ZDNet en The Verge zijn twee van de bekendste techsites van het Engelstalige internet. Als Amerikaanse sites kregen zij als eerste te maken met de AI-modus van Google. Veel makers van websites wereldwijd zijn bang dat Google minder verkeer naar hun sites zal sturen door meer te leunen op AI-antwoorden in de zoekmachine. Maar hoe groot zou dat effect zijn?
Zoekverkeer is de levensader van het internet. Veel mensen bezoeken sites rechtstreeks en Tweakers is gezegend met een grote groep gebruikers die elke dag 'tweakers.net' intypt in de browserbalk. Niet elke site heeft die luxe en het bestaansrecht is dan afhankelijk van het verkeer vanuit zoekmachines. Dat houdt veel sites op de been én gratis.
Dat tijdperk loopt op zijn einde. Het verkeer naar zelfs de bekendste techsites loopt ernstig terug. ZDNet en The Verge zouden tot 85 procent van hun verkeer uit Google hebben verloren in een jaar tijd. Dat is immens.
En de AI-modus was pas het begin. Google heeft nu op de eigen ontwikkelaarsconferentie I/O meer wijzigingen aan de zoekmachine aangekondigd en de lijn is duidelijk. Google wil niet langer dat jij gaat googelen. Het bedrijf gaat het steeds moeilijker voor je maken om op blauwe links te klikken en wil dat je antwoorden krijgt rechtstreeks van Google zelf. Dat is fijn voor Google, maar de rest van het internet en dus ook bezoekers van dat internet gaan de wrange vruchten daarvan plukken.
Hoe sites geld verdienen aan Google
Er zijn meerdere manieren om geld te verdienen op internet. Tweakers heeft bijvoorbeeld een prijsvergelijker en elke keer als een bezoeker daar doorklikt en iets koopt, krijgen we daarvoor wat geld. Veel andere media verkopen abonnementen en werken verder met een paywall. Dat vereist bereidheid van mensen om te betalen en een publiek dat groot genoeg is.
De meest voorkomende manier om geld te verdienen zijn advertenties. Dat vereist alleen wel bezoekers. Veel sites hebben een eigen publiek, maar verkeer uit zoekmachines is een belangrijke bron. Dat is een decennialang bestaande overeenkomst. Zoekmachines als Google mogen een site indexeren en gebruiken als input om hun zoekmachine beter te maken. In ruil daarvoor stuurt Google gebruikers door naar een site. Die site kan vervolgens advertenties verkopen rond de inhoud van de site en verdient daar geld aan.
Het is een systeem dat decennialang gewerkt heeft. Internetgebruikers hebben vragen en sites hebben antwoorden. Je typt een vraag in als 'hoelang heb ik garantie op een stofzuiger' en Google wijst je naar een site die het antwoord heeft. Soms klik je door naar die site en soms niet.
Google is al lang bezig om niet alleen te dienen als zoekmachine, maar als antwoordenmachine. Dat begon met eenvoudige vragen als 'hoeveel is 1337x42' of 'hoe laat is het nu in Mountain View, Californië' tot 'wie is de premier van België'. Dat heette de Knowledge Graph en kwam in 2012. Antwoorden op complexere vragen die wél van websites kwamen, volgden in 2016. Die deden relatief weinig met de verhouding tussen Google en website-eigenaren.
Waarom het nu niet meer werkt
De komst van generatieve AI, die Google zelf bijna tien jaar geleden al pionierde met de ontwikkeling van transformermodellen, heeft die ontwikkeling richting een antwoordenmachine in een stroomversnelling gebracht. Vanaf de komst van ChatGPT eind november 2022 was het duidelijk voor Google dat de dagen van de traditionele zoekmachine geteld waren. Het was 'code rood' binnen Google, omdat generatieve AI de zoekmachine bedreigde.
