Storage Review heeft een review gepost van de nieuwste toevoeging in de 10K rpm SCSI lijn van Seagate, de Cheetah 36ES. De 36ES heeft evenals de high-end Cheetah 73LP een platter-grootte van 18GB. De cache buffer heeft een omvang van 4MB en de seektime is volgens opgave van Seagate 5,2ms. De positionering van de 36ES is niet geheel duidelijk, maar de hogere prijs en het serienummer doen vermoeden dat de schijf is bedoeld als opvolger van de Cheetah 36XL. Storage Review tracht deze vraag te beantwoorden door de prestaties van de 36ES te vergelijken met de Cheetah 36XL, Cheetah 73LP en de huidige 10K rpm SCSI line-up van Maxtor, Fujitsu en IBM.
De Cheetah 36ES laat in Winbench 99 geen florisante toegangstijden zien. De schrijf presteert met een toegangstijd van 8,6ms het slechts van alle 10K HDD's, hoewel het verschil met andere Cheetah's slechts 0,1ms bedraagt en niet dramatisch is. De Maxtor 10K III is overtuigend winnaar met zijn toegangstijd van 7,9ms.
De sequentiële transfer rates van de Cheetah 36ES zijn erg goed te noemen. De snelheid op de buitenste tracks komt dicht in de buurt van de 73LP, maar aan de binnenkant haalt de 36ES topscores. 43MB/s is beduiend sneller dan de Fujitsu, die als tweede slechts 35,8MB/s haalt. De Cheetah 36ES voelt zich eveneens prettig in de Winbench 99 Disk WinMark, waar een eerste en tweede plaats wordt opgeëist in de business en high-end test. Het beeld keert zich ten nadele van de 36ES zodra de IOMeter benchmarks aan bod komen. De IOMeter performance is traditioneel sterk afhankelijk van de toegangstijden en dat is te zien bij de 36ES, die in de workstation simulatie als laatste eindigt. De file server en database simulaties worden als vierde en vijfde afgesloten. De Cheetah 73LP en 36XL presteren hier gelijk of beter dan de 36ES.
Storage Review concludeert dat de Cheetah 36ES dankzij de hoge WinMark scores prima geschikt is voor gebruik in een desktop systeem. Het is prettig om te weten dat de schijf relatief geluidsloos opereert, daarmee vergelijkbaar met de Maxtor Atlas 10K III.