De 17-jarige KU Leuven-student Rune Bobbaers ontwikkelt met Insuline Is Not The Solution (IINTS) open source hardware en -software rond diabetestechnologie. Op de Tweakers Developers Summit laat hij zien hoe een nieuwsgierig hobbyproject uitgroeide tot een scherpe vraag over transparantie, veiligheid en zeggenschap.
Een insulinepomp kan dag en nacht beslissingen nemen die rechtstreeks invloed hebben op het leven van de gebruiker. Toch blijft het apparaat voor veel mensen grotendeels een zwarte doos. Instellingen gaan erin, insuline komt eruit, maar wat gebeurt er precies tussen die twee momenten? Rune Bobbaers nam daar geen genoegen mee. De Belgische student besloot de techniek die hij sinds zijn vroege jeugd op zijn lichaam draagt, zelf te onderzoeken. Niet door alleen documentatie te lezen, maar door stap voor stap een eigen insulinepomp na te bouwen.
Dat klinkt als een project van een doorgewinterde medtechontwikkelaar. Bobbaers is echter pas 17, bijna 18, en sinds enkele weken student aan KU Leuven. Tijdens de Tweakers Developers Summit behoort hij daarmee tot de jongste sprekers op het podium. Zijn leeftijd is een aardige binnenkomer, maar vormt zeker niet het belangrijkste deel van zijn verhaal. Zijn kennis komt namelijk niet alleen voort uit code, elektronica en eindeloos experimenteren. Bobbaers heeft sinds zijn derde diabetes type 1 en groeide op met de snelle ontwikkeling van glucosesensoren en insulinepompen.
Nieuwsgierigheid naar de code
Als kind maakte Bobbaers nog mee dat zijn glucosewaarden met een vingerprik handmatig moesten worden gemeten. Later kwamen sensoren die konden worden gescand en uiteindelijk systemen die steeds meer gegevens verzamelden en beslissingen automatiseerden. Die vooruitgang leverde veel gemak op, maar riep bij hem ook vragen op. Hij gebruikte de apparatuur iedere dag, terwijl hij nauwelijks wist welke hardware, software en logica erachter schuilgingen.
De aanzet voor IINTS kwam ongeveer drie jaar geleden bij CoderDojo, waar Bobbaers als"Hoe moeilijk kan het zijn om zelf een insulinepomp te bouwen?"
vrijwillige coach actief is. Iemand stelde voor om eens iets te doen met de medische apparaten die hij zelf gebruikte. Het idee was even eenvoudig als onweerstaanbaar: waarom zou hij niet proberen te begrijpen hoe zijn pomp werkte? Bobbaers begon met observeren, las handleidingen en zocht online naar technische informatie en patenten. Toen de basisprincipes duidelijker werden, verschoof het project van lezen naar bouwen. De gedachte waarmee hij begon, was typisch die van een tweaker: "Hoe moeilijk kan het zijn om zelf een insulinepomp te bouwen?"
Het eerste prototype was bescheiden: een paar knoppen en een motor, aangestuurd met eenvoudige elektronica. Daarna volgden een scherm, een slimmere microcontroller en steeds uitgebreidere software. Iedere versie voegde een klein onderdeel toe. Zo ontstond uiteindelijk een demonstratiepomp met een werkende gebruikersinterface en berekeningen die volgens Bobbaers sterk lijken op die van bestaande pompen. Het apparaat is nadrukkelijk niet bedoeld voor de behandeling van diabetes.
Een algoritme dat beslist, maar niets uitlegt
Tijdens het bouwen ontdekte Bobbaers dat de mechanica slechts een deel van de puzzel is. Een pomp moet uiterst kleine hoeveelheden vloeistof betrouwbaar kunnen toedienen, maar moderne systemen bevatten ook algoritmes die patronen in glucosewaarden herkennen. Op basis daarvan kunnen ze de afgifte aanpassen. Juist daar wordt de zwarte doos volgens hem echt interessant. De pomp neemt een beslissing, maar laat niet altijd zien welke tussenstappen of afwegingen tot die keuze hebben geleid.
"Waarom het algoritme een beslissing heeft genomen en welke stappen eraan voorafgingen, daar kom ik gewoon niet achter."
