De invloed van het internet
Regelmatig verschijnen de muziekmaatschappijen in de media naar aanleiding van een of ander rapport dat aantoont dat het internet schadelijk zou zijn voor de verkoop van muziek. Is dit echter wel altijd even correct, of pakken de grote platenlabels de zaken verkeerd aan?
Jaren geleden, in 1988 om precies te zijn, verscheen een boek met als titel 'Touching the void' over een ongeval tijdens een bergbeklimming. Hoewel het op goede kritieken onthaald werd, bleef het boek slechts een bescheiden succesje dat al gauw weer vergeten was. Tot tien jaar later plots een ander boek met als titel 'Into thin air' verscheen, ook over een een bergbeklimmer die in ernstige problemen komt tijdens een van zijne expedities. Door het verschijnen van 'Into thin air' kwam ook 'Touching the void' weer in de belangstelling en werden er zelfs meer exemplaren verkocht dan toen het boek pas verschenen was, om uiteindelijk zelfs verfilmd te worden en 'Into thin air' te overtreffen wat betreft verkoopcijfers.
Dit alles enkel en alleen omdat er een online boekenwinkel, Amazon.com, een handige tool had die een patroon in het gedrag van zijn klanten ontdekte. Consumenten die geïnteresseerd waren in 'Into thin air' bleken namelijk ook van 'Touching the void' te houden. Hierop besloot Amazon om het boek uit 1988 aan te raden wanneer klanten naar 'Into thin air' zochten, waardoor er positieve recensies verschenen, wat op zijn beurt de interesse weer aanwakkerde en een vicieuze cirkel van succes creëerde. Dankzij de onbeperkte winkelruimte, in combinatie met uitgebreide statistieken over het gedrag van klanten, had Amazon van een vergeten boek een ware kaskraker gemaakt.
Het is met dit verhaal echter niet de bedoeling om online boekenwinkels te promoten. Wel illustreert dit opmerkelijke voorbeeld dat het internet voor een volledig nieuw economisch model gezorgd heeft in de media- en ontspanningssector. Volgens sommigen staan we aan het begin van een nieuw economisch tijdperk en dat brengt aanpassingen, maar vooral ook nieuwe mogelijkheden, met zich mee. Door het bijna onbeperkte aanbod nemen consumenten uitgebreid de tijd om virtuele catalogi door te bladeren en lange lijsten met beschikbare titels te bestuderen. Gaandeweg ontdekken ze op die manier dat hun smaak niet zo sterk naar populaire songs neigt als ze oorspronkelijk dachten.
Traditionele verkoopkanalen
Met de traditionele verkoopskanalen was men gebonden aan een beperkte winkelruimte en aan afstanden tot potentiële kopers. Het maakte voor dat ene kleine muziekwinkeltje in Utrecht niet uit dat er 20.000 Nederlanders zijn die misschien geïnteresseerd zouden zijn in een bepaalde cd. Als er namelijk maar drie van die potentiële klanten in de onmiddellijke nabijheid van de winkel wonen, dan is het economisch gezien niet interessant om plaats voor dat album te reserveren in de rekken. Mensen leren namelijk vooral die muziek kennen waar reclame voor gemaakt wordt en dus kiest die platenwinkel ervoor om de volledige Top 100 op voorraad te hebben, want dat rendeert.

Traditionele muziekwinkels hebben hoe dan ook slechts een beperkte uitstalruimte
Online winkels worden daarentegen niet met die beperking geconfronteerd. Het maakt voor hen vanuit economisch oogpunt niet uit of er nu honderd of duizend verschillende artiesten in de database staan. Het kost hen namelijk zo goed als niets, in tegenstelling tot de winkelruimte van de oude vertrouwde muziekwinkel. Hierdoor worden online shoppers, die misschien wel op zoek zijn naar die ene single die ze op de radio hoorden, geconfronteerd met heel wat nieuwe genres en artiesten die ze anders nooit hadden leren kennen. Een wereld die niet alleen uit R&B en hippe popsongs bestaat, gaat voor hen open. De strategie van de hedendaagse muziekmaatschappijen, die eruit bestaat zoveel mogelijk reclame te maken om populaire hits te creëren, gaat hier dus niet langer op.
