Voor de fabrikanten van microelectronica was het jaar 2000 een top jaar. De meesten onder hen wisten maar liefst 50% meer omzet te draaien ten opzichte van 1999, maar daar kwam in 2001 verandering in. Mede door de verzadiging van de markt, werden er bijvoorbeeld minder DVD spelers en TV's verkocht, wat er toe leidde dat de fabrikanten met enorme voorraden chips bleven zitten. Het jaar 2001 was dan ook een rampjaar voor de chipsector. Verwacht werd dat de industrie in 2002 een verbetering zou zien. Helaas gooiden de aanslagen van 11 september roet in het eten.
The Register bericht over een rapport van Semiconductor Equipment and Materials International (SEMI) waaruit blijkt dat het aantal orders voor chipfabricage apperatuur in juli 2002 met 50% is toegenomen ten opzichte van juli 2001. Maar als er naar het driemaandelijks gemiddelde wordt gekeken, is de omzet 17% minder. De cijfers geven een aardig inzicht in hoe goed of slecht het gaat met de micro-elektronica industrie. Wordt er veel apparatuur gekocht, dan is er sprake van ondercapaciteit en gaat het dus goed. Als er weinig wordt verkocht, dan is er sprake van overcapaciteit en gaat het dus slecht. Let wel dat sommige fabrikanten ondertussen overgestapt zijn op efficiëntere productieprocessen, waardoor ze meer kunnen produceren met nagenoeg dezelfde apparatuur.
Het langverwachte herstel van de chipsector blijft dus nog even uit. Toch gaat het al beter. Volgens de Semiconductor International Capacity Statistics (Sicas), werd de capaciteit van fabrieken in het tweede kwartaal van dit jaar voor 86,4% gebruikt. Een lichte stijging ten opzichte van het eerste kwartaal waarin er maar 77,3% productiecapaciteit werd gebruikt. Volgens de Sicas is een fabrikant winstgevend als hij meer dan 70% van zijn capaciteit gebruikt. Helaas ziet het derde kwartaal er minder rooskleurig uit: de Sicas verwacht namelijk dat de gebruikte productiecapaciteit dan zal dalen naar 70%.