De economie
Jammer is wel dat je in deze fase vastzit aan die speelstijl. In de voorgaande twee fases en ook in de opvolgende Ruimtefase kun je eigenlijk bij elke confrontatie kiezen of je de vredelievende aanpak wilt kiezen of de strijdlustige. In de Beschavingsfase niet. Als je in de voorgaande fases voornamelijk agressief hebt gespeeld, zit je hier vast aan een militaire stad met dito voertuigen en middelen. Daar kun je niet mee handelen en ook geen propaganda mee bedrijven. Verder is de Beschavingsfase vooral een strijd om grondstoffen. Buiten de steden liggen hier en daar bronnen, ongeveer twee keer zoveel als er steden zijn. Die bronnen spugen een soort gas uit dat kan worden gewonnen en dat de economie voedt. Wie een bron claimt, kan het gas winnen en afvoeren naar zijn stad, om de economie draaiende te houden. Geen gas betekent geen inkomsten en geen inkomsten betekent geen voertuigen.

Uiteraard kunnen de bronnen worden veroverd en wie de meeste heeft, krijgt de meeste voertuigen, waar de al dan niet vredelievende strijd mee wordt gestreden. Het leukste onderdeel van de Beschavingsfase is het inrichten van je stad en van de steden die je later onder je hoede krijgt. Er zijn in elke stad maar een paar plekken, hooguit een stuk of tien, waar je een gebouw neer kunt zetten en je kunt kiezen of daar een fabriek, een huis of het entertainmentcentrum moet komen. Op die manier heb je invloed op de productie van je steden. Als je meer steden onder je controle krijgt, win je ook wat superwapens. Als je de militaire weg kiest, krijg je bijvoorbeeld de Gadgetbom, waarmee je in één keer een vijandige stad onder de knie krijgt, hoe groot de weerstand daar ook is. De Gadgetbom heeft uiteraard een lange afkoelingstijd en er zit een belangrijk nadeel aan het gebruik. Gebouwen in de stad raken zo zwaar beschadigd dat ze niet meer kunnen worden opgebouwd, en ook niet meer kunnen worden vervangen door nieuwe gebouwen. De veroverde stad zal dus niets voor je produceren. De omvang van de steden die je in je bezit hebt, bepaalt ook hoeveel voertuigen, boten en vliegtuigen je kunt maken.

Hier zit een adder onder het gras, want de wereld is verdeeld in een aantal eilanden en voertuigen kunnen niet oversteken. Je kunt ze niet aan boord van een boot of vliegtuig naar de overkant brengen. Als je dus veel voertuigen op een eiland hebt, zijn je mogelijkheden op een volgend eiland beperkt. Je kunt de voertuigen niet overvaren en ook niet omruilen, daardoor kun je op het tweede eiland slechts een beperkt leger inzetten. Nu is de strijd verder niet al te spannend, dus deze beperking vormt eigenlijk wel een aangename uitdaging. De religieuze strijd lijkt verdacht veel op de militaire, waarbij je in plaats van kogels en bommen een regen aan propaganda op je tegenstander afvuurt, in de hoop de bevolking te overtuigen.

De economische kant is misschien wel het lastigste onderdeel. Met deze kaart leg je handelsroutes aan tussen jouw stad en de andere, en je kunt bondgenootschappen sluiten met bepaalde steden. Geld is daarbij het voornaamste wapen. Wie genoeg geld heeft, kan uiteindelijk de andere steden gewoon opkopen. In het echte zakenleven bestaan per slot van rekening ook 'vijandige overnames'. Net als bij de Stamfase is het aantal tegenstanders zeer beperkt. Zeker in de Beschavingsfase hadden dat er best wat meer mogen zijn, om de uitdaging wat groter te maken.

Terug naar de bron
Uiteraard kunnen de bronnen worden veroverd en wie de meeste heeft, krijgt de meeste voertuigen, waar de al dan niet vredelievende strijd mee wordt gestreden. Het leukste onderdeel van de Beschavingsfase is het inrichten van je stad en van de steden die je later onder je hoede krijgt. Er zijn in elke stad maar een paar plekken, hooguit een stuk of tien, waar je een gebouw neer kunt zetten en je kunt kiezen of daar een fabriek, een huis of het entertainmentcentrum moet komen. Op die manier heb je invloed op de productie van je steden. Als je meer steden onder je controle krijgt, win je ook wat superwapens. Als je de militaire weg kiest, krijg je bijvoorbeeld de Gadgetbom, waarmee je in één keer een vijandige stad onder de knie krijgt, hoe groot de weerstand daar ook is. De Gadgetbom heeft uiteraard een lange afkoelingstijd en er zit een belangrijk nadeel aan het gebruik. Gebouwen in de stad raken zo zwaar beschadigd dat ze niet meer kunnen worden opgebouwd, en ook niet meer kunnen worden vervangen door nieuwe gebouwen. De veroverde stad zal dus niets voor je produceren. De omvang van de steden die je in je bezit hebt, bepaalt ook hoeveel voertuigen, boten en vliegtuigen je kunt maken.
Een adder onder het gras
Hier zit een adder onder het gras, want de wereld is verdeeld in een aantal eilanden en voertuigen kunnen niet oversteken. Je kunt ze niet aan boord van een boot of vliegtuig naar de overkant brengen. Als je dus veel voertuigen op een eiland hebt, zijn je mogelijkheden op een volgend eiland beperkt. Je kunt de voertuigen niet overvaren en ook niet omruilen, daardoor kun je op het tweede eiland slechts een beperkt leger inzetten. Nu is de strijd verder niet al te spannend, dus deze beperking vormt eigenlijk wel een aangename uitdaging. De religieuze strijd lijkt verdacht veel op de militaire, waarbij je in plaats van kogels en bommen een regen aan propaganda op je tegenstander afvuurt, in de hoop de bevolking te overtuigen.
Volgende pagina (Ruimtehandel - 6/7)