De 80/20-regel online
In de hedendaagse economie is Pareto's principe algemeen bekend en aanvaard. Deze econoom stelde in het begin van de twintigste eeuw al dat een manager steeds moet proberen om met twintig procent van de inspanningen tachtig procent van de inkomsten te creëren. In de muziekwereld gaat deze regel misschien wel nog meer op dan in een andere sector. Slechts een handjevol artiesten is hier verantwoordelijk voor het overgrote deel van een miljardenbusiness. De kleine underdog-artiesten die slechts een fractie van de totale omzet veroorzaken krijgen geen metershoge billboards om reclame te maken en worden niet grijsgedraaid op radiostations, omdat ze economisch niet interessant genoeg zijn. De inspanningen zouden te groot zijn om een beperkt resultaat op te leveren.
In de toekomst zal deze 80/20-regel volgens sommigen echter, vooral online, geleidelijk aan veranderen en verdwijnen. De eerste online winkels waren niets meer dan de klassieke muziekwinkel om de hoek, hoogstens waren ze soms iets goedkoper. Na verloop van tijd merkten deze online handelaars echter dat ze meer en meer inkomsten begonnen te verwerven uit de minder bekende titels. Een fenomeen dat logisch te verklaren is aangezien elke lokale muziekwinkel wel een exemplaar van Britney Spears' nieuwste album heeft, maar wie op zoek is naar de grootste hits van 'La Oreja de van Gogh' zal al sneller zijn heil in de online winkels moeten zoeken. Zo bestaat de helft van Amazons verkopen uit nummers die niet in de Top 100.000 voorkomen en valt meer dan de helft van de nummers die bij Rhapsody gestreamd worden buiten de Top 10.000.

Online winkels kunnen in principe een onbeperkt aantal artiesten in hun aanbod opnemen
Op die manier is een volledig nieuwe markt ontstaan, met online winkels als CafePress die niets anders doen dan de niche-producten op het internet zoeken, verzamelen en verkopen. Zo verdienen dergelijke creatieve ondernemers hun dagelijks brood met een markt die de grote platenmaatschappijen jarenlang links hebben laten liggen. Ondanks de vele klachten en problemen die men te horen krijgt uit de monden van populaire artiesten en grote platenmaatschappijen, zou men dus ook kunnen stellen dat de kleine en onbekende artiesten die anders nooit een serieuze afzetmarkt zouden bereiken wel varen bij de opmars van het internet.
De visie van de platenmaatschappijen
De platenmaatschappijen zijn echter van mening dat het internet vooral schadelijk is voor de muziekwereld. Het vele downloaden zou volgens hen de creativiteit beknotten en als het aan hen lag, zouden gebruikers ook elk nummer dat ze downloaden moeten betalen. Zelfs als je het gedownloade bestand anders niet gekocht zou hebben, hoor je er volgens de platenlabels voor te betalen zodra je het kunt beluisteren. Zij investeren namelijk miljoenen in opnamestudio's, reclamecampagnes en promotiemateriaal.
In de eerste helft van 2004 werden 270 miljoen cd's verkocht, goed voor een totaalbedrag van 4,4 miljard dollar. In 1994 werden doorheen het hele jaar 662 miljoen cd's verkocht, goed voor 8,4 miljard dollar. In een periode van tien jaar tijd zal de verkoop dus met ongeveer 100 miljoen exemplaren gedaald zijn, maar lijkt het erop dat de muziekmaatschappijen 388 miljoen dollar meer zullen verdienen. Ten opzichte van 1999 zien we echter dat er naar schatting 400 miljoen exemplaren minder verkocht zullen worden, waardoor de platenmaatschappijen ongeveer 4 miljard dollar minder verdienen. Volgens hen is deze spectaculaire daling op 5 jaar tijd hoofdzakelijk te wijten aan het downloadgedrag.
 |
 | | 1992 | 1998 | 2000 | 2001 | 2002 |  |
 |
 | Singles (x 1000) |  | 3.917 |  | 8.212 |  | 7.756 |  | 6.604 |  | 5.859 |  |
 |
 | Albums (x 1000) |  | 15.133 |  | 21.391 |  | 17.667 |  | 15.369 |  | 15.000 |  |
 |
Verkoopcijfers gebaseerd op informatie van de
IFPIDichter bij huis zijn er de cijfers van de Vlaamse popgroep Clouseau. Hun laatste cd stond elf weken lang op nummer één en werd 57.846 keer verkocht. Zes à zeven jaar geleden leverde elf weken lang de hitlijsten aanvoeren nog een verkoop op van 200.000 tot 250.000 exemplaren, aldus Clouseau. Het zou volgens hen fout zijn om deze daling volledig aan het downloaden en kopiëren te wijten, aangezien waarschijnlijk ook de muziekindustrie, net zoals de economie in het algemeen, in een dipje zit. Bovendien zien we ook een spectaculaire stijging van de verkoopcijfers van dvd's, die een rechtstreekse concurrentie met de muziekalbums aangaan.
