Het verkoopverbod van de Amerikaanse overheid voor buitenlandse mkb-routers staart zich blind op hardware, negeert software en ondermijnt de beveiliging. Deze kritiek op de plotselinge overheidsban komt van het Internet Governance Project van de Universiteit van Georgia.
De vervanging van oudere routers door nieuwe, veiligere modellen dreigt door het Amerikaanse verkoopverbod te stuiten op slechte beschikbaarheid of hoge prijzen. Dit zou de vatbaarheid voor hackaanvallen juist verhogen, stelt professor Milton Mueller van het Internet Governance Project van de School of Public Policy aan de universiteit van Georgia. De ban op nieuwe routers uit het buitenland raakt volgens hem juist apparaten met moderne voorzieningen zoals automatische updates. Oudere apparaten die mogelijk geen updates meer krijgen, blijven hierdoor langer in gebruik.
Het verkoopverbod van de regering-Trump komt neer op overheidsbeleid om nationale industrie voordeel te geven op buitenlandse concurrentie, schrijft The Register. Daarbij is dit handelsbeleid vermomd als cybersecuritybeleid. De twee redenen die de Amerikaanse overheid geeft voor het verkoopverbod houden volgens hem geen stand, stelt Mueller.
'Slechte onderbouwing'
Toezichthouder FCC die de ban instelt, haalt twee redenen aan. De ene reden is gebaseerd op analyse van cybersecurityorgaan CISA en politiedienst FBI dat aanvallers zich richten op routers voor middelgrote- en kleine bedrijven. Deze mkb-netwerkapparatuur valt voor Chinese hackersgroepen als Volt Typhoon en Salt Typhoon, die staatssteun zouden genieten. Daarbij misbruiken deze aanvallers niet zozeer ingebouwde backdoors of zerodaykwetsbaarheden, stipt Mueller aan, maar benutten ze openstaande gaten waarvoor al patches beschikbaar zijn.
De andere reden die de FCC noemt, is gebaseerd op securityzorgen over het risico van een algehele kwetsbaarheid door een malafide firmware-update die het gros van de markt bestrijkt. Dit zou dan internettoegang op massale schaal lamleggen. Deze zorg komt voort uit onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Economische Zaken dat de toeleveringsketen van routers voor het mkb en voor consumenten voor 85 procent in handen is van Chinese partijen.
Mueller werpt tegen dat software internationaal wordt ontwikkeld, waarbij componenten als de Linux-kernel, drivers en library's uit verschillende landen komen. Een volledig in de VS geproduceerde router gebruikt grotendeels dezelfde softwarecomponenten en zou dus net zo kwetsbaar zijn door eventuele fouten als buitenlandse routers. Het nieuwe overheidsbeleid negeert volgens hem de realiteit van de hedendaagse softwaretoeleveringsketen.