Inleiding: vernieuwing was nodig
De iPad en iPad mini brengen nog altijd heel veel geld in het laatje bij Apple, maar de groei in verkoopaantallen is eruit en met het succes van de iPad mini loopt ook het bedrag dat Apple per verkochte iPad binnenkrijgt terug. Hoewel de tablets dus nog zeker succesvol zijn, is Apple er ook veel aan gelegen om een ietwat negatieve trend tegen te gaan.
Gelukkig viel er aan beide iPads nog wel wat te verbeteren. Het grote model gebruikt al drie jaar lang dezelfde behuizing en sinds de 3e generatie is hij ook nog eens een stukje zwaarder dan vroeger. Hoewel Windows-tablets met x86-hardware in de regel nog wat zwaarder zijn, zijn er aan de Android-kant een heleboel tablets die een stuk slanker en lichter dan de iPad zijn. Daarnaast vindt er binnen de tabletmarkt een verschuiving plaats naar kleinere schermformaten, waardoor grotere tablets door consumenten eerder als te groot en zwaar bestempeld zullen worden.
Maar ook de kleine iPad had nog zijn verbeterpunten. Techjournalisten waren vorig jaar bij de introductie lovend over het 7,9"-formaat, maar de schermresolutie van 1024x768 pixels was eigenlijk op dat moment al achterhaald. In het Android-kamp hadden 7"-tablets sinds vorig jaar al een resolutie van 1280x800 pixels, meer dan de grotere iPad mini. En onlangs verhoogden Google en Asus dat bij de nieuwe Nexus 7 naar maar liefst 1920x1200 pixels. Apple wist dus heel goed wat nodig was: de opvolger van de iPad mini moest een Retina-scherm hebben om mee te kunnen komen.
Op beide vlakken heeft Apple afgelopen dinsdag goede stappen gezet. Het bedrijf introduceerde een nieuwe iPad, die luistert naar de naam iPad Air. De naam doelt op het lagere gewicht en de dunnere behuizing: het gewicht is bijna 200 gram lager dan de oude. Daarnaast werd ook een nieuwe iPad mini getoond, zoals verwacht met Retina-scherm. Meteen na de aankondiging konden we beide apparaten voor het eerst vasthouden en op de komende pagina's vind je onze eerste indrukken van deze nieuwe iPad-lineup.
De iPad Air: indrukwekkend licht
Zoals gezegd was de iPad wel aan een afslankkuurtje toe; met zijn gewicht van grofweg 650 gram was het inmiddels een van de zwaardere tablets op de markt. We zijn gewend dat fabrikanten op dit vlak incrementele verbeteringen doorvoeren, maar de stap die Apple heeft gemaakt met de nieuwe behuizing is groot. De iPad Air is maar liefst 183 gram lichter dan de vorige editie en dat merk je meteen als je hem opppakt. Wat daarbij ook helpt is dat de dikte iets is afgenomen, wat de ergonomie ten goede komt. De iPad Air ligt simpelweg een stuk lekkerder in de hand dan de oude iPad.
/i/1382476639.jpeg?f=imagenormal)
| iPad Air | iPad (4e) | Xperia Tablet Z | Surface 2 | | LG G Pad 8.3 | iPad mini | Nexus 7 |
Scherm |
9,7" |
9,7" |
10,1" |
10,6" |
|
8,3" |
7,9" |
7" |
Lengte |
240mm |
241mm |
266mm |
274mm |
|
217mm |
200mm |
201mm |
Breedte |
170mm |
185mm |
172mm |
173mm |
|
127mm |
134mm |
114mm |
Dikte |
7,5mm |
9mm |
6,9mm |
8,9mm |
|
8,3mm |
7,2mm |
8,6mm |
Gewicht |
469 gram |
652 gram |
483 gram |
630 gram |
|
338 gram |
308 gram |
289gram |
De nieuwe iPad is slechts een millimetertje korter dan de oude en dat zal maar weinig mensen opvallen. Wat wel opvalt is de afgenomen breedte: doordat Apple de schermranden kleiner heeft gemaakt meet de iPad Air 170mm in de breedte in plaats van 185mm. Daar merk je bij gebruik niet veel van, maar het zorgt er wel voor dat de Air van voren bekeken duidelijk verschilt van de oude iPad.
Sony's Xperia Tablet Z maakte eerder dit jaar al behoorlijke indruk met zijn gewicht van 483 gram, maar de iPad Air duikt daar nog net een paar gram onder. We waren van de oude iPad gewend dat onze arm redelijk snel ging zeuren als we hem met één hand vasthielden. Nu hebben we de Air niet lang genoeg kunnen gebruiken om te kijken of dat bij de laatste generatie anders is, maar de afname in gewicht is zo significant en merkbaar dat we ons niet kunnen voorstellen dat het geen invloed heeft op langdurig gebruik.