Zo maakte de IFPI onlangs bekend dat tijdens de eerste helft van 2004 de beste cijfers gehaald werden sinds 2000. Hoewel er tijdens de eerste zes maanden van vorig jaar 1,7 procent meer eenheden verkocht werden, was de waarde hiervan 1,3 procent minder dan het jaar ervoor. De verkoop van audio daalde met 2,7 procent, maar muziekvideo's werden maar liefst 20,2 procent keer meer verkocht. Deze groei in de verkoop van videomateriaal werd vooral veroorzaakt door de toenemende populariteit van dvd's, waarvan er 26,6 procent meer verkocht werden. Toch valt het niet te ontkennen dat er naar schatting ongeveer 100.000 tot 150.000 illegale exemplaren van de eerder genoemde cd in omloop zijn, zodat toch een deel van het inkomstenverlies aan het internet geweten mag worden.
Veel downloaders beweren echter dat zij wel meer cd's zouden kopen als deze goedkoper waren. Ook op dat argument weten platenmaatschappijen een antwoord. Hoewel zij toegeven dat de productietechnische kosten van een cd heel wat lager liggen dan de prijs die men in de winkel betaalt, moeten met dit bedrag namelijk heel wat meer kosten gedekt worden. Zo moeten artiesten betaald worden voor hun inspanningen en zijn er producers en componisten die hun deel van de taart opeisen (royalty's). Een ander deel van de winst wordt besteed aan het opsporen en lanceren van nieuwe talenten en aan de marketingcampagne die daarmee gepaard gaat. Promotiemateriaal, coverontwerpers en concerten kosten volgens de platenbonzen handenvol geld en daarom kunnen de prijzen van cd's volgens platenmaatschappijen niet lager dan ze nu al zijn. Hierbij mag echter wel opgemerkt worden dat concerten over het algemeen kostendekkend zijn en dus zichzelf terugbetalen. In het zeldzame geval dat dit niet zo is, past de artiest het verlies meestal bij uit zijn royalty's, zo wordt beweerd.


Het standpunt van de downloaders
De meeste fanatieke p2p-gebruikers die muziek en films downloaden, zijn het erover eens dat cd's tegenwoordig te duur zijn voor de geleverde kwaliteit. De RIAA biedt ons geen exacte cijfers, maar herinnert er wel aan dat niet alleen de productiekosten in rekening gebracht moeten worden, maar ook de houdbaarheid, de royalty's voor artiesten, de onbetaalbare creativiteit die desondanks toch betaald moet worden, de studio's en promotiemateriaal allemaal factoren zijn waar rekening mee gehouden moet worden bij het berekenen van de kostprijs van een cd. Billboard Magazine stelt dat een cd die in de winkelrekken ligt voor een prijs van 16,98 dollar de platenmaatschappij slechts 59 dollarcent oplevert.

Het grootste gedeelte, namelijk iets meer dan zes dollar, van de verkoopprijs zou besteed worden aan het verkoopklaar maken van het album, gevolgd door ruim drie dollar voor algemene kosten zoals het verspreiden en opsturen van de cd's. Promotiecampagnes zijn iets duurder dan de royalty's die naar de artiest gaan, respectievelijk 2,15 dollar en 1,99 dollar. Of deze getallen die door de industrie zelf verkondigd worden helemaal correct zijn, kunnen we natuurlijk niet verifiëren, maar ze tonen in elk geval wel aan dat er heel wat meer bij komt kijken bij de productie en verkoop van een cd dan een artiest en wat reclame. Een ander veelgehoord argument, namelijk dat de artiesten zelf maar een schijntje krijgen van wat de platenmaatschappij int, wordt door deze cijfers ook enigszins weerlegd.
