurgetrouwe weergave moesten we de optie Gamma instellen op 2.2 en de Kleurtemperatuur op 4, in plaats van de standaardwaarde 5.
TCL C9K: voor als het nóg helderder mag
Ben je op zoek naar een zo helder mogelijke miniledtelevisie en is de prijs-kwaliteitverhouding minder van belang, dan kan de TCL C9K ook een interessante koop zijn. Deze tv is in grote lijnen gelijk aan de C8K, maar heeft op 65" 3024 individueel dimbare zones. Dat is 80 procent meer dan de 1680 localdimmingzones van de C8K. De tv behaalt daarmee nog hogere piekhelderheden, terwijl bloomingwolken nóg kleiner en onopvallender zijn. Met zijn hogere helderheid is de C9K echter ook een stuk minder zuinig met energie. De prijs ligt ondertussen 50 procent hoger dan bij de C8K: de 65" C9K kost zo'n anderhalfduizend euro.
:strip_exif()/i/2008189672.jpeg?f=imagenormal)
De TCL C9K heeft hetzelfde design als de C8K, maar ook 80 procent meer localdimmingzones.
Hdr-metingen
We beginnen onze metingen met de hdr-modus, want dat is waar de belangrijkste verschillen tussen de tv's zichtbaar worden. We doen onze hdr- en sdr-beeldmetingen met Portrait Displays' Calman Color Calibration-software in combinatie met onze SpectraCal C6-colorimeter, Jeti-spectrofotometer en een VideoForge Pro-signaalgenerator.
Hdr-helderheid
In bovenstaande helderheidsvergelijking zie je hoe fel de tv's kleine en minder kleine witvlakken weer kunnen geven. De helderheid van kleine vlakken laat zien hoe fel een tv kleine hdr-highlights kan weergeven, terwijl de rechterkant van de grafiek meer zegt over hoe helder het hdr-beeld als geheel kan worden weergegeven. Een tv met een hoge fullscreenhelderheid zal beter zijn mannetje staan in een goed verlichte kijkruimte.
Bij alle tv's zien we de helderheid inzakken als het witvlak groter wordt dan 10 procent van het scherm. Bijna alle oledtelevisies laten tot die 10 procent een rechte lijn zien, terwijl bij miniledtelevisies juist een stijgende lijn zichtbaar is. Sommige oledtelevisies, waaronder de nog gloednieuwe LG G6, zijn op een 1-procentsvenster helderder dan welke miniled-tv dan ook. Maken we de 'highlight' groter dan 2 procent van het totale schermoppervlak, dan zijn de geteste high-end minileds altijd helderder dan hun oledrivalen.
- Max. helderheid hdr full screen
- Max. helderheid hdr 5% window
- Gem. grijsafwijking zonder luminantie
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking zonder luminantie
- Dekking DCI-P3-kleurruimte
De hdr-grafieken hierboven onderstrepen nog maar eens dat miniledtelevisies (in het rood) voorlopig rondjes dansen om oledtelevisies (blauw) als het om pure helderheid gaat. Zelfs de gloednieuwe G6 scoort met zijn fullscreenhelderheid nog niet de helft van de veel goedkopere Hisense U8Q. Ook een 5-procentsvenster geven de minileds helderder weer, al zijn de verschillen hier kleiner.
De felste highlights krijg je met de TCL C9K, maar de Hisense is het felste toestel als we de helderheid op volledig scherm meten. De TCL C8K bungelt een beetje tussen die twee. Van de oled-tv's is de LG G6 duidelijk de helderste, al doen de andere oledtopmodellen er niet heel veel voor onder. Alleen de Sony Bravia 8 II blijft duidelijk achter, vooral met zijn fullscreenhelderheid.
Kleur- en grijsweergave in hdr-modus
De hdr-Filmmaker-modus is op de meeste televisies netjes afgesteld. Alle modellen scoren op zijn minst een dikke voldoende met hun grijsweergave en zes van de negen halen zelfs een (bijna) perfecte score. De kleurreproductie is ook erg netjes: dit doen alle geteste modellen goed tot zeer goed. Uitzondering is de Hisense U8Q; die vertoont in hdr-modus een zichtbare kleurafwijking, zeker voor geoefende kijkers. Klik onderstaand kader open voor een uitgebreidere vergelijking.
Uitgebreide hdr-metingen
In onderstaande grafieken zie je de hdr-prestaties vergeleken met andere tv-modellen. De oledtelevisies hebben een donkerblauwe (de tv's uit deze round-up) of lichtblauwe (extra vergelijkingsmateriaal) kleur. De miniledtelevisies die we in dit artikel bespreken hebben een rode kleur. Alternatieve modellen zijn oranje gemarkeerd.