:fill(white)/i/1382476641.jpeg?f=thumb)
Het design moet mensen die de iPad mini wel eens gezien hebben bekend voorkomen. De donkere knoppen hebben nu dezelfde kleur als de behuizing en de ronde randen zijn net even anders. Daarnaast zijn de kleuren van de mini en iPad Air gelijkgetrokken met die van de onlangs geïntroduceerde iPhone 5S: je hebt de keuze uit grijs - wat Apple 'Space Gray' noemt - aan de achterzijde, met een zwarte bezel, of een zilveren achterkant met een witte bezel.
Ondanks het dunnere ontwerp is de accuduur volgens Apple precies hetzelfde als bij de oude versie. Dat zou een knappe prestatie zijn, want terwijl de iPad van vorig jaar nog een 43Wh-accu had, is de iPad Air uitgerust met 'slechts' een 32,4Wh-accu. Dat de accuduur toch niet achteruit is gegaan zou te danken zijn aan de zuinigere A7-soc die in de Air zit. Het gelijkblijven van de accuduur lijkt indrukwekkend en we zullen de claims zeker op de redactie toetsen zodra we de nieuwe iPads binnen krijgen.
iPad mini: een stuk scherper
Terwijl de iPad Air het vooral van zijn vernieuwde uiterlijk moet hebben, draait het bij de iPad mini allemaal om het scherm: de behuizing is onveranderd ten opzichte van de vorige versie maar de schermkwaliteit en -resolutie hebben een flinke sprong voorwaarts gemaakt.
/i/1382476978.jpeg?f=imagenormal)
Allereerst is er de sprong in resolutie: de stap naar 2048x1536 pixels betekent dat de nieuwe iPad mini vier keer zoveel pixels weergeeft als de oude, en daarom ziet tekst er haarscherp uit. Het aantal pixels per inch komt nu uit op 324, dat is een enkele pixel meer dan bij de nieuwe versie van de Nexus 7. Die ene pixel is op het oog natuurlijk niet te zien en beide tablets bieden dus een even scherp beeld.
Als je de nieuwe en de oude iPad mini naast elkaar houdt, is het verschil overduidelijk. Als je eenmaal tekst gelezen hebt op de nieuwe iPad mini dan is het moeilijk om terug te gaan naar het oude model. Ook bij de icoontjes op het homescreen is het verschil in resolutie goed te zien.
Maar niet alleen de resolutie is verhoogd. Het Retina-label dat Apple op schermen plakt, zegt ook iets over de kleurreproductie, en ook op dat vlak was de iPad mini nog voor verbetering vatbaar. We konden tijdens onze hands-on-sessie niet op het oog beoordelen of het scherm nu wel de volledige srgb-kleurruimte weer kan geven, maar zodra we een sample op de redactie hebben zullen we dit verder uitzoeken.
Aan de buitenkant valt er over de nieuwe iPad mini - afgezien van het scherm - eigenlijk niets nieuws te melden. Zoals Apple wel vaker doet hebben ze de behuizing onveranderd gelaten ten opzichte van de vorige generatie. Daar is overigens niets mis mee, want we vonden de eerste mini op ergonomisch vlak een prima apparaat en op het gebied van bouwkwaliteit is er bar weinig op aan te merken.
Twee iPads, één soc: de Apple A7
Eén van de opvallendste onthullingen tijdens de presentatie was dat beide iPads over een Apple A7-soc beschikken, de soc die Apple ook inbouwde in de iPhone 5s. Dat betekent dat beiden over flink meer rekenkracht beschikken, al is de stap voor de mini het grootst; de eerste generatie maakte namelijk nog gebruik van de A5-soc die samen met de iPad 2 geïntroduceerd werd in 2011.
De A7 is de eerste soc die gebruikmaakt van de ARMv8-instructieset en bevat twee door Apple zelf ontworpen processorkernen met een kloksnelheid die vermoedelijk rond 1,3GHz ligt. Hoewel die instructieset er al een paar jaar is, waren er tot de iPhone 5s nog geen smartphones of tablets met processors die hiervan gebruikmaken. ARM werkt aan Cortex A53 en A57, processorcores op ARMv8, terwijl uiteraard ook Qualcomm aan een eigen alternatief werkt. Het grootste verschil tussen ARMv7 en ARMv8 is dat laatstgenoemde 64bits is. Daardoor kan meer geheugen aangesproken worden en kunnen apps sneller werken als ze voor 64bits geoptimaliseerd zijn.