Ingewijden in de sector weten echter te vertellen dat deze cijfers sterk gekleurd zijn en met een snuifje zout genomen moeten worden. Zo zouden artiesten de kosten voor de opnames zelf moeten terugbetalen uit hun royalty's en is twee dollar per cd voor de artiest wel heel ruim gemeten. Enkel de hele grote jongens zouden een dergelijk bedrag krijgen. Ook het inbrengen van 'Co-op advertising and discounts to retailers' wordt door de betrokkenen als creatief boekhouden beschouwd. Een gedeelte hiervan zou namelijk ook al onder de noemer 'Marketing' verrekend zijn terwijl het andere deel onder de 'Retail Markup' gehuisvest wordt. Ook het meenemen van de korting die aan tussenhandelaars gegeven wordt is een enigszins vreemde eend in de bijt als het om de kostenberekening van een cd gaat.
In mei verscheen echter een persbericht van de staat New York, waarin een overeenkomst met de platenmaatschappijen en de muziekindustrie in het algemeen aangekondigd werd. Het bleek namelijk dat heel wat royalty's bij de platenmaatschappijen en distributeurs bleven hangen en nooit uitbetaald werden of worden aan de artiesten. Daarom werd een campagne gestart om artiesten attent te maken op de manieren die er zijn om royalty's te claimen en werd er afgesproken dat de muziekindustrie maar liefst vijftig miljoen dollar 'achterstallige' royalty's zou uitbetalen. Dit bedrag kwam bovenop een som van vijfentwintig miljoen dollar die reeds betaald was en bovendien spraken muziekmaatschappijen af dat er in verschillende belangrijke publicaties melding gemaakt zou worden van de overeenkomst en de manier waarop artiesten aanspraak op een deel van dit bedrag konden maken. Er mag dus wel, met enige voorzichtigheid, gesteld worden dat lang niet alle artiesten krijgen wat hen volgens bovenstaande cijfers van Billboard Magazine toekomt.
7px; height:130px; float: right; margin: 5px 0px 0px 10px;" title="cd's" alt="cd's">Een derde argument dat vaak terugkeert, is de kwaliteit van de muziek op een album. Naast enkele hits wordt de cd volgens velen vooral opgevuld met slechtere nummers die de eventuele kopers niet interesseren. Zij zijn dan ook niet bereid te betalen voor pakweg zestien nummers, waarvan er eigenlijk slechts een tweetal interessant blijken te zijn, dus worden de desbetreffende nummers gedownload. Dit laatste fenomeen is iets waar vooral de online muziekshops gretig op inspelen met hun diensten, waar men losse nummers kan aankopen en niet gebonden is aan volledige, door de platenlabels samengestelde cd's, maar daarover verder meer. Nauw verbonden met de platenmaatschappijen zijn namelijk de artiesten zelf, die de bron zijn van alle muziek en bijgevolg ook het eindpunt van de eventuele inkomstenderving.
De mening van de artiesten
Soortgelijke cijfers als die van Billboard Magazine horen we dan ook bij Clouseau, een populaire Vlaamse band die ondertussen al vijftien jaar muziek maakt. Zij stellen vast dat ze tegenwoordig ongeveer twee euro per cd krijgen, wat naar eigen zeggen heel veel is in Vlaanderen. Toen zij hun eerste langspeelplaten maakten, ontvingen ze per LP ongeveer 0,30 euro, die toen bovendien nog onder vijf bandleden verdeeld moesten worden. Volgens hen houdt de platenmaatschappij per verkochte cd ongeveer 10 euro over, maar moeten daar nog allerlei kosten, zoals productie en promotie, van afgetrokken worden. Het zijn volgens hen dan ook vooral de kleine, beginnende bands en artiesten die het door het massale downloaden moeilijk krijgen om rond te komen, aldus Clouseau.

De broers Wauters geven zelf aan niet in financiële problemen te zitten, maar willen opkomen voor beginnende artiesten
Zij zijn dan ook sterk gekant tegen enige vorm van legalisatie van het verspreiden en downloaden van muziekbestanden, ook als dat gepaard zou gaan met een eventuele auteursrechtenheffing op media of brandapparatuur. Internationaal zijn vooral de hardrockers van Metallica bekend als fervente tegenstanders van het downloaden. Hoewel zij hun standpunt ondertussen enigszins gematigd hebben, klaagden ze wel Napster aan omdat zijzelf en hun collega-artiesten heel wat inkomsten zouden mislopen door dergelijke downloaddiensten. Toch zijn er ook artiesten die in het internet heel wat nieuwe kansen zien. Zo namen de Smashing Pumpkins in 2000 al ontslag bij hun platenmaatschappij Virgin om hun album vervolgens enkel via internet beschikbaar te stellen.
