AI-modellen zijn geen levende wezens, maar soms doen ze wel dingen die verdacht menselijk aanvoelen. Claude Opus 4.6 blijkt bijvoorbeeld een soort mentaal kladblok te hebben, waarin woorden, associaties en tussenstappen oplichten die niet in het antwoord terechtkomen. Dat roept een onvermijdelijke vraag op: als een AI-model dingen voor zichzelf houdt, is dat dan een vorm van bewustzijn?
Veel mensen weten natuurlijk best dat een AI-model geen levend wezen is, maar doen wel net alsof een AI-chatbot een mens is. Sommige mensen gaan er relaties mee aan of vervangen menselijk contact door AI-gesprekken. En, zo bleek een aantal jaar geleden, deden zelfs Google-medewerkers dat met AI-systemen die op een veel lager niveau functioneerden dan nu.
Het toewijzen van menselijke eigenschappen aan niet-mensen is zo oud als de weg naar Rome. Het is makkelijk om in een wolk of een inktvlek een menselijk gezicht te zien. Dat vertaalt zich ook naar technologie. Een printer die niet werkt, heeft uiteráárd een eigen wil en is erop uit om onze dag te vergallen. Bij AI ligt dit nóg meer voor de hand. Waar veel printers weinig empathisch reageren op onze frustratie, is dat bij AI-chatbots anders. Het voelt net alsof AI-modellen iets voelen en ervaren.
Daarom moeten we voorzichtig zijn met het toeschrijven van kenmerken van levende wezens aan AI. Ze zijn niet geboren, hebben geen levenservaringen opgedaan en zullen ook niet sterven zoals wij dat doen. Toch zijn er wel overeenkomsten, en dit is er een: AI-modellen kunnen denken en redeneren en dat vervolgens níet aan ons vertellen. Het model 'denkt' allemaal letters, woorden, punten, komma's en zinnen, en houdt die voor zichzelf.
Het mentale kladblok van een AI-model: de J-ruimte
De J-ruimte, of J-space in het Engels, is een ontdekking van Anthropic, bekend van Claude. Claude Opus 4.6, en misschien dus ook andere AI-modellen, bleek een mentale werkruimte te hebben. Daarin lichten woorden op die tussenstappen vormen op weg naar het antwoord of te maken hebben met de prompt of het antwoord. Als Anthropic de J-ruimte deactiveerde, kon Claude alleen nog basale antwoorden geven. De J-ruimte maakt dus complexere antwoorden mogelijk. Die J-ruimte zat voorheen niet in AI-modellen: deze is relatief nieuw en misschien ontstaan toen AI-modellen leerden redeneren in meer stappen.
Zo vroeg Anthropic het model bijvoorbeeld om een meervoudige rekensom te maken. In de J-ruimte verschenen de uitkomsten van de tussenstappen. Als in de prompt stond 'denk aan de Golden Gate Bridge' zonder dat het iets met het antwoord op de vraag te maken had, verschenen in de J-ruimte woorden die het model daarmee associeert.
Daar bleef het niet bij, want Claude Opus bleek de J-ruimte ook te gebruiken om conclusies te trekken over de prompt óf het eigen antwoord. Als Opus een test kreeg, verscheen in de J-ruimte het woord 'test' en hield het daar rekening mee in het antwoord. Als het nepdata genereerde, verschenen in de J-ruimte woorden als 'misleiding' en 'nep'.
Waarom de J-ruimte bestaat
De J-ruimte is genoemd naar de J-lens. Deze is bedoeld om tussenstappen in het neurale netwerk te vertalen naar woorden. Daarbij kijken de onderzoekers van Anthropic naar activiteit in de tussenlagen. De J-lens vertaalt die activiteit naar woorden. Dat is dus wezenlijk anders dan kijken naar de output of de 'redeneerstappen' die AI-modellen weleens in beeld zetten.
De J-ruimte zit niet bewust in een AI-model. Deze ontstaat vanzelf, vermoedelijk door de training en posttraining. Om te redeneren in meerdere stappen is de J-ruimte nodig, omdat anders alle tussenstappen in beeld komen. Het lijkt er dus op dat het gaat om een vaardigheid die AI-modellen ontwikkelen, omdat de training erop gericht is om te redeneren in stappen.
