Overal in het knusse buurthuis in Maarssen staat oude en nieuwe Atari-hardware uitgestald. Tientallen liefhebbers van het iconische techmerk kwamen op 22 maart vanuit heel het land bijeen voor deze tiende editie van Atari Invasion – meegeorganiseerd door tweaker en Atari-museumeigenaar Fred – om te praten over hun passie en Tweakers was daarbij.
Een passie is het voor de bezoekers en organisatoren overduidelijk. Dat werd kraakhelder tijdens een presentatie van een hedendaagse Atari 2600-gameontwikkelaar, waarin hij met een ondertoon van schuldbekentenis vertelde dat zijn eerste thuiscomputer de Commodore 64 was. De zaal liet in een opwelling – maar nadrukkelijk ironisch en grappig bedoeld – boegeroep los. Alles behalve de Atari 800XL is immers heiligschennis.
Atari Invasion
Atari Invasion is ontstaan onder een groepje liefhebbers van het merk tijdens ontmoetingen van de HCC Commodore-club. De Atari-fanaten wilden de bijeenkomst 'overnemen' en dat resulteerde in de Atari Invasion.
Inmiddels wordt de bijeenkomst 'een soort van regelmatig' georganiseerd en worden allerlei verschillende verzamelobjecten rondom Atari tentoongesteld. Dat gebeurt in samenwerking met de rest van de HCC Commodore-club. Vervolgens kunnen liefhebbers met elkaar in gesprek gaan over hun gezamenlijke passie. Het event wordt georganiseerd door hoofdorganisator Dennis Roos, Fred en vier andere Atari-liefhebbers.
Vriendschappelijke rivaliteit
Het lijkt de Atari-community te kenmerken dat deze van oudsher niet zo eensgezind was als tijdens het boegeroep van de presentatie leek. Zoals tweaker Anand me uitlegt, was er een 'vriendschappelijke rivaliteit' tussen niches binnen de Atari- en retrocommunity. Dat heeft te maken met de historie van het Amerikaanse game-icoon; het bedrijf werd in 1984 bijvoorbeeld opgekocht door Commodore-oprichter Jack Tramiel. Dat verklaart ook het boegeroep over de Commodore 64. De groep benadrukt dat de echte rivaliteit iets van vroeger is en dat het inmiddels allemaal retroliefhebbers zijn, met respect voor ieders voorkeur.
Anand verzamelt en repareert nadrukkelijk Atari ST-computers. ST staat voor 'Sixteen/Thirty-two', een verwijzing naar de 16bit-bus en 32bit-componenten. Die pc's kwamen kort na de overname, ergens vanaf 1985, op de markt en waren volgens hem bijzonder voor die tijd: "ST's liepen onwijs voor op concurrenten door het gebruik van een MIDI-poort. Het zal je verbazen hoeveel albums er in die periode zijn opgenomen met een ST. Andere leden van onze club richten zich juist op de vroege consoles of arcadehardware."
Onlosmakelijk verbonden met de demoscene
Met verzamelde en gerepareerde ST's bezoekt Anand niet alleen evenementen als Atari Invasion, maar ook evenementen uit de demoscene. Voor de oningewijden: de demoscene is een subcultuur binnen nerd- en techcultuur waarin mensen op allerlei manieren hun programmeer- en kunsttalenten laten zien. Dat kan bijvoorbeeld door zo klein mogelijke programma's te schrijven voor audiovisuele kunst.
"Ik vind het fascinerend om te zien hoe programmeurs met niet meer dan enkele duizenden bytes de vetste digitale kunst kunnen maken. En het mooie is dat die subcultuur ook een soort rivaliteit heeft. Want de hardware verandert niet, maar programmeurs weten ieder jaar weer meer uit dezelfde apparaten te halen. Zo proberen ze elkaar telkens weer te overtreffen en ik geniet als fanboy vanaf de zijlijnen enorm mee."
Atari als manusje-van-alles
Zoals gezegd: de Atari-community bestaat uit allerlei niches. Een van de organisators van de Invasion is Fred, ook uitbater van zijn Atari Museum. Hij verzamelt in tegenstelling tot Anand vrijwel alles dat met Atari te maken heeft. En dat is meer dan je wellicht zou denken.
Atari staat natuurlijk bekend om de arcademachines voor in hallen en thuis, maar ook om de thuiscomputers. Toch weet Fred me te verrassen met allerlei andere hardware die de techgigant gemaakt blijkt te hebben. Denk aan laserprinters, monitoren, modems, jukeboxen, een analoge muziekvisualisator en een hele rits aan verschillende rekenmachines.
Wellicht is Freds waardevolste item wel het bijna mystieke Atari 1090 XL Expansion System. Deze vierkante computerbehuizing is van binnen niets meer dan een printplaat, wat condensators en vijf 8bit-Parallel Bus Interface-uitbreidingsslots.