- Max. helderheid hdr full screen
- Max. helderheid hdr 5% window
- Gem. grijsafwijking zonder luminantie
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking zonder luminantie
- Dekking DCI-P3-kleurruimte
Over onze metingen en ΔE-scores
Bij het doormeten van televisies voeren we met sdr- en hdr-signalen een serie grijs- en kleurmetingen uit om de kleurtemperatuur, de grijs- en kleurfouten, de helderheid en het contrast te bepalen.
We testen voor zowel onze sdr- als onze hdr-metingen vooraf welke beeldpreset het nauwkeurigste grijsverloop oplevert en kiezen die preset om de rest van onze tests uit te voeren. In het geval van de LG G6 is dat de Filmmaker-modus.
We geven alle televisies een eerlijke kans door alle (AI-)beeldoptimalisaties uit te schakelen, omdat deze de meetresultaten alleen maar verstoren. Opties zoals Dynamic Contrast en Live Colour leveren een intensere kleurbeleving op, maar ook verzadigingsfouten.
We meten de kleurechtheid in ΔE2000 en ΔE ITP. ΔE2000 is de norm die al decennialang wordt gebruikt om een indicatie te geven van de beeldprestaties. ΔE geeft aan in hoeverre de gemeten waarde afwijkt van de verwachte waarde. Voor ΔE2000 geldt als vuistregel dat waarden lager dan 3 als zeer goed en lager dan 1 als perfect worden gezien. Voor ΔE ITP ligt dat ongeveer een factor drie hoger: lager dan 9 is zeer goed en lager dan 3 is perfect.
ΔE2000 heeft echter beperkingen bij hdr, waardoor vaak onrealistisch lage (dus goede) scores worden behaald, terwijl de beeldfouten wel goed zichtbaar zijn. ΔE ITP lost dit op en weegt de kleurafwijking ook anders, waardoor kleuren die we snel herkennen als goed of fout, zoals huidtinten en planten, meer invloed hebben op de score dan bijvoorbeeld neonkleuren. De resultaten van ΔE2000 en ΔE ITP zijn hierdoor niet onderling vergelijkbaar.
Sdr-metingen
- Geoptimaliseerde helderheid Filmmodus
- Gem. grijsafwijking
- Gem. kleurafwijking
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking
Alle geteste televisies kúnnen sdr-content met lekker veel helderheid weergeven. Onze 'Geoptimaliseerde helderheid Filmmodus'-meting kijkt echter niet naar de maximale helderheid op zich, maar naar de maximale helderheid vóórdat de grijs- en kleurfouten beginnen op te lopen. Bij sdr-content zien we een afwijking kleiner dan 1ΔE2000 als perfect; een score onder de 3ΔE2000 beoordelen we als goed.
Dit maakt het vergelijken van de helderheidsscore wel wat lastig; zo blijft de sdr-helderheid van de Samsung S95F wat achter, maar zijn diens grijs- en kleurweergave nagenoeg perfect. Er is dus nog best wat ruimte om de helderheid van die tv verder op te krikken. Bij de Hisense U8Q zien we de laagste sdr-helderheid, maar laat de grotere grijs- en gedetailleerde kleurafwijking niet veel ruimte meer over om die helderheid verder te boosten.
Wegen we de helderheidsscores en grijs- en kleurafwijking tegen elkaar af, dan zijn de sdr-prestaties van de tv's van Philips, TCL, LG en Samsung erg indrukwekkend. De Sony geeft een prima plaatje weer, maar is zeker niet de helderste in sdr-modus. De Hisense is met zijn relatief lage sdr-helderheid hekkensluiter. Klik onderstaand kader open voor een uitgebreidere vergelijking.
Uitgebreide sdr-metingen
In deze grafiek zie je de sdr-prestaties vergeleken met andere tv-modellen. De oledtelevisies hebben een donkerblauwe (de tv's uit deze round-up) of lichtblauwe (extra vergelijkingsmateriaal) kleur. De miniledtelevisies die we in dit artikel bespreken, hebben een rode kleur. Alternatieve modellen zijn oranje gemarkeerd.
- Geoptimaliseerde helderheid Filmmodus
- Gem. grijsafwijking
- Gem. kleurafwijking
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking
Inputlag
- Inputlag 1080p120
- Inputlag 2160p60
- Inputlag 1080p60
Voor snelle games is het belangrijk dat er zo min mogelijk vertraging zit tussen het uitvoeren van een actie en het moment dat je die op het scherm ziet. Een lage 'inputlag', het tijdsverschil tussen het moment dat een signaal via HDMI de tv binnenkomt en het moment waarop het daadwerkelijk wordt getoond, is dus belangrijk bij gaming.
