Wie aan slimme meters denkt, denkt al snel aan meterstanden, zonnepanelen of een app die via de P1-poort laat zien wat er thuis gebeurt. Voor Edwin Muller zit daar een laag onder die minstens zo belangrijk is: de telecomlaag. Als Consultant Telecom Slimme Meters bij Alliander is hij onderdeel van een team dat zich bezighoudt met wat hij het 'derde net' noemt. Naast het elektriciteits- en gasnet is het telecomnetwerk nodig om meters, routers en andere componenten in het veld betrouwbaar te laten communiceren.
Is die telecomlaag niet goed geregeld, dan ontstaat een potentieel flinke puinhoop onder de motorkap van het energiesysteem. Netbeheerders zien dan minder goed wat er in wijken gebeurt, storingen worden later opgespoord, meterstanden komen niet betrouwbaar binnen en problemen met zonnepanelen, laadpalen en warmtepompen worden moeilijker te verklaren of op te lossen.
Slimme meters zijn allang niet meer alleen apparaten die periodiek een meterstand doorgeven. Ze worden onderdeel van een bredere energie-infrastructuur waarin ook laadpalen, thuisbatterijen, zonnepanelen, energiemanagementsystemen en netmonitoring een rol spelen. Aan de klantkant gebeurt veel via de P1-poort, maar voor de netbeheerder gaat het vooral om betrouwbare datastromen uit meters, routers en stations. Zonder die communicatie ontbreekt actueel inzicht in belasting, teruglevering en beschikbaarheid van het net.
Edwin werkt al jaren op het snijvlak van meetdata, hardware en mobiele telecom. Bij Alliander Telecom richt hij zich nu vooral op de communicatie van slimme meters en routers. De schaal is groot: Alliander heeft iets meer dan 3,2 miljoen slimme elektrameters in beheer, en landelijk gaat het om ongeveer tien miljoen. Daarnaast zijn er tienduizenden routers in het veld, bijvoorbeeld bij middenspanningsstations of voor de aansturing van openbare verlichting. Die routers maken het mogelijk om op afstand data uit het net te halen: welke stromen en spanningen lopen er, hoe ontwikkelt de belasting zich en waar ontstaan afwijkingen?
Meters die langer meegaan dan mobiele netwerken
De technische uitdaging zit niet alleen in die aantallen, maar ook in de levensduur van de apparatuur. Een slimme meter kan 15 tot 25 jaar blijven hangen, terwijl mobiele netwerken veel sneller veranderen. GPRS, 3G, 4G, 5G, LTE-M: providers vernieuwen hun netwerken voortdurend en schakelen oude standaarden uit. "Telecomproviders gaan veel sneller dan netbeheerders", zegt Edwin. Dat dwingt Alliander om meters en routers zo in te richten dat ze niet te afhankelijk zijn van één specifieke telecomtechnologie.
Een belangrijke ontwikkeling daarbij is remote SIM provisioning. RSP is een marktstandaard waarmee op afstand een ander simprofiel naar een meter of router kan worden gestuurd, zonder dat er fysiek een monteur langs hoeft om een simkaart te vervangen. Deze technologie wordt ook veel toegepast in de automotive-industrie. De nieuwe generatie meters, die volgens Edwin vanaf 2027 wordt geïntroduceerd, moet de meter sterker loskoppelen van de onderliggende telecomdienst. Als een verbinding via de ene provider niet goed werkt, kan Alliander op termijn mogelijk overschakelen naar een andere aanbieder. "Wij kunnen op afstand de simkaarten wisselen", zegt Edwin. "Allemaal remote, zonder de fysieke simkaart."
Dat levert niet alleen gemak op voor klanten, maar ook lagere maatschappelijke kosten en betere beheersbaarheid. Als een oude mobiele standaard verdwijnt, hoeft er niet automatisch een fysieke meterwissel plaats te vinden. En als een router op een specifieke locatie slecht bereik heeft via de ene provider, kan een alternatief profiel worden geprobeerd. De telecomlaag wordt daardoor flexibeler, terwijl de fysieke meter of router langer bruikbaar blijft.
Remote sim provisioning en 450MHz
Voor robuuste communicatie kijkt Alliander niet alleen naar publieke mobiele netwerken. Samen met Stedin beschikt Alliander via Utility Connect over een eigen 450MHz-netwerk. Die frequentie heeft langere golven en dringt daardoor beter door in technische ruimtes, transformatorstations en panden met veel beton, staal of elektromagnetische verstoring. Dat maakt 450MHz interessant voor machine-to-machinecommunicatie waarbij betrouwbaarheid en dekking belangrijker zijn dan hoge bandbreedte. Lte-m op 450MHz moet de komende jaren een grotere rol krijgen. "Het belangrijkste is dat wij ons eigen netwerk uitrollen en dat optimaal gaan gebruiken", zegt Edwin.
