De nieuwste versie van de LSB, die eind dit jaar gepland staat, moet programmeurs helpen hun software distributie-onafhankelijk te maken. De organisatie achter de standaard stelt de benodigde tools voor certificatie ter beschikking.
De Linux Standards Base, onderdeel van de Linux Foundation, de organisatie die Linux tracht te promoten door onder meer standaarden vast te stellen, heeft de release van versie 4.0 van zijn standaarden-definitie voor november 2008 gepland. De standaard moet ontwikkelaars van Linux-software houvast bieden bij het schrijven voor verschillende distributies: middels een gestandaardiseerde verzameling libraries en api's zouden programma's op elke Linux-distributie met LSB-certificering moeten functioneren. De vierde versie van LSB zou vooral een belangrijke bijdrage aan de certificering moeten leveren: de tests om te controleren of software LSB-conform is, laten tot op heden te wensen over.
Volgens de leider van het LSB-project, Jim Zemlin, moet LSB 4.0 een belangrijk keerpunt betekenen: Zemlin zou 50 programmeurs achttien maanden lang aan het werk hebben gezet om de certificeringssoftware voor LSB 4.0 te schrijven. De testsoftware moet controleren of een nieuw stuk software aan de standaarden voldoet en onder meer van de juiste libraries gebruik maakt. In theorie zou gecertificeerde software derhalve op alle gecertificeerde distributies moeten functioneren, aangezien LSB dicteert dat een vaste verzameling software, libraries en api's in een Linux-variant aanwezig is. In combinatie met het Linux Developer Network, eveneens een project van de Linux Foundation en bedoeld om het makkelijker te maken voor programmeurs om Linux-applicaties te schrijven, zou het distributie-onafhankelijk programmeren voor Linux met LSB 4.0 een grote vlucht moeten nemen.
Uiteraard is de certificering niet verplicht, zo stelt Zimlin, maar hij verwacht dat het gemak dat de testsoftware van LSB 4.0 met zich meebrengt tot een grotere bereidheid om voor meerdere distributies te programmeren zal leiden. Wel bevestigt hij dat programma's voor elke distributie nog getest dienen te worden op compatibiliteit. Onder meer Novell, Sun, Red Hat en Canonical zijn bij de Linux Foundation aangesloten; de grote distributie Debian ontbreekt echter.