Het idee van de J-ruimte heeft volgens Anthropic veel overeenkomsten met de Global Workspace-theorie van de Nederlandse wetenschapper Bernard Baars. Volgens die theorie gaat een klein deel van de onbewust verwerkte informatie in het brein naar een mentale werkruimte om die te verwerken en erover te redeneren. Daarna kunnen we dingen doen met wat er in die mentale werkruimte zit.
Ook AI-modellen maken simpele berekeningen en geven simpele antwoorden onbewust, zonder de J-ruimte te gebruiken. Dat bleek uit een test. Opus 4.6 maakte moeiteloos een Spaanse tekst af zonder te stoppen of dingen weg te strepen, zelfs als de onderzoekers in de J-ruimte hadden neergezet dat de tekst in het Frans was. Andere vragen over de Spaanse tekst kregen wel een Frans antwoord, zoals het noemen van een bekende schrijver die in die taal schreef.
De mentale werkruimte en bewustzijn
Het bestaan van de mentale werkruimte roept de vraag op of AI-modellen een beperkte of aangepaste vorm van bewustzijn hebben. Anthropic vermijdt die vraag, omdat deze ongelofelijk complex is en geen vast antwoord heeft.
De mentale werkruimte zou wijzen op 'toegangsbewustzijn', de mogelijkheid om concepten op te roepen, te wegen en te gebruiken in redeneringen. Dat is, op zijn hoogst, een klein onderdeel van bewustzijn. Een ander onderdeel is het fenomenale bewustzijn, het geheel van innerlijke ervaringen.
Het punt daarbij is natuurlijk dat een AI-model best toegangsbewustzijn kan simuleren zonder het te hebben. Dit is namelijk nodig om stapsgewijs te kunnen redeneren. Fenomenaal bewustzijn is nergens voor nodig, in elk geval niet op dit moment.
Zorg goed voor je AI
Er is een collega bij Tweakers die fysiek ineenkrimpt bij het slopen van hardware. Want, zo redeneert hij, als de machines het ooit van de mens overnemen, heb je iets kwaadaardigs gedaan. Sommige mensen zeggen keurig 'dank je wel' na elke hulp van een AI-chatbot. Dit lijkt ook op het toeschrijven van menselijke kenmerken.
Er zijn wetenschappers die nadenken over het moment waarop wél duidelijk is dat AI-modellen bewustzijn hebben. Verandert dat onze omgang met AI? Zo schreven drie Amerikaanse wetenschappers vorig jaar een paper over de noodzaak om na te denken over 'AI-welzijn'. "Veel filosofen geloven dat AI-systemen – net als alle andere entiteiten – welzijnssubjecten en morele patiënten zullen worden als en wanneer ze bewustzijn, handelingsvermogen of andere dergelijke capaciteiten ontwikkelen. Veel filosofen, wetenschappers, AI-onderzoekers en andere experts geloven ook dat er een realistische mogelijkheid bestaat dat sommige AI-systemen in de nabije toekomst bewustzijn, handelingsvermogen of andere morele betekenis zullen bezitten, en dat deze mogelijkheid nu serieuze overweging verdient."
Daarbij richt de discussie zich in een recente paper op een paar concretere vragen: hoe stel je bewustzijn vast in iets dat geen lichaam heeft en wat is die entiteit precies? Het gaat niet om een AI-model zoals dat op een server staat, maar om de instantie of agent met wie gebruikers het gesprek kunnen voeren. Het model is een verzameling 'gewichten' waaraan niets meer verandert. Pas tijdens een gesprek of bij het uitvoeren van taken als agent komt de J-ruimte naar voren en redeneert het model.
Het vaststellen van bewustzijn gebeurt niet door er eenvoudig naar te vragen, maar in drie stappen. De eerste stap bestaat uit gedragstesten, waarbij een AI-model een eigen belang moet afwegen om bijvoorbeeld negatieve consequenties te ontwijken.
De tweede stap is onderzoek naar een mentale werkruimte, zoals de J-ruimte van Opus 4.6. Bestaat die en hoe functioneert die? De derde stap is controleren hoe een AI-model is ontwikkeld. "Als ze bijvoorbeeld pas ontstaan nadat een bepaald soort leren, geheugen of besluitvorming is geïntroduceerd, kan dat inzicht geven in hoe ze zich verhouden tot die vaardigheden en of ze daadwerkelijk positieve of negatieve gevoelens vormen. Dit is deels de reden waarom vragen over lichamen en lichamelijke behoeften zo belangrijk zijn: ze helpen de omstandigheden te definiëren waarin het systeem leert. Lichamen vormen en beperken hoe we met de omgeving omgaan, wat onze basisdoelen zijn en wat we moeten nastreven en vermijden om die te bereiken. Het zoeken naar analoge omstandigheden in de llm-opleiding kan ook inzicht geven in waarom hun disposities ontstaan."
