De keuze voor de te gebruiken chipset was snel gemaakt. De 440BX kwam niet in aanmerking vanwege het ontbreken van officiële ondersteuning voor PC133 sdram en PIII's met 133MHz fsb. De i815 was geen optie omdat deze chipset officieel geen dual processing ondersteunde en bovendien de belachelijke geheugen limiet van 512MB had. De i820 met sdram verdween vanwege zijn traagheid buiten beeld. Bovendien zat er een bug in de Memory Translator Hub, waardoor ook meteen de i840 met dualchannel-sdram als kandidaat afviel. Een chipset voor Rambus-geheugen was per definitie geen oplossing vanwege de hoog geprijsde geheugenreepjes. Tenslotte was er nog de VIA Apollo Pro133A. Op het moment dat de configuratie werd samengesteld, waren er nog te weinig ervaringen bekend over de stabiliteit van dual Apollo-plankjes.
 |
De kandidaat die overbleef was de ServerWorks ServerSet III LE-chipset. ServerWorks, tot februari 2000 bekend onder de naam Reliance Computing Corporation, had al jaren ervaring met de ontwikkeling van high-end x86-serverchipsets. De RCC-chipsets werden door grote oem's zoals IBM, Compaq, Dell en HP verkozen boven Intels eigen Xeon- en Pentium Pro-chipsets. Als er één chipsetfabrikant is waarvan we stabiliteit mochten verwachten dan was het Serverworks. De ServerSet III LE heeft alle features die op ons verlanglijstje stonden. De chipset heeft ondersteuning voor maximaal 4GB PC133 sdram en kan gecombineerd worden met een 64bits pci-bridge. De afwezigheid van agp was geen punt, aangezien Mysql geen baat heeft bij hardwarematige 3d-acceleratie.

Nadat de keuze voor de chipset was bepaald, moest er een geschikt plankje uitgezocht worden. Supermicro had net de 370DLE aangekondigd en dat bord voldeed aan al onze wensen. Het verhaal werd helemaal mooi toen Supermicro bereid werd gevonden om een 370DLE te sponsoren.
Geheugen
Aanvankelijk zou de database-server voorzien worden van 768MB geheugen. Later werd dit uitgebreid naar 1GB. De bezoekersaantallen groeiden zo snel dat Athena en Aphrodite halverwege november van 2000 noodgedwongen een
geheugenupgrade moesten krijgen. Artemis kon nog steeds niet geplaatst worden door vertraging in de levering van de hardware. De servers kregen een extra reep van 256MB, goed voor een totaal van 768MB in Appie en 640MB in Athena. Vooral Athena had een gebrek aan geheugen. Dit probleem werd zelfs met de toevoeging van de extra module nauwelijks verholpen en daarom werd besloten om de hoeveelheid geheugen in de nieuwe database-server nogmaals uit te breiden. Zodoende werden voor een redelijke prijs twee 512MB Corsair-modules op de kop getikt, zodat Artemis op een totaal van 1,5GB werd gebracht - voldoende om de complete databases van Tweakers.net en Fokzine.net in RAM te cachen.
Netwerk
De onboard ethernetcontroller op het SuperMicro-bord kreeg gezelschap van twee 3Com's, die via een crosslink met Athena en Aphrodite werden verbonden. Op die manier was het niet nodig om een extra switch voor het interne netwerk aan te schaffen.
Behuizing
Tenslotte moest er een behuizing gevonden worden waarin we onze prachtige collectie hardware konden onderbrengen. Aanvankelijk viel de keuze op een standaard 4U-rackmount met drie 5,25" drive bays. Deze bood net voldoende ruimte voor drie Cheetahs. Daar was dan ook meteen alles mee gezegd, want ruimte voor uitbreiding in de toekomst zou er niet zijn.
De noodzaak om een vierde Cheetah te kopen (vanwege de lage raid 5-prestaties) betekende tevens dat er een andere kast moest komen. We hadden de keuze uit een aantal 8U-rackmounts van Procase en Bon Chic en een extra diepe 4U-kast van CI Design. Het kastje van CI Design was niet alleen veel lager dan een 8U-rackmount, maar was tevens voorzien van vijf geïntegreerde hotswap scsi-bays. Dit maakte het gebruik van losse swapbays overbodig, wat een flinke smak geld scheelde. Verder beschikte de behuizing over vijf normale 5,25 inch drivebays, zodat er voldoende uitbreidingsmogelijkheden waren.