"De bedoeling was dat gebruikers met een XL-thuiscomputer het 1090 XL Expansion System konden gebruiken om extra hardware aan te sluiten, zoals meer geheugen of een CP/M-besturingssysteemkaart." Helaas werd het idee na de overname van Atari in 1984 geschrapt. Daarom werden er slechts enkele tientallen van deze uitbreidingsstations gemaakt als prototypes. Dat maakt de ogenschijnlijk simpele hardware een van de waardevolste Atari-producten.
Het collector's item is overigens niet van Fred zelf, maar van een vriend. "Dat is kenmerkend aan onze community. We wisselen voortdurend spullen uit. De een heeft dit dubbel, de ander dat, en dan geven we dat aan elkaar. We kijken niet naar geld; het gaat ons om de passie." Hij benadrukt dat het 1090 XL Expansion System in bruikleen is; de kans dat iemand dit dubbel heeft is immers extreem klein.
Een hedendaagse Atari 2600-ontwikkelaar
Die passie komt bij sommigen tot uiting in demoscenes, bij anderen in een zelf opgezet museum. Dion Olsthoorn brengt dat tot uiting met eigen games voor de Atari 2600. Voor de duidelijkheid: dat is de iconische gameconsole van Atari uit 1977.
In zijn presentatie vertelt hij aan de mede-Atari-fanaten alles over zijn ontwikkelproces van een bijzonder project: Lode Runner. Retrogamers zullen die franchise kennen. Er kwamen sinds 1983 ruim veertig versies van de puzzelplatformer uit voor praktische ieder platform dat ooit op de markt kwam – ieder platform, behalve de Atari 2600.
Daarin wilde Dion verandering brengen met een eigen versie van Lode Runner voor de 2600. "Ik wilde mijn eigen game op een cartridge hebben. Zo gaat het werk in principe nooit verloren." Dat bleek een enorme uitdaging vanwege de beperkingen van de Atari 2600 en de franchise zelf. Dion somt op:
- De Atari 2600 heeft 128 bytes ram, ofwel veel te weinig.
- Er moeten 150 levels worden opgeslagen, maar er is maar 4kB rom: opnieuw veel te weinig.
- De AI in Lode Runner is op zijn zachtst gezegd eigenzinnig.
- Dion wil Lode Runner onder de officiële merknaam uitbrengen.
Officiële Lode Runner voor 2600
De AI wist Dion te reproduceren op basis van een obscure handleiding uit de jaren '80. Daar schreef de uitgever op basis van de broncode van Lode Runner hoe mensen konden leren programmeren in C. "Eerste wilde ik de AI zelf schrijven. Maar met een A*-algoritme maak je letterlijk geen kans tegen de AI. Dus heb ik de oude, soms wat onlogische versie gebruikt. Die maakt de game."
Dan waren er nog de hardwarebeperkingen van de Atari 2600. Die omzeilde de ontwikkelaar met slim programmeren en met wat hij zelf gekscherend 'valsspelen' noemt: het gebruik van een cartridge met een extra Arm-coprocessor. Sommige puristen vinden dat echt alleen de basishardware mag worden gebruikt. De cartridge met de extra processor maakt overigens nog steeds geen moderne krachtpatser van de console: de cartridge heeft maar liefst 32kB rom en 8kB ram.:strip_exif()/i/2008088854.jpeg?f=imagenormal)
Ook met die extra kaart waren de beoogde 150 levels ruim 67kB groot en moesten ze kleiner. "Uiteindelijk wist ik met Huffman-encoding ieder stukje van de levels zo te programmeren, dat ze bij elkaar 11kB groot zijn."
De laatste horde nam hij in 2022. Voor een officiële licentie moest Dion bij de Amerikaanse eigenaar van het intellectuele eigendom van het spel zijn. Dat kostte hem jaren, want alleen het opstellen van een contract zou de IP-eigenaar vermoedelijk al meer kosten dan dat een nieuwe Lode Runner die partij zou opleveren. "Uiteindelijk zagen ze dat ik met pure passie aan het project werkte. Dat heeft ze overtuigd. En godzijdank heet het officieel Lode Runner."
Voor de laatste keer tijdens de presentatie welde uit de zaal geluid op: geen ironisch bedoeld boegeroep meer, maar oprecht enthousiasme voor het project van Dion. Want dat is Atari Invasion toch vooral: enthousiast over alles Atari en gewoon ontzettend trots als een van hen tegen beter weten in zoiets fascinerends weet te presteren als een eigen iconische retrogame voor een bijna vijftig jaar oude console.
Redactie: Yannick Spinner • Eindredactie: Marger Verschuur
:strip_exif()/i/2008088852.jpeg?f=imagemedium)
:strip_exif()/i/2008088850.jpeg?f=imagemedium)