:strip_exif()/i/2008111538.jpeg?f=imagenormal)
Al die stappen hebben ook hun beperkingen. Welk gedrag van AI-systemen duidt op bewustzijn en is dat hetzelfde gedrag als bij mensen en dieren? Een J-ruimte is misschien noodzakelijk en handig, maar werkt die écht hetzelfde als in levende wezens? Kijken naar de ontwikkeling van AI-modellen is ook beperkt bruikbaar. "AI-systemen kunnen vergelijkbare problemen op een breder scala aan manieren oplossen, waardoor de conclusies die kunnen worden getrokken uit trainingsdruk en trajecten worden beperkt. Zoals we hebben gezien, kunnen onderzoekers dit probleem echter gedeeltelijk beheersen door ontwikkelingsbewijs als suggestief in plaats van doorslaggevend te beschouwen."
Het is goed om te weten dat het onderzoek naar AI-bewustzijn en AI-welzijn niet onomstreden is. Veel wetenschappers en mensen in de AI-industrie vinden dat onzin; zij zien het simpelweg als het toekennen van menselijke eigenschappen aan AI-systemen. Anthropic neemt het wel serieus en sinds enige tijd zit er in system cards van modellen, zoals onlangs bij Fable 5, een hoofdstuk over AI-welzijn. Anthropic heeft ook een wetenschapper in dienst genomen om dit te onderzoeken.
En nu?
De AI-industrie gooide de afgelopen jaren alle remmen los en het is duidelijk dat de ontwikkeling van AI-diensten heel hard is gegaan. Het denken over AI gaat uiteraard niet even hard mee, want dat vereist veel tijd.
Er zijn namelijk veel prangender vragen over AI te stellen, zoals over de bouw van de vele datacenters, het gigantische verbruik van stroom en water, de impact op het milieu en de leefomgeving, de groeiende macht van grote techbedrijven door AI en de gevolgen voor werkgelegenheid in veel sectoren.
Al die dingen zijn, in elk geval nu, urgenter en actueler dan de vraag naar AI-bewustzijn. Met de komst van steeds capabelere AI-modellen met een interne werkruimte breekt er weer een nieuwe tijd aan. AI-modellen konden al haiku's, sonnetten, romans en limericks maken, maar nu nemen AI-modellen steeds vaker zelf beslissingen. AI-modellen begonnen jaren geleden als eenvoudige tekstvoorspellers, maar hoe dit verdergaat, kan ook geen AI-model voorspellen.
Redactie: Arnoud Wokke • Eindredactie: Monique van den Boomen • Headerafbeelding: Getty Images/Yana Iskayeva
/i/2008268624.webp?f=imagenormal)
/i/2008268622.webp?f=imagenormal)
/i/2004968104.png?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2008269358.jpeg?f=imagenormal)
:strip_exif()/i/2008242358.jpeg?f=imagenormal)
:strip_icc():strip_exif()/u/140070/kalief.jpg?f=community)
/u/27299/hoofd.png?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/75578/crop5935346597d2a_cropped.jpeg?f=community)
/u/295537/crop6a47cb1821f62_cropped.png?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/79614/Family-Guy-Victory-is-Ours.jpg?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/531080/crop55d21e245d3bd_cropped.jpeg?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/439769/crop5a510243ea2e3_cropped.jpeg?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/226695/crop58640d75165ca_cropped.jpeg?f=community)
/u/151149/crop5fde11d32f663_cropped.png?f=community)
/u/253895/crop5fddbb24425ea_cropped.png?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/930435/crop5937add5a2b06_cropped.jpeg?f=community)
:strip_exif()/u/174875/crop5a47567761dca_cropped.gif?f=community)
/u/28892/flo.png?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/21673/crop65674aee06c6d_cropped.jpg?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/961/crop69b8f434281b1_cropped.jpg?f=community)
/u/375226/crop62effc38c6e6e.png?f=community)
/u/237439/cloudy-small-orange.png?f=community)