Wij meten de inputlag met een Leo Bodnar-inputlagtester die closed loop de vertraging meet waarmee televisies HDMI-signalen weergeven. We doen dat in 1080p60-, 1080p120- en 4k-60-beeldmodi. Bovenstaande grafiek toont de geteste miniledtelevisies in donkerrood en de oledtopmodellen in donkerblauw.
Op alle tv's uit deze round-up kun je prima snelle actiegames spelen; daar zijn het ook high-end modellen voor. De maximale 120Hz-vrr-snelheid van consoles kunnen ze allemaal weergeven. De maximale refreshrate voor pc-gamers verschilt van 120Hz (Sony) tot 144Hz (Philips, TCL) en zelfs 165Hz (Hisense, LG en Samsung).
Bij geen van de tv's loopt de inputlag de spuigaten uit. Toch zijn er duidelijke verschillen aan te wijzen. Zo zijn vijf tv's op 120Hz de helft sneller dan de Sony, die onderaan eindigt. Ook opvallend is dat de Philips 950 ondanks zijn extra beeldverwerkingspower iets minder rap reageert dan de 910. Klik onderstaand kader open voor een uitgebreidere vergelijking.
Uitgebreide inputlaggrafiek
In deze grafiek zie je de inputlag vergeleken met andere tv-modellen. De oledtelevisies hebben een donkerblauwe (de tv's uit deze round-up) of lichtblauwe (extra vergelijkingsmateriaal) kleur. De miniledtelevisies die we in dit artikel bespreken, hebben een rode kleur. Alternatieve modellen zijn oranje gemarkeerd.
- Inputlag 1080p120
- Inputlag 2160p60
- Inputlag 1080p60
Energiegebruik
We meten het energiegebruik van televisies in de Filmmaker-modus of in een vergelijkbare beeldmodus met een nauwkeurige kleurbalans. Dit doen we van oudsher bij weergave van een schaakbordpatroon met een helderheid van 120 en 250cd/m², om zo tv-gebruik 's avonds en overdag na te bootsen. Tegenwoordig voeren we ook een dynamische test uit, waarbij we het gemiddelde gebruik meten tijdens het afspelen van een tien minuten durende referentievideo. Ook dit doen we weer op de twee genoemde helderheidsniveaus. Deze '10-minutentest' levert een goede indruk van het energiegebruik in de praktijk.
- 10-minutentest 250cd/m²
- 10-minutentest 120cd/m²
- Checkerboard 250cd/m²
- Checkerboard 120cd/m²
Je hebt eerder kunnen lezen dat miniled-tv's nog een tandje helderder kunnen stralen dan oleds. Onze overdagsimulatie laat zien dat dit wel gepaard gaat met een hoger energiegebruik. Vooral de Hisense U8Q spant de kroon; deze heeft overdag ruim tweemaal zoveel energie nodig als de extreem zuinige LG G6.
Ook de Philips 910 en LG G5 zijn relatief zuinig, zowel overdag als 's avonds. De Samsung S95F leent zich met zijn matte afwerking uitstekend voor gebruik bij daglicht, maar in dat scenario is het ook de grootste energieslurper onder de oledtopmodellen. Klik onderstaand kader open voor een uitgebreidere vergelijking.
Uitgebreide energiegebruiksgrafiek
In onderstaande grafiek zie je de oledtelevisies in donkerblauw (de tv's uit deze round-up) en lichtblauw (extra vergelijkingsmateriaal). De scores van de miniledtelevisies die we in dit artikel vergelijken, staan in rood, terwijl aanvullend vergelijkingsmateriaal een oranje kleur heeft.
- 10-minutentest 250cd/m²
- 10-minutentest 120cd/m²
- Checkerboard 250cd/m²
- Checkerboard 120cd/m²
Conclusie
Ben je op zoek naar een tv, dan is de sportzomer een goed moment om toe te slaan. Winkels stunten rond het WK met prijzen en ondertussen komen er nieuwe topmodellen uit, waardoor die van vorig jaar verder in prijs zakken.
Ben je niet zo geïnteresseerd in de prijs, maar wil je gewoon de beste 65"-tv, dan is de LG G6 de ultieme keuze van het moment. Dit is simpelweg de beste oledtelevisie die we ooit getest hebben. Het nieuwe model is nóg helderder dan zijn voorganger en heeft zichtbaar verbeterde beeldverwerking.
