Samsung heeft een nieuwe zaak afgedwongen over de schadevergoeding die het aan Apple moet betalen in verband met de inbreuk op patenten over het ontwerp van de iPhone. Samsung probeert het bedrag van oorspronkelijk een miljard dollar verder te verlagen.
Rechter Lucy Koh van het gerechtshof van het noordelijke district van Californië heeft op Samsungs verzoek een nieuwe bepaling van de hoogte van het schadebedrag toegezegd. Apple en Samsung hebben tot 25 oktober om een datum vast te stellen voor de zaak.
Samsungs argument voor het verzoek heeft betrekking op de interpretatie van de term 'article of manufacture'. In 2012 achtte de jury Samsung schuldig aan inbreuk op ontwerppatenten van Apples iPhone. De Koreaanse elektronicagigant moest een schadevergoeding van meer dan een miljard dollar betalen. In latere zaken werd dat bedrag al verlaagd, naar uiteindelijk 399 miljoen dollar, onder andere door fouten die de jury maakte.
De jury werd echter niet de vraag gesteld om te overwegen of het bij het 'relevante vervaardigde artikel' waarop de zaak betrekking had, wel om een hele functionele telefoon ging. Volgens Samsung zou de term ook betrekking kunnen hebben op onderdelen, zoals alleen de behuizing. De vraag is relevant omdat de schadevergoeding gebaseerd is op de verkoop van hele smartphones door Samsung.
Een federale rechter veegde Samsungs argument in 2016 grotendeels van tafel, met het besluit dat consumenten geen onderdelen kopen, maar een functionele smartphone. De Supreme Court, de hoogste Amerikaanse rechtsinstantie, gaf Samsung echter gelijk en wees erop dat vastgesteld was wat het 'article of manufacture' in de zaak precies was.
Daarop konden Apple, Samsung en het Amerikaanse ministerie van Justitie voorstellen doen hoe bepaald kon worden wat onder de term viel. Rechter Koh heeft het voorstel van het ministerie van Justitie overgenomen. Dat voorstel bestaat uit een aantal eigenschappen die meegewogen moeten worden bij de vaststelling wat het 'relevante vervaardigde artikel' is waar het ontwerppatent betrekking op heeft. Onderdeel van die lijst is de relatie van het gepatenteerde ontwerp met de rest van het product, waaronder de aanwezigheid van een onderdeel dat de koper fysiek kan scheiden van het product of dat los verkocht kan worden. Dat schrijft Foss Patents in een analyse over de beslissing om de zaak over te doen.