Apple heeft iOS 16.4.1 en macOS 13.3.1 uitgebracht. De updates verhelpen dezelfde twee zerodaykwetsbaarheden. Volgens Apple werden ze allebei actief uitgebuit en maakten ze het mogelijk om op afstand willekeurige code uit te voeren op de apparaten.
De kwetsbaarheden bevonden zich in IOSurfaceAccelerator en WebKit en worden respectievelijk CVE-2023-28206 en CVE-2023-28205 genoemd. De eerstgenoemde betreft een out-of-boundswritebug in de kernel van het besturingssysteem. Hiermee was het voor een kwaadwillige app mogelijk om willekeurige code uit te voeren met kernelrechten, schrijft Apple.
Door de tweede kwetsbaarheid kon het bezoeken van malafide webcontent, zoals websites of advertenties, ervoor zorgen dat er willekeurige code op het apparaat uitgevoerd werd. Apple laat verder weinig gedetailleerde informatie los over de bugs.
Naast de zerodaykwetsbaarheden lossen de updates nog een aantal kleine bugs op. Zowel de iOS- als macOS-update fixen een bug waardoor de huidskleurvariaties van een emoji niet getoond werden. Ook moet de iOS-update oplossen dat Siri in sommige gevallen niet reageert. Tot slot zou er een probleem verholpen zijn dat ervoor zorgde dat het ontgrendelen van de iMac met een Apple Watch in een aantal gevallen niet goed werkte.