Busmaatschappijen mogen chauffeurs niet permanent filmen. Daarvoor waarschuwt de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens na een gesprek met vervoerder Arriva. Permanent cameratoezicht op vaste werkplekken mag niet, en daar valt de stoel van de chauffeur ook onder.
De Nederlandse toezichthouder schrijft daar zelf over, nadat zij eerder het gesprek was aangegaan met Arriva. Dat is een openbaarvervoersbedrijf dat veel buslijnen uitbaat. De AP waarschuwt dat de camera's niet zomaar mogen worden ingezet, althans niet op de manier waarop Arriva dat deed.
Arriva zette chauffeurs op sommige lijnen permanent op beeld, maar dan 'passief'. De beelden werden lokaal in de bus opgeslagen en na een week automatisch verwijderd, waarbij Arriva aangaf de beelden alleen te bekijken als daar een reden voor was. Dat kan bijvoorbeeld zijn als er een geweldsincident plaatsvindt, maar ook als er bijvoorbeeld klachten komen over het rijgedrag van chauffeurs.
De AP concludeert nu dat dergelijke camera-inzet niet is toegestaan. "Cameratoezicht mag nooit een verkapt middel zijn om werknemers te volgen of te beoordelen. Veiligheid is belangrijk, maar privacy op de werkvloer net zo", zegt de AP. Cameratoezicht mag daarom alleen worden ingezet als dat zo min mogelijk inbreuk op de privacy maakt.
De privacytoezichthouder en de vervoerder hebben afspraken gemaakt om het cameratoezicht in te perken. Zo komen chauffeurs niet meer permanent in beeld. Ook neemt Arriva andere technische maatregelen, die de toezichthouder en vervoerder niet verder specificeren, en Arriva past de interne protocollen en werknemersinstructies aan. De AP merkt verder op dat zij die afspraken specifiek met Arriva heeft gemaakt, maar dat deze moeten gelden voor alle busvervoerders in Nederland.
:strip_exif()/i/2007998388.jpeg?f=imagenormal)