De eerste moederborden voor de Pentium M maken het gebruik van de mobiele processor van Intel in de desktop mogelijk. AnandTech komt met een artikel dat de zin en onzin van deze stap bespreekt. Men begint met een lesje geschiedenis. Het Israëlische team dat de Banias-processor ontwierp, bouwde de processor op vanuit niets. Meestal waren mobiele processors uitgeklede varianten van hun tegenhangers op de desktop. In het geval van de Banias echter werd ervoor gekozen om uit te gaan van een streefverbruik en met dat als gegeven een zo krachtig mogelijke processor te ontwerpen. Er bestaan echter een aantal nadelen aan het gebruik van een mobiele processor in de desktop. Een probleem met de Pentium M is dat er geen gebruik kan worden gemaakt van chipsets voor de desktop. Omdat de I/O-buffer van de Pentium M op 1,05 volt draait, terwijl die van de Pentium 4 op 1,3 volt draait, is het onmogelijk om met een converter de processor werkend te krijgen.
Als gevolg hiervan is men aangewezen op mobiele chipsets. Dit brengt twee nadelen met zich mee. Ten eerste zijn mobiele chipsets zo'n 10 dollar per stuk duurder, wat gevolgen heeft voor de prijs van een moederbord. Ten tweede zijn de chipsets die beschikbaar zijn vaak al achterhaald voor desktopgebruik. De huidige moederborden zijn allemaal gebaseerd op de 855GME-chipset en niet de nieuwere 915, wat gevolgen heeft voor de prestaties. Twee moederborden, te weten de AOpen GMEm-LFS en de DFI 855GME-MGF, worden getest in vergelijking met een aantal verschillende desktop-opstellingen. De resultaten zijn heel verschillend, een direct gevolg van het verschil in ontwerp in de Pentium M.
De snelheid van het L2-cache zorgt ervoor dat in Business Winstone en een Mozilla-test de processor tot de beste behoort, terwijl het gebrek aan bandbreedte de processor in sommige tests echt opbreekt. Als men de verhouding tussen prijs en prestaties van de processor meeweegt in het oordeel, het prijsverschil van de moederborden nog buiten beschouwing gelaten, dan blijft de Pentium M ver achter bij de Pentium 4. Natuurlijk ontwikkelt de Pentium M minder warmte, maar dat doet de Athlon 64, zeker op 90nm, ook. Dat de processor in sommige tests nog goed meekan is te danken aan de lage latency van het L2-geheugen, iets dat van de noden in mobiel gebruik een deugd heeft gemaakt. Op de desktop kan de Pentium M volgens AnandTech toch niet meedraaien, te duur, moeilijk te upgraden en niet snel genoeg.
