De Gegevensbeschermingsautoriteit, de Belgische evenknie van de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens, heeft goedkeuring gegeven voor een besluit dat politieagenten het recht geeft om op internet te infiltreren.
Koen Geens, de minister van Justitie, heeft anderhalf jaar geleden de wet op de bijzondere opsporingsmethodes gewijzigd, waardoor politiediensten het recht krijgen om te infiltreren op internet. De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft nu een positief advies gegeven over het uitvoeringsbesluit, schrijft De Tijd.
Dat betekent dat de weg vrijstaat voor lokale en federale politiediensten om via internet contact te leggen met mensen over wie er serieuze aanwijzingen zijn dat ze strafbare feiten plegen. Dit mag alleen als het gaat om verdenkingen van misdrijven waarop minimaal een jaar gevangenisstraf staat. Het gaat bijvoorbeeld om oplichting, zedenmisdrijven, illegale wapenhandel en terrorisme. De bevoegdheid strekt zich ook uit tot infiltreren op het dark web.
De politiemensen en rechercheurs die mogen infiltreren, moeten wel eerst een interne opleiding hebben gevolgd. Dat is nodig omdat ze zich bijvoorbeeld niet schuldig mogen maken aan uitlokking. In bepaalde situaties mogen de agenten ook de hulp inroepen van niet-politiemensen, zoals hackers. De politiemensen mogen zelf tijdens het infiltreren ook strafbare feiten plegen, zoals extremistische uitspraken doen, bedreigen of illegale bestanden verspreiden.
Geens wilde deze mogelijkheid voor politiediensten creëren, omdat er een verschuiving van de criminaliteit naar internet plaatsvindt. De totale criminaliteitscijfers in België dalen al zes jaar op rij, maar het aantal misdrijven op internet stijgt steevast. Vorig jaar telde de politie 14.757 misdrijven op internet.