:strip_exif()/i/2005684614.jpeg?f=imagenormal)
Google heeft de afgelopen jaren hard zijn best gedaan om generatieve AI in de zoekmachine te integreren. Het verwacht dat mensen in de toekomst voornamelijk antwoorden willen die van generatieve AI komen. Die antwoorden zijn in potentie beter aangepast op de vraag van de gebruiker.
Dat blijkt ook uit de aankondigingen op Google I/O, de ontwikkelaarsconferentie van het zoekbedrijf die deze week plaatsvindt. Een deel van de keynote was gericht op de zoekmachine. Dat Google AI nu centraal stelt bij zoeken, bleek alleen al uit een herontwerp van de zoekbalk zelf. Die past zich nu dynamisch aan de lengte van de vraag aan en geeft allerlei mogelijkheden voor input.
Daarnaast komen er meer opties voor personalisatie bij. Er komt een AI-antwoord zoals er al was, maar het wordt mogelijk om daarover door te chatten met de zoekmachine door in de chatbalk te klikken. Google meldde daarbij dat het niet langer voelt als een zoekopdracht, maar als een persoonlijk gesprek.
Ook kan Google aangepaste interfaces gaan maken voor je. Google schrijft op de achtergrond de code en komt vervolgens met aangepaste graphics, tabellen en halve webpagina's om antwoorden te helpen vinden. Google noemt dat 'Antigravity in Search', naar de integrated development environment Antigravity, waarmee gebruikers kunnen vibecoden.
Daarnaast kan de zoekmachine notificaties sturen als hij op de achtergrond op zoek is gegaan. Zo is het mogelijk om te zoeken op 'huizen voor onder de 800.000 euro binnen een kwartier fietsen van Tweakers HQ', waarna er een notificatie komt als een pagina voldoet aan alle criteria. Web Alerts per e-mail bestaan al meer dan twintig jaar bij Google, maar dit is een nieuwe stap.
Daarbij is het ook de bedoeling om persoonlijke context mee te nemen: mails uit Gmail, documenten uit Google Drive en informatie uit Maps gecombineerd met resultaten van het internet. Door die diensten te combineren moeten gebruikers meer gepersonaliseerdere resultaten krijgen dan met een traditionele zoekmachine mogelijk is.
Google had het níet over de vraag wat dit betekent voor de makers van al die content online. Veel sites voelen de druk al oplopen nu het zoekverkeer vanuit Google het afgelopen jaar is afgenomen. Deze stappen verbergen de klikbare blauwe links nog verder onder allemaal AI-functies.
Het probleem is dat veel AI-content zich baseert op de zoekindex die Google bij elkaar schraapt van het wereldwijde web. Juist de inhoud van die sites maakt de zoekmachine en de AI krachtiger en nuttiger.
En nu?
De vraag is wat het gaat betekenen voor sites wereldwijd die leunen op Google-verkeer om de eindjes aan elkaar te knopen. Zelfs als het Google-verkeer met 85 procent terugloopt, is dat tenminste nog wát verkeer en levert dat dus inkomsten uit advertenties. Voor de meeste sites zijn er twee scenario's: Google verbieden om de site te indexeren en hopen op een andere manier om rond te komen, of afwachten totdat de hoeveelheid verkeer vanuit Google te klein is geworden en ermee stoppen.
Google begaat hiermee geen strafbaar feit. Het bedrijf probeert de eigen positie op de zoekmarkt te beschermen en wil op termijn relevant blijven; het denkt dat dit daarvoor nodig is. Maar het breekt wel het gangbaarste verdienmodel op het internet. De kans op een kaalslag op het wereldwijde web wordt met deze stappen van Google steeds groter. Dat is een risico dat zó duidelijk is, dat zelfs Googles eigen AI-chatbot dat onderkent en benoemt.
Redactie: Arnoud Wokke • Eindredactie: Marger Verschuur
/i/2007042716.png?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2008180756.jpeg?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2008180748.jpeg?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2008181290.jpeg?f=imagenormal)