De functie van online muziekwinkels
De laatste maanden rezen de online shops als paddestoelen uit de grond. Naast het bekende iTunes deed ook Sony Connect zijn intrede, evenals MSN Music en Virgins Digital. Deze online shops willen vooral tegemoet komen aan downloaders die wel bereid zijn voor muziek te betalen, maar niet geïnteresseerd zijn in volledige albums. De kwaliteit, het formaat en de prijzen variëren van aanbieder tot aanbieder, maar allemaal zijn ze gebonden aan enige vorm van kopieerbescherming. Bij de ene shop mag men nummers een beperkt aantal keer op cd branden, anderen laten dan weer toe een gekocht nummer op verschillende computers of handhelds af te spelen en nog anderen stellen beperkingen in wat betreft het maken van backups. Het belangrijkste struikelblok om muziek aan te schaffen bij deze online shops is bij sommigen dan ook deze DRM-beperkingen waar men aan vast zit.
Consumenten die voor een nummer betaald hebben, willen daar vervolgens ook mee kunnen doen wat ze willen zonder beperkt te worden in het aantal keer dat een nummer op cd gebrand kan worden. Toch kennen deze online shops heel wat succes, met Apples iTunes Music Store op kop. Deze laatste overschreed in oktober de grens van 150 miljoen nummers. Volgens Apple ligt de kracht van online winkels vooral in de zekerheid dat de nummers die je downloadt ook kwalitatief en betrouwbaar zijn.
'Muziek gratis en illegaal downloaden is niet alleen broodroof, je riskeert ook boetes die kunnen oplopen in de honderdduizenden euro's. Bovendien loop je een grote kans op computervirussen en is de muziek die je downloadt niet altijd even kwalitatief. Dat niet iedereen gemiddeld 20 euro wil betalen om een nieuwe cd aan te kopen in de platenwinkel, is algemeen bekend. Via de iTunes Music Store beslis je dan ook zelf welke nummers je wenst aan te kopen van een specifieke cd. Dat is niet alleen véél voordeliger, het beschermt je ook tegen hoogoplopende boetes, tergend trage downloads en hardnekkige computervirussen die je hele pc naar de vaantjes kunnen helpen.', aldus Apple. Over de stelling dat men door te downloaden torenhoge boetes riskeert op te lopen, valt overigens te discussiëren.
Legaliteit van het up- en downloaden
In een eerder verslag over een auteursrechtensymposium werd uitgebreid ingegaan op de mogelijkheden en beperkingen van auteursrechten en de DRM-problematiek. Daaruit blijkt dat de Auteurswet, die bedoeld is om rechthebbenden een 'return on investment' te waarborgen en creativiteit te stimuleren, met enkele problemen te maken krijgt door de toenemende populariteit van het internet. In maart werd in het Europees Parlement nog een richtlijn aangenomen die rechthebbenden heel wat mogelijkheden biedt om illegale downloaders aan te pakken. Om te voorkomen dat er echter een heksenjacht georganiseerd zou worden, werd bepaald dat consumenten die 'in goed vertrouwen' downloaden niet aangepakt mogen worden indien zij voor persoonlijk gebruik downloaden.
Voor downloadende thuisgebruikers is overigens de uitspraak van de rechter in een rechtszaak tegen Zoekmp3.nl van belang. De wetgever bepaalde in zijn uitspraak namelijk dat 'het kopiëren van een inbreukmakend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik geen strijd met de Auteurswet oplevert'. Op basis van de regeling voor de thuiskopie blijkt het in Nederland dus volkomen legaal te zijn bestanden voor persoonlijk gebruik te downloaden. Het wordt echter een ander verhaal als de bestanden niet alleen voor persoonlijk gebruik gedownload worden, wanneer de gebruiker de muziek op zijn beurt weer verder verspreidt, of wanneer het om downloads van software gaat. Hoewel de muziekindustrie hier knarsetandend tegenaan kijkt, lopen muziekdownloaders dus nog niet meteen gevaar voor de rechter te moeten verschijnen.