Tijdens medische controles kreeg Bobbaers naar eigen zeggen weleens te horen dat hij meer naar het algoritme moest leven, omdat het systeem naar eerdere dagen kijkt. Voor een technisch nieuwsgierige gebruiker is dat geen bevredigend antwoord. Wie dagelijks afhankelijk is van zo'n algoritme, wil kunnen begrijpen waarom het op het ene moment ingrijpt en op het andere niet. De arts kan die technische diepgang niet altijd bieden, terwijl fabrikanten de precieze werking van hun systemen doorgaans afschermen. "Waarom het algoritme een beslissing heeft genomen en welke stappen eraan voorafgingen, daar kom ik gewoon niet achter."
Daarom groeide IINTS verder dan alleen hardware. Bobbaers werkt ook aan een Python-SDK en een softwareomgeving waarin beslissingsalgoritmes in een virtuele zandbak kunnen worden onderzocht. Gebruikers kunnen een algoritme aan verschillende gesimuleerde situaties blootstellen, het als het ware stresstesten en volgen hoe het reageert. Ook dit onderdeel is bedoeld om te leren en te demonstreren, niet om medisch advies te geven of een echte pomp aan te sturen. Het moet vooral zichtbaar maken wat normaal achter gesloten deuren gebeurt.
Waarom openheid geen theoretische luxe is
De roep om transparantie klinkt misschien abstract, totdat Bobbaers vertelt over zijn nachten op een studentenkamer. Zijn pomp kan alarm slaan bij een te lage of te hoge glucosewaarde, maar hij wordt niet altijd wakker van het geluid. Een andere alarmtoon of een hoger volume zou voor hem praktisch verschil kunnen maken. Toch kan hij zo'n ogenschijnlijk kleine aanpassing niet eenvoudig zelf uitvoeren. De software is gesloten en wijzigingen kunnen gevolgen hebben voor ondersteuning, garantie en mogelijk ook aansprakelijkheid.
Bobbaers ziet daar een ongemakkelijke spanning. Europese regels voor medische hulpmiddelen moeten patiënten beschermen en stellen terecht hoge eisen aan veiligheid. Tegelijk ervaart hij een grijs gebied voor technisch vaardige gebruikers die hun eigen gegevens willen uitlezen of een aanvullende webapp willen bouwen. Fabrikanten beroepen zich op regelgeving en certificering, terwijl de gebruiker weinig ruimte krijgt om het apparaat beter op de eigen situatie te laten aansluiten. Die beperkte zeggenschap vindt hij "heel raar".
De frustratie leidde tot een nieuw zijproject. Bobbaers schreef software waarmee hij gegevens uit zijn diabetestechnologie naar een eigen omgeving kan brengen. Op zijn studentenkamer draait een Raspberry Pi als lokale server en worden waarden in een SQL-database opgeslagen. Via een browser kan hij die gegevens op verschillende apparaten bekijken. De signalen kunnen in theorie bovendien worden gekoppeld aan bijvoorbeeld verlichting of aanvullende alarmen. Zoals Bobbaers uitlegt: "Ik kan het koppelen aan Philips Hue-lampen, ik kan het koppelen aan alarmen en noem maar op."
Daardoor is een waarschuwing niet meer uitsluitend afhankelijk van het geluid uit de pomp. Omdat het om gevoelige medische informatie gaat, probeert hij de verwerking lokaal en versleuteld te houden. Het doel is niet om de beveiliging van een pomp roekeloos open te breken, maar om meer zeggenschap over de eigen gegevens en waarschuwingen te krijgen.
Hoever hij tijdens zijn talk in de precieze technische werkwijze zou duiken, stond tijdens het interview nog niet helemaal vast. Bobbaers kijkt namelijk ook naar de juridische kant. Die terughoudendheid past bij het project: zijn nieuwsgierigheid is groot, maar hij benadrukt dat veiligheid geen bijzaak is.
Het apparaat moet rond de mens werken
De behoefte aan personalisatie gaat volgens Bobbaers veel verder dan zijn eigen alarmvolume. Tijdens zomerkampen werkt hij onder meer met kinderen met diabetes en kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Daar zag hij hoe overweldigend de interface van een insulinepomp kan zijn. Veel getallen, menu's en instellingen maken zelfstandig gebruik moeilijk, zeker voor kinderen met een verstandelijke beperking. De techniek kan medisch geavanceerd zijn en toch onvoldoende aansluiten bij de persoon die ermee moet leven.
