De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling waarschuwt voor risico's bij AI-gebruik in het onderwijs. Het kan van leerlingen passieve consumenten maken. AI kan wel positief bijdragen aan onderwijs, maar dat vereist een pedagogische aanpak en oog voor mensen.
Te veel vertrouwen op AI in het onderwijs heeft als risico dat leerlingen veranderen in passieve consumenten en docenten in toezichthouders, waarschuwt de OESO in een rapport over digitaal onderwijs in 2026. Generatieve AI, zoals ChatGPT van OpenAI, is volgens de organisatie veel in gebruik in het onderwijs en maakt veel mogelijk. Het kan docenten ondersteunen, studenten helpen met uitleg, onderwijs persoonlijker maken en de kwaliteit van online lesgeven verbeteren.
Voor deze positieve effecten is wel een goede aanpak nodig, waarbij pedagogiek en aandacht voor mensen vooropstaan. De OESO stelt dat AI met zo'n onderwijskundig verantwoorde aanpak veel meer kan doen dan leerlingen alleen maar helpen om hun huiswerk te doen. AI heeft volgens de OESO de potentie om leren te verdiepen, lesgeven te verbeteren en institutioneel bestuur en onderzoek te stroomlijnen.
Korte versus lange termijn
Daarvoor zijn dan wel AI-tools nodig die ontworpen zijn voor onderwijs, in plaats van de generieke AI-chatbots die nu in gebruik zijn. Beleidsmakers moeten ervoor zorgen dat AI een partner is voor leren en niet domweg een sluipweg in onderwijstrajecten, aldus de Europese denktank. Het negatieve effect van zo'n 'spiekbriefje 2.0' is dat leerlingen niet echt leren. Dit blijkt ook uit een praktijkexperiment in Turkije, waar AI-gebruik studenten wel hielp op de korte termijn, maar waarbij ze daarna zónder toegang tot AI juist slechter presteerden.
:strip_exif()/i/2007843616.jpeg?f=imagenormal)