Lte-m past goed bij dit soort toepassingen, omdat het niet draait om grote hoeveelheden data, maar om kleine datapakketten die betrouwbaar moeten worden verstuurd. Edwin merkt dat daar soms misverstanden over bestaan. Je stopt niet 'gewoon een simkaartje' in elk apparaat. Achter die verbinding zit een volledige infrastructuur met providerafspraken, beveiliging, beheer, monitoring, datalimieten en eisen aan beschikbaarheid. Per locatie moet worden gekeken welke technologie past, hoeveel data nodig is en welke balans nodig is tussen bereikbaarheid, kosten en schaalbaarheid.
30.000 routers monitoren met Zabbix
Een project waar Edwin met veel trots over spreekt, is de monitoring van ongeveer 30.000 routers met Zabbix. Toen hij bij Alliander Telecom begon, draaide er al een Zabbix-omgeving, maar die was verouderd en vroeg nog veel handwerk. Vanwege de voorkeur voor open source en met het oog op de kosten is de omgeving daarom bijgewerkt naar een recente lts-versie en verder geautomatiseerd. Omdat de routers uit verschillende diensten en afdelingen komen, bouwde een collega een Zabbix Host Orchestrator. Die importeert routers uit verschillende bronsystemen in de centrale Zabbix-omgeving.
De basiscontrole is simpel: reageert de router? Maar daaronder zit meer. Zo worden uit routers ook gegevens gelezen, zoals signaalsterkte en dataverkeer. Vooral signaalsterkte is belangrijk, omdat mobiele connectiviteit op veldlocaties sterk kan schommelen. "Er hoeft maar een vrachtwagen voor een antenne te gaan staan en je hebt minder verbinding", zegt Edwin. Ook providers kunnen invloed hebben, bijvoorbeeld wanneer masten 's nachts anders worden ingesteld of met minder vermogen uitzenden.
Van ping naar trenddata
Zabbix geeft Alliander de mogelijkheid om op zulke signalen regels in te stellen. Eén gemiste lezing is geen probleem en zelfs een dag uitval hoeft niet direct tot actie te leiden. Sommige verbindingen komen vanzelf terug, bijvoorbeeld na weersinvloeden of tijdelijke verslechtering van het mobiele signaal. Maar structurele uitval of verslechtering vraagt wel om opvolging. Zabbix classificeert zulke meldingen als problemen, van relatief onschuldig tot ernstig. Als bijvoorbeeld de helft van de lezingen ontbreekt, kan worden onderzocht of een betere antenne nodig is, of dat een andere provider of technologie geschikter is.
De grote winst zit in historische trenddata. Alliander ziet niet alleen of een router nu up of down is, maar ook hoe de verbinding zich ontwikkelt. Was de signaalsterkte vorige week beter? Verslechtert een locatie langzaam? Is er een patroon zichtbaar rond bepaalde tijdstippen of weersomstandigheden? Die data maakt het mogelijk om gericht te verbeteren in plaats van reactief op incidenten te sturen. Zabbix levert daarmee niet alleen monitoring, maar ook input voor optimalisatie van de telecomarchitectuur.
De P4-keten achter de meterstand
Dezelfde behoefte aan betrouwbaarheid speelt bij de slimme meters zelf. Daar draait veel om de P4-score, een belangrijke graadmeter voor het uitlezen van slimme meters. De P1-poort is voor consumenten bekend als lokale aansluiting in de meterkast, maar P4 is het kanaal waarmee netbeheerders meetdata beschikbaar maken voor leveranciers. Iedere dag moeten de meters die daarvoor in aanmerking komen zo goed mogelijk worden uitgelezen. Niet iedereen geeft toestemming voor uitlezing, maar bij klanten die dat wel doen, bijvoorbeeld vanwege zonnepanelen of inzicht in verbruik, moet die keten betrouwbaar functioneren.
De meter meet het verbruik in kilowattuur en geeft de meterstand door. Leveranciers gebruiken die data vervolgens voor portalen, apps en diensten. Edwin formuleert zijn rol bewust nuchter: "Wij moeten gewoon uitlezen wat er in die meter staat en dat doorsturen richting leveranciers." Maar precies dat wordt ingewikkeld zodra verbindingen haperen. Dan moeten er schattingen, correcties of herstelprocessen worden gestart. Hoe hoger het uitleespercentage, hoe minder extra werk er in de keten ontstaat.
Diezelfde communicatie is ook belangrijk voor processen als allocatie en reconciliatie: bepalen hoeveel energie op het net zit, hoeveel er wordt geproduceerd, verbruikt, geïmporteerd of geëxporteerd, en hoe dat later wordt verrekend. Bij korte onderbrekingen kun je nog werken met profielen en berekeningen. Maar hoe langer actuele data ontbreken, hoe groter de afwijking wordt. Edwin denkt graag in uitersten: "Stel: er is geen communicatie. Welk effect heeft dit op de energietransitie?"
Zonder actuele data moeten netbeheerders conservatiever sturen. Bij veel zon en wind tegelijk moet bekend zijn hoeveel energie daadwerkelijk het net op komt. Als dat inzicht ontbreekt, kan uit voorzorg worden gevraagd om af te schakelen, terwijl dat op basis van actuele metingen misschien niet nodig was. "Hoe beter wij onze telecom voor elkaar hebben, hoe beter het is voor de energietransitie", zegt Edwin. Daarna vat hij het kort samen: "Meten is weten."
Werken bij Alliander?
Werken bij Alliander is werken aan een van de grootste maatschappelijke opgaven
van deze tijd: de energietransitie. Niet van een afstand, maar aan de systemen die
bepalen of Nederland kan blijven wonen, werken, reizen en verduurzamen. Want
achter elke aansluiting, elk bedrijf dat wil groeien en elk huishouden dat stroom
nodig heeft, zit een energie-infrastructuur die betrouwbaar, veilig en
toekomstbestendig moet blijven. Meer weten over werken bij Alliander? Hier vind je meer informatie.
Realtime data voor een digitaler net
De komende jaren wordt het net op steeds meer plekken gedigitaliseerd. Middenspanningsstations krijgen meetapparatuur, simkaarten of glasvezelaansluitingen. Grotere stations worden vaker via glas ontsloten, kleinere locaties via mobiele verbindingen. Daardoor ontstaat een fijnmaziger beeld van lokale belasting, productie en afwijkingen. Die data komen samen in platformen waarop triggers, analyses en voorspellingen kunnen worden gebouwd. Een voorbeeld dat Edwin noemt, is het voorspellen van wolken voor de zon. "Dat klinkt klein, maar bij zonneparken kan een wolk van een paar honderd meter direct een zichtbare productiedip veroorzaken. De situatie op het net verandert lokaal en in korte tijd. Daarvoor is zo veel mogelijk realtime data nodig." AI en voorspellende modellen kunnen helpen, maar alleen als de onderliggende communicatielaag betrouwbaar genoeg is.
Tussen strategie en uitvoering
Edwin ziet zijn eigen rol bij Alliander vooral tussen strategie en uitvoering. Hij is geen klassieke projectleider, maar iemand die technische implementaties kan verbinden met wat beheer, operatie en management nodig hebben. Consultants kunnen een mooi systeem neerzetten dat niet past bij bestaande processen, terwijl organisaties soms zelf iets bouwen maar slechts een fractie van de mogelijkheden ervan gebruiken. Zijn werk zit precies daartussen: zorgen dat de techniek werkt, past en gebruikt wordt. Het liefst werkt hij aan overzichtelijke, technisch-inhoudelijke projecten met een klein team en veel eigenaarschap. "Geef mij een opdracht als: monitor alle routers. Ik denk dat ik sterk ben in de implementatie daarvan." In die rol komt veel samen: mobiele telecom, monitoring, dataketens, veldapparatuur en de noodzaak om een steeds dynamischer energiesysteem betrouwbaar te houden.
Dit artikel is geen redactioneel artikel, maar gesponsord en tot stand gekomen dankzij Alliander en Tweakers Partners. Tweakers Partners is de afdeling binnen Tweakers die verantwoordelijk is voor commerciële samenwerkingen, winacties en Tweakers-events zoals meet-ups, Developers Summit, Testfest en meer. Bekijk hier het overzicht van alle acties en events. Mocht je ideeën met ons willen delen over deze vorm van adverteren, dan horen wij dat graag. Hierover kun je met ons in gesprek via [Discussie] Reclame algemeen].
:strip_exif()/i/2008365608.jpeg?f=imagenormal)