Amerikaanse bedrijven kampen met een nieuwe stroom digitale aanvallen. Vooral energiebedrijven lijken het slachtoffer te zijn. De aanvallen lijken afkomstig uit het Midden-Oosten, maar de precieze herkomst is onduidelijk.
Volgens de Amerikaanse krant The New York Times proberen de aanvallers de ict-systemen van Amerikaanse bedrijven te saboteren. Dat is anders dan bij al langer bestaande aanvallen, waarbij vooral spionage wordt gepleegd, stelt de krant.
Waar de aanvallers precies vandaan komen, is nog niet duidelijk, maar het lijkt te gaan om aanvallers uit het Midden-Oosten. Of het gaat om een overheid die de aanvallen uitvoert of een criminele organisatie, blijft eveneens in het midden; misschien gaat het om aanvallers uit Iran. Duidelijk is wel dat de aanvallen nog steeds voortduren.
De aanvallers zouden het vooral op de energiesector gemunt hebben; er zouden al tien grote Amerikaanse energiebedrijven zijn aangevallen. Daarbij probeerden de aanvallers gegevens te verwijderen, industriële machines te manipuleren of essentiële infrastructuur onderuit te halen. In hoeverre dat is gelukt, is niet duidelijk, maar er zijn in de afgelopen weken voor zover bekend geen uitzonderlijke storingen gerapporteerd. Desondanks zijn Amerikaanse overheidsfunctionarissen bezorgd over de aanvallen.
De aanvallen doen denken aan die op energieleveranciers in het Midden-Oosten. Bij een van die aanvallen, op het Saudi-Arabische Saudi Aramco, werden de gegevens van 30.000 computers gewist. Alle data werd daarbij vervangen door een afbeelding van een brandende Amerikaanse vlag. De aanval had geen gevolgen voor de oliewinning, omdat de administratieve systemen van het bedrijf gescheiden waren van de industriële systemen die worden gebruikt voor de oliewinning. De aanval op Aramco zou het werk zijn geweest van Iraanse hackers.