Tot zover het verhaal over het verspreiden van muziek, waarvan niet ontkend kan worden dat het illegaal is. Een heel ander verhaal wordt het met sites als Zoekmp3, een specifieke zoekmachine die enkel links naar mp3-bestanden aanbood en ter verdediging aanvoerde dat het net zoals Google niet meer deed dan informatie opzoeken en gemakkelijker toegankelijk maken voor de gebruikers. Stichting Brein was het hier echter niet mee eens en begon een rechtszaak tegen de de uitbaters van de site. De rechter besliste daarentegen dat deze door mochten gaan met hun website, maar verplichte hen wel tot het verwijderen van links naar illegale bestanden wanneer zij daartoe verzocht werden door rechthebbenden of door Stichting Brein. Onlangs nog kwamen sites als Releases4u en Shareconnector, waar eDonkey-links naar illegale downloads uitgewisseld werden, in het nieuws toen hun servers door het FIOD in beslag genomen werden. De sites zouden namelijk niet gereageerd hebben toen ze benaderd werden over de plaatsing van illegale links, maar in deze zaak is nog geen uitspraak door een rechter gebeurd.
De vergoedingen op lege media
Om tot een consensus te komen tussen de wet, die het maken van een kopie voor persoonlijk gebruik toestaat, en de wens van de platenmaatschappijen en artiesten die liever zien dat consumenten een origineel exemplaar aanschaffen, zijn verschillende heffingen in het leven geroepen. De thuiskopievergoeding werd in 1991 ingevoerd en zorgt voor een vergoeding bij elke cd-r, beschrijfbare dvd, lege videoband of andere opnamemedia. Het gaat hierbij niet om een belasting, maar om een vergoeding die door de Stichting Thuiskopie geïnd wordt en verdeeld wordt onder de rechthebbenden en culturele projecten. Tegenstanders van deze vergoedingen stellen dan weer dat het om een verkapte vorm van belastingen gaat, die geïnd worden door een particuliere instantie.

Volledigheidshalve moet vermeld worden dat deze heffingen al bestonden op audiocassettes en videobanden en dus niet in het leven geroepen zijn voor beschrijfbare cd's en dvd's. Het is dan ook de wetgever die de Stichting Thuiskopie aangesteld heeft om deze vergoedingen te innen voor cd's en dvd's, net zoals dat voorheen al voor andere lege media gebeurde. Desondanks is deze heffing niet 'bevrijdend', zodat men uit het betalen ervan niet meer rechten kan ontlenen dan het maken van een kopie voor persoonlijk gebruik. De verdeelsleutels voor de geïnde vergoedingen zijn overigens afhankelijk van het type medium.
Zo krijgen auteurs via de Stemra veertig procent van de vergoeding op audiocassettes en krijgen de uitvoerders en de producenten elk dertig procent. Wanneer het gaat om beschrijfbare cd's, verdeelt de NVPI-I veertien procent van de inkomsten uit vergoedingen, wordt zevenenzeventig procent verdeeld volgens de regels van audiocassettes en wordt de resterende negen procent besteed volgens de regels voor videomateriaal. We merken dus op dat er telkens honderd procent van de inkomsten uit vergoedingen rechtstreeks of indirect naar rechthebbenden lijkt te gaan, zodat er geen geld over lijkt te blijven voor culturele projecten. Bovendien, zo blijkt, gaat niet het volledige bedrag naar de rechthebbenden. Om te beginnen wordt er bijvoorbeeld vijftien procent van het totaalbedrag afgeroomd om de stichting zelf te financieren, zo lezen we bij Cedar, waar de Stichting Thuiskopie bij ondergebracht is.
5px; float: left; margin: 5px 10px 0px 0px;" title="Stapeltje munten, geld" alt="Stapeltje munten, geld">Het resterende bedrag wordt vervolgens, via de eerder vermelde sleutels, aan de andere organisaties gestort die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling aan rechthebbenden. Deze rechthebbenden kunnen echter ook niet zomaar aanspraak maken op het geld dat hen zou toekomen. Bedrijven die audioproducten produceren bijvoorbeeld, moeten zich daarvoor eerst aansluiten bij het NVPI. Deze aansluiting is bovendien niet gratis, maar bestaat uit een vaste bijdrage met daarbovenop een percentage van de omzet van het bedrijf. Hoe het NVPI de vergoedingen onder zijn leden verdeelt, is ook niet helemaal duidelijk, maar het lijkt dan ook niet onredelijk om te veronderstellen dat ook zij een deel van het geld reserveren om zichzelf in stand te houden.