Uit onze tests van de iPhone 5S bleek al dat de A7 een heel stuk sneller is dan zijn voorgangers. Dat komt omdat Apple veel van zijn apps herschreven heeft om gebruik te maken van de nieuwe instructies die ARMv8 biedt. Niet alleen bij rekenintensieve taken is de A7 snel, ook de nieuwe gpu is krachtig en deze zorgt ervoor dat games vloeiend draaien. Gezien de relatief lage resolutie van de iPhone 5s ten opzichte van veel Android-smartphones is dat overigens ook niet gek.
Bij normaal gebruik is het effect van de A7 niet meteen merkbaar bij de nieuwe iPads. De oudere iPads wisten ook al een vloeiende interface te presenteren en daar moet je de verschillen dus niet zoeken. Apps zullen wel sneller starten en bij rekenintensieve taken, zoals het bewerken van foto's en filmpjes, kan de A7 echt zijn spierballen tonen.
Bij de nieuwe iPads moet de gpu in de A7 harder aan de bak: in plaats van een scherm met 1136x640 pixels moet nu een scherm met een resolutie van 2048x1536 pixels aangestuurd worden. Het zou ons niets verbazen als de A7 in de iPad Air een beetje hoger geklokt wordt in dan in de 5S, maar alsnog gaat het om een berg meer pixels die berekend konden worden.
Het lijkt erop als de A7 nog genoeg reserves in huis heeft om dat te doen. We mochten van de aanwezige Apple-medewerkers geen benchmarks draaien, maar wel kregen we een demo van de actiegame Infinity Blade 3 te zien. Aan het gebrek aan aliasing te zien leek deze op de native resolutie van het scherm te draaien en de framerate was in orde, zonder dipjes of haperingen. Hoewel de A7 in de iPads vast minder goed zal scoren in benchmarks dan bij de iPhone 5S, lijkt het in de praktijk vooralsnog niet voor problemen te zorgen.
Tot slot
Apple heeft voor een deel precies gedaan wat we vooraf verwacht hadden: de iPad mini heeft zijn langverwachte en hoognodige schermupgrade gekregen en de reguliere iPad is op dieet gegaan. Het is een dieet dat zo succesvol is, dat Apple het geoorloofd vond om de naam aan te passen naar iPad Air. De beide veranderingen zorgen ervoor dat de grootste kritiekpunten aangepakt zijn en de modellen zeker weer een jaar meekunnen.
Wat we niet hadden zien aankomen is de overstap naar een A7-soc voor beide modellen. Hoewel de snelheidsvoordelen op dit moment niet evident zijn, maakt het de twee tablets wel erg toekomstbestendig en daarnaast ook gelijkwaardig. En dat is misschien het grootste verschil met de modellen van de vorige generatie.
De iPad mini was voorheen niet alleen de mindere van de reguliere iPad op het gebied van grootte, maar ook op het vlak van specs, met zijn inferieure scherm en tragere hardware. Daar nu is geen sprake meer van. De iPad mini is nu simpelweg een fysiek kleinere versie van de normale iPad, met een scherm van dezelfde klasse en een identieke soc. Dat maakt de keuze voor potentiële kopers ook makkelijk, de vraag die je moet stellen is simpelweg: wil ik een grote of kleine iPad?
Deze koerswijziging heeft overigens wel invloed op de prijsstelling. De iPad Air kost 479 euro, iets minder dan de iPad van de vorige generatie bij introductie. De prijs van de iPad mini gaat vanwege de betere hardware omhoog van 329 naar 389 euro. Het bedrijf laat de aansluiting die het had bij de low-end daarmee vallen. De iPad 2 blijft weliswaar te koop voor 379 euro en de oude iPad mini kan nog steeds aangeschaft worden voor 289 euro, maar dat vinden we niet enorm aantrekkelijke proposities.
Afgaande op onze korte hands-on neigen we ernaar om de nieuwe iPad mini te verkiezen boven de iPad Air. De mini is nu een volwaardige iPad, met een mooi scherm, de nieuwste hardware, een fijn formaat en een prijs die 90 euro lager ligt dan die van een iPad Air. En daarmee zet Apple het bestaansrecht van de iPad Air - hoe dun en licht hij ook is - redelijk onder druk. Het is daarom nog maar de vraag of het Apple met deze twee nieuwe tablets lukt om de dalende trend in de verkoopcijfers te corrigeren.