Vind je geld wél belangrijk, dan gaat de keuze al snel tussen de LG G5 en Samsung S95F. Beide modellen presteren een klein beetje minder goed dan de nieuwe G6, maar zijn wel véél goedkoper. Wat voor jou de beste keuze is, hangt af van je kijkgedrag en persoonlijke voorkeuren. Kijk je vooral overdag, dan verdient de Samsung wat ons betreft de voorkeur met zijn uitstekend ontspiegelde, matte scherm. De LG G5 is ideaal voor wie vooral 's avonds kijkt.
Kiezen tussen Dolby Vision en HDR10+
Beide tv's bieden een uitstekende beeldkwaliteit in zowel sdr- als hdr-modus, goede gamefuncties en hebben een uitgebreid en goed werkend smartplatform. Ze laten je echter ook kiezen tussen Dolby Vision (LG) en HDR10+ (Samsung), en hebben voor een meeslepende bioscoopervaring echt een soundbar of los setje speakers nodig. Wil je die speakers niet en moet je tv álle huidige hdr-formaten accepteren, dan is de Philips OLED910 een logisch alternatief. De Ambilight-functie zorgt voor een extra sfeervolle kijkervaring, maar maakt dit model ook iets duurder.
Alle geteste oledtelevisies zijn in principe helder genoeg voor gebruik overdag. Maar is jouw woonkamer uitzonderlijk licht – of wil je je tv deze zomer ook in de tuin bekijken – dan kán het verstandiger zijn om toch voor een miniledtoestel te gaan. In dat geval biedt de TCL C8K een ijzersterke prijs-kwaliteitverhouding.
Redactie: Sjef Weller • Testlab: Justice Kuiper, Redjiev Sardjoe, Denny Verwoert • Eindredactie: Monique van den Boomen
| Productvergelijking | Hisense 65U8Q Zwart | LG OLED evo G56LS 65" Zwart | LG OLED evo G6 65" (G69, met standaard) Zwart | Philips 65OLED910/12 Zwart | Philips 65OLED950/12 Zwart | Samsung OLED S95F 65" Titanium, Zwart | Sony Bravia 8 II 65" Zwart | TCL 65C8K Zwart | TCL 65C9K Zwart |
|---|
| | :fill(white):strip_exif()/i/2007501452.jpeg?f=thumb) | :strip_exif()/i/2007353732.webp?f=thumb) | :strip_exif()/i/2008119322.png?f=thumb) | :strip_exif()/i/2007394978.png?f=thumb) | :strip_exif()/i/2007749806.webp?f=thumb) | :fill(white):strip_exif()/i/2007447056.jpeg?f=thumb) | :strip_exif()/i/2007390594.webp?f=thumb) | :strip_exif()/i/2007564254.png?f=thumb) | :strip_exif()/i/2007562884.png?f=thumb) |
| Contrast | ++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ |
| Helderheid | +++ | ++ | ++ | ++ | ++ | ++ | ++ | +++ | +++ |
| Zwartniveau | ++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | ++ | ++ |
| Kleurnauwkeurigheid | ++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ |
| Kijkhoeken | + | ++ | +++ | +++ | +++ | +++ | +++ | ++ | ++ |
| Ontspiegeling | ++ | ++ | ++ | ++ | ++ | +++ | ++ | ++ | ++ |
| Beeldverwerking | ++ | ++ | +++ | ++ | +++ | ++ | ++ | ++ | ++ |
| Geluidskwaliteit | | ++ | ++ | +++ | ++ | ++ | ++ | +++ | +++ |
| Smart-tv-interface | + | +++ | +++ | +++ | +++ | ++ | +++ | +++ | +++ |
| Inputlag | +++ | +++ | +++ | +++ | ++ | +++ | ++ | +++ | +++ |
| Afstandsbediening | ++ | ++ | +++ | +++ | +++ | + | ++ | ++ | ++ |
| HDR10+ | Ja | Nee | Nee | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja |
| Dolby Vision | Ja | Ja | Ja | Ja | Ja | Nee | Ja | Ja | Ja |
| 4x HDMI 4K120+ | Nee | Ja | Ja | Nee | Nee | Ja | Nee | Nee | Nee |
| | vanaf € 977,- | vanaf € 1.699,- | vanaf € 2.998,- | vanaf € 2.199,- | vanaf € 2.477,- | vanaf € 1.789,- | vanaf € 2.599,- | vanaf € 999,- | vanaf € 1.499,- |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|