Opvallend is overigens ook de lagere heffing voor DVD+R's ten opzichte van DVD-R-schijfjes. Volgens de stichting stelt de Europese richtlijn dat er rekening gehouden moet worden met de kopieergevoeligheid van media bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding. Aangezien uit onderzoek gebleken zou zijn dat DVD+R zo goed als niet te kopiëren is wanneer er beveiligingstechnologieën gebruikt worden, is de vergoeding voor een DVD+R-schijfje lager vastgesteld dan voor de DVD-R-technologie. Kwade tongen beweren echter dat Philips, dat lid is van de commissie die de aanbevelingen omtrent deze vergoedingen moest doen, hiermee zijn eigen standaard probeert te bevoordelen ten opzichte van de concurrentie.
Bovendien kunnen professionele gebruikers, die bijvoorbeeld dagelijkse backups of eigen materiaal op dvd wensen te branden, geen vrijstelling krijgen voor het betalen van deze vergoeding. Enkel op DVD-RAM wordt vooralsnog geen heffing betaald omdat deze standaard volgens de SONT vooral door bedrijven gebruikt wordt voor professionele doeleinden, in tegenstelling tot DVD+R en DVD-R waar hoofdzakelijk gedownloade films op gebrand zouden worden. Sinds mei 2004 zijn er echter enkele uitzonderingen ingevoerd, waardoor 'audiovisuele productiebedrijven' deze heffing niet hoeven te betalen. Deze uitzonderingsmaatregel is wel aan strenge voorwaarden onderworpen.
Het huishouden van de stichtingen
Het werd tijdens de bespreking van de vergoeding voor de thuiskopie al even aangehaald, maar de verantwoordelijke stichtingen hebben zelf ook activa nodig om draaiende gehouden te worden. Bovendien brengt een nader onderzoek heel wat vreemde zaken aan het licht, waaronder bestuursleden die deel uitmaken van verschillende organisaties, vreemde verdeelsleutels voor de geïnde bedragen en opvallende belangenverstrengelingen. Zo staat in het jaarverslag van de Buma Stemra dat de stichtingen Thuiskopie en Leenrecht samen verantwoordelijk zijn voor 3.404.000 euro omzet. De Stemra haalde in totaal een omzet van 62 miljoen euro, wat de laagste omzet van de voorbije vijf jaar was. De daling van deze omzet wordt in dit jaarverslag toegeschreven aan de dalende verkoop van cd's, die slechts gedeeltelijk gecompenseerd zou worden door de toenemende dvd-verkoop.

Onder het kopje 'Repartitie' laat de vereniging ons een blik werpen over welke bedragen verdeeld zullen worden. In 2003 kon de Stemra 61,7 miljoen euro uitkeren aan rechthebbenden. De personeelskosten voor dit jaar bedroegen 9.147.000 euro voor een totaal van 207 werknemers. Bovendien, zo staat in dit verslag te lezen, zijn er 4.002.000 euro 'overige personeelskosten' ingebracht, waarbij men er van uit kan gaan dat hier zaken als geleasde auto's, zakenreizen en andere voordelen onder vallen. Inclusief sociale lasten en belastingen is de BumaStemra dus gemiddeld ongeveer 65.000 euro per personeelslid kwijt. Het lijkt overigens logisch aan te nemen dat administratieve medewerkers veel minder betaald worden dan de kaderleden. Tot slot merkt men in dit jaarverslag op dat de Buma Stemra een aandeel van vijftig procent heeft in Cedar, de organisatie die onder meer Stichting Thuiskopie en dergelijke overkoepelt.
Alvorens de boekhouding van de Stichting Thuiskopie of Cedar zelf uit te pluizen, wordt even een blik op het jaarverslag van Stichting Norma, wat staat voor Naburige Rechten Organisatie Uitvoerende Kunstenaars, geworpen. Daarin staat namelijk geschreven dat deze stichting ook een deel van de geïnde thuiskopievergoedingen ontvangt om op hun beurt aan de artiesten uit te keren. In 2003 kreeg Norma voor uitvoerende kunstenaars in de audiosector 2,9 miljoen euro uitbetaald. Naar eigen zeggen is dit bedrag voor een groot deel afkomstig van de heffing op de lege cd's, maar verwacht wordt dat men in de toekomst eenzelfde stijging zal zien bij beschrijfbare dvd's. Opvallend is echter dat dit bedrag niet zonder meer verdeeld wordt onder de rechthebbenden. In 2003 werd namelijk maar 2.273.000 euro uitbetaald aan zowel binnen- als buitenlandse musici en auteurs. Het gaat hier echter voor een groot deel om een nabetaling voor de periode 1993 tot en met 1998, wat betekent dat de gelden voor deze periode gedurende zeven tot twaalf jaar 'geparkeerd' stonden bij tussenpersonen in plaats van in handen van de rechthebbenden.