Wie een pomp krijgt, wordt getraind in de bediening, het plaatsen van naaldjes en de dagelijkse routine. In de praktijk klinkt de boodschap volgens Bobbaers te vaak alsof de patiënt het hele leven rond het apparaat moet organiseren. Hij wil die verhouding omdraaien. Met een begrijpelijkere interface, instelbare waarschuwingen en toegang tot eigen gegevens kan het apparaat zich beter voegen naar de gebruiker. Dat maakt IINTS niet alleen een technisch project, maar ook een pleidooi voor toegankelijk ontwerp.
Bobbaers richt zijn kritiek daarmee niet uitsluitend op één fabrikant of één pomp. Hij stelt een bredere ontwikkelaarsvraag: wie bepaalt hoe technologie zich gedraagt wanneer die technologie letterlijk aan het lichaam vastzit? Het verschil met gewone consumentensoftware vat hij helder samen: "Bij een gewone app is een onhandige interface vervelend. Bij medische software kan onduidelijkheid veel grotere gevolgen hebben."
Opensourceontwikkeling kan volgens hem helpen om keuzes bespreekbaar en systemen begrijpelijker te maken. Daarbij moet wel een scherp onderscheid blijven bestaan tussen leren en experimenteren enerzijds en daadwerkelijke medische toepassing anderzijds.
Van studentenkamer naar Europees podium
IINTS bracht Bobbaers inmiddels verder dan zijn werkbank en GitHub-repository. Hij presenteerde het project op wetenschapswedstrijden, nam deel aan Coolest Projects Belgium en vertegenwoordigt België tijdens EUCYS 2026, de European Union Contest for Young Scientists. Toch blijft zijn belangrijkste motivatie persoonlijk: hij wil begrijpen wat de apparaten doen waarvan hij iedere dag afhankelijk is, en anderen de mogelijkheid geven om mee te kijken en te leren.
Tijdens zijn talk Insuline Is Not The Solution: wat gebeurt er als je zelf een insulinepomp"Er zijn miljoenen mensen met diabetes op deze wereld. Veel van hen hebben geen inspraak in hun eigen therapie. Dat is eigenlijk heel raar."
bouwt? neemt hij bezoekers mee van een Raspberry Pi Pico en een stappenmotor naar simulaties, algoritmes, lokale databronnen en de grenzen van gesloten medische ecosystemen. De technische details vormen daarbij niet het eindpunt. Ze leiden naar de grotere vraag hoeveel invloed gebruikers zouden moeten hebben op een behandeling die voor een belangrijk deel door software wordt gestuurd.
Die vraag raakt volgens Bobbaers veel meer mensen dan alleen de kleine groep ontwikkelaars die zelf met medische hardware experimenteert. "Er zijn miljoenen mensen met diabetes op deze wereld. Veel van hen hebben geen inspraak in hun eigen therapie. Dat is eigenlijk heel raar."
Daarmee heeft Bobbaers een verhaal dat zowel ontwikkelaars als ontwerpers en beveiligingsexperts raakt. Het gaat over reverse-engineering, embedded hardware en Python, maar net zo goed over autonomie, inclusie en vertrouwen. En het begint allemaal bij een vraag die veel tweakers zullen herkennen: als een apparaat niet helemaal doet wat nodig is, waarom zou de gebruiker dan niet proberen te begrijpen hoe het beter kan?
Koop nu je kaartje voor de Tweakers Dev Summit 2026 en check het programma!
Dankzij dit soort unieke verhalen van Rune blijft de Dev Summit verrassen, prikkelen en inspireren. Wil je meer van deze verdieping zien en horen?
Koop dan hier een kaartje voor het leukste developers evenement van Nederland. Meer informatie over het programma, workshops en sprekers vind je op de aparte Dev Summit-website. We zien je heel graag eind oktober!
/u/585581/squirrel.png?f=community)
/u/217510/crop660db19c1cf7b_cropped.png?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/233767/crop5db03cbc075aa.jpeg?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/147791/crop56e423ed8d794_cropped.jpeg?f=community)
:strip_icc():strip_exif()/u/77607/crop5a9924c9496fb_cropped.jpeg?f=community)
/u/259451/crop62ab1ab66010b.png?f=community)