Testmethode
Om het rendement van de voedingen te testen, sloten we ze aan op 230V. Deze spanning werd verzorgd door een regelbare voeding die ook 110V kan leveren, wat een iets lager rendementscijfer zou opleveren. Hoewel de metingen voor de 80Plus-certificaten aan 110V worden gedaan, kozen we uiteraard voor de in Europa gangbare spanning van 230V.
Achter de regelbare voeding werd een multimeter opgesteld die naast de ingangsspanning ook de opgenomen vermogens en de power factor kon meten. De te testen voeding werd aan de uitgangskant verder aan instelbare belastingen verbonden. Hiermee werd de belasting op de 3,3V-, 5V- en de verschillende 12V-lijnen ingesteld. De displays van deze belastingen toonden de afgegeven spanning en stroom. Ook de kortsluitingstest werd met deze instelbare belastingen uitgevoerd.
De 80Plus-organisatie test lasten van 20, 50 en 100 procent, maar we kozen ervoor niet alleen deze percentages te gebruiken, maar ook vaste belastingen van 80W en 350W als meetpunten te kiezen. Deze vermogens geven een realistische indicatie van het rendement van de voedingen bij gebruik in een idle systeem en bij de normale load van een niet-overgeklokt systeem met één videokaart. Verder maten we het standby-verbruik.
Naast het rendement werd ook de power factor gemeten. Bij het omzetten van wisselstroom wordt in de ideale situatie de maximale stroom opgenomen als ook de spanning maximaal is. Bij een lagere power factor is de stroomafname het hoogst als de spanning niet maximaal is, wat niet alleen energieverlies tot gevolg heeft maar wat ook voor enige instabiliteit op het stroomnet kan zorgen. De klassieke geschakelde voedingen hadden daar vrij veel last van, een moderne voeding moet van de EU verplicht een passieve powerfactor-correctieschakeling hebben. De 80Plus-standaard schrijft een power factor van 0,9 oftewel 90 procent voor.
Ook de inrush-stroom, die optreedt wanneer de voeding wordt aangezet, werd gemeten. Een te hoge stroom bij het inschakelen kan stoppen doen springen en de bekabeling doen smelten.
Om de verdere beveiligingsfeatures waarmee elke fatsoenlijke voeding is uitgerust te testen, werden de 3,3V-, 5V- en 12V-lijnen kortgesloten: de scp of short circuit protection moet schade aan de voeding voorkomen door deze uit te schakelen. De psu zou na opnieuw inschakelen weer gewoon moeten werken.
Op de 12V-lijn werd vervolgens de maximale belasting vastgesteld, waarbij de voedingsspanning boven de 11,4V bleef. De atx-standaard schrijft voor dat de spanning 5 procent van 12V mag afwijken; onder de 11,4V kan hardware derhalve kuren vertonen. Voor de -12V-lijn bedraagt de toegestane afwijking overigens 10 procent. Behalve de maximale, stabiele spanning op de 12V-lijn werd ook de load op deze lijn gestaag verhoogd, tot de voeding zichzelf uitschakelt: hierna werd gecontroleerd of de ocp zijn werk correct had gedaan en de voeding weer ingeschakeld kon worden.
Op de volgende drie pagina's stellen we de geteste voedingen voor. De resultaten voor alle voedingen zijn op de twee pagina's daarna gebundeld.
Volgende pagina (Voedingen tot 800W - 3/8)