Geldstroom van Stichting Thuiskopie naar Stichting Norma en bedragen die herverdeeld worden in kaart gebracht.
Bedenk wel dat de weergegeven vergoedingen voor 1993 tot 1998 slechts in 2003 betaald werden.
Aangezien muziek een internationale aangelegenheid is, kan ook de vraag gesteld worden hoe het zit met buitenlandse artiesten. In het jaarverslag wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat drie Engelse stichtingen elk hun deel van de koek krijgen. Ook Zweden, Frankrijk, Spanje en verschillende andere landen krijgen een deel van de vergoedingen die Stichting Thuiskopie aan Norma uitkeert. Met een aantal buitenlandse stichtingen heeft Norma dan ook een overeenkomst, maar de stichting stelt dat ze door slechte relaties met Stichting Thuiskopie zelf slechts in beperkte mate vergoedingen uit het buitenland heeft kunnen innen. Opvallend is verder ook dat er een discussie gaande is omtrent de rechten van Amerikaanse musici. Stichting Norma is hierin van mening dat artiesten uit de Verenigde Staten geen naburige rechten hebben en dus geen aanspraak kunnen maken op een thuiskopievergoeding.
Stichting Thuiskopie stelt dat zij wel audiorechten uitgekeerd moeten krijgen, maar geen audiovisuele gelden en IRDA meent dat zij wel volledige rechten hebben. Omdat de drie partijen het niet eens konden worden, zal een rechter zich hier nu over moeten uitspreken. Tot slot wordt nog even de lijst met directieleden en het bestuur van de stichting overlopen. Zo valt op dat de secretaris van Stichting Norma, muzikant Erwin Angad-Gaur, terzelfdertijd ook bestuurslid is in de Stichting Thuiskopie.
Aangezien die Stichting Thuiskopie een vereniging is en geen bedrijf, is deze organisatie niet verplicht een jaarverslag te deponeren. Het laatste jaarverslag dat te vinden is, dateert dan ook van de periode 1999-2000. Men is bijgevolg beperkt tot de informatie die uit andere bronnen te destilleren valt. Zo meldt de Stichting Thuiskopie dat ze een verjaringstermijn instelde voor de uitkering aan rechthebbenden. Artiesten die tussen 1993 en 1998 prestaties leverden waardoor zij recht zouden hebben op een uitkering, dienden zich ten laatste in 2002 aan te sluiten bij een van de verdelingsorganisaties, te weten Norma en IRDA. Het is daarbij opvallend dat twee organisaties die stellen op te komen voor de rechten van de artiesten elkaar soms vergaand beconcurreren.
Zo biedt de IRDA een inschrijvingsformulier waarmee men een eventuele overeenkomst met de Norma automatisch verbreekt. Een aansluiting bij BumaStemra kost de artiest echter 45 euro plus een jaarlijkse bijdrage van 62,50 euro. Bedrijven die audioproducten produceren en zich willen aansluiten bij de NVPI, betalen daarvoor 453,78 euro en dienen daar bovenop 4 promille van van hun binnenlandse omzet af te staan. Kleinere bedrijven, met een jaaromzet die lager is dan 26.890 euro, kunnen een korting krijgen en betalen 'slechts' 226,89 euro plus drie promille van de binnenlandse omzet.
Eigenlijk was het de bedoeling dit stukje af te sluiten met een blik op de financiën van Stichting Thuiskopie en overkoepelende organisatie Cedar. Omdat Stichting Thuiskopie geen bedrijf is, zijn van deze organisatie geen jaarrekeningen of dergelijke gegevens te vinden. Ook op onze vraag om informatie omtrent het verzamelde en terug uitgekeerde bedrag in 2003 kregen wij geen reactie. Het enige feit dat vaststaat betreffende de financiering van Stichting Thuiskopie is dan ook dat de organisatie vijftien procent van de geïnde vergoedingen afroomt om zichzelf te bekostigen. Rekening houdend met het feit dat de Stichting Norma alleen al 2,9 miljoen euro kreeg in 2003, kan er slechts geraden worden naar het bedrag dat Stichting Thuiