Dell heeft in Londen zijn nieuwe PowerEdge-servers gepresenteerd. Het gaat om twee blade- en twee rackservers en een towerserver. Alle modellen zijn voorzien van twee Intel-Xeon 5500-cpu's op basis van de Nehalem-architectuur.
De M610 is een halfhoge blade, terwijl de M710 een full height-model is. De R610 en R710 zijn rackservers, en de T610 is een tower met een hoogte van 5U. Alle modellen beschikken over twee sockets voor cpu's uit Intels Xeon 5500-serie. Dit zijn de eerste serverchips op basis van Nehalem EP. Intel zal dit serverplatform pas op 30 maart presenteren; al te veel technische specificaties en benchmarkresultaten mocht Dell dan ook nog niet naar buiten brengen. Wel is al duidelijk dat Nehalem EP het mogelijk maakt om per socket drie kanalen ddr3 aan te spreken, zodat er meer dan vier keer zo veel bandbreedte beschikbaar is als bij het Harpertown-platform.
De nieuwe PowerEdge-servers zijn voorzien van pci-e 2.0-slots. Dell voorziet zijn M710 en R710 verder van 125 procent meer geheugen dan de huidige PowerEdge-modellen, dat dus van het type ddr3 in plaats van ddr2 is. De fabrikant levert zijn servers standaard met 24 tot 36GB ram, omdat hier de meeste vraag naar zou zijn. De uitgebreidere I/O en de grotere hoeveelheid ram moeten vooral voor betere virtualisatie-mogelijkheden zorgen. Elk model wordt bovendien met een 1GB-sd-kaart geleverd waarop hypervisors van Microsoft, Citrix en VMware staan.
Ook op het gebied van energieverbruik heeft Dell het nodige aangepast. Zo hebben de twee redundante psu's een rendement van minimaal 90 procent en bieden de op 45nm gebakken Xeons een betere prestatie/energieverhouding. Dell claimt verder de airflow binnen de systemen verbeterd te hebben, zodat er geen zes maar slechts vijf fans nodig zijn.
Dell denkt de uitrol van servers eenvoudiger te maken door wat het bedrijf de 'Lifecycle Controller' noemt: als de server voor het eerst opstart, kan de beheerder in de efi-omgeving aangeven welke raid-opstelling hij wil gebruiken, of hij het bios of de firmware wil updaten en welk besturingssysteem hij wil installeren zodat de juiste drivers klaargezet kunnen worden. Het installeren van een besturingssysteem moet daarmee een fluitje van een cent worden. Ten slotte heeft de serverfabrikant de Dell Management Console geïntroduceerd; dat is een nieuwe beheertool op basis van Symantecs Altiris-platform. Dell heeft naar eigen zeggen voor het Altiris-managementplatform gekozen omdat het gebruik maakt van open standaarden; ook kunnen beheertools voor hardware van andere fabrikanten eenvoudig via plug-ins toegevoegd worden. Met de nieuwe serverlijn zoekt Dell vooral de strijd met HP, terwijl ook Cisco vorige week in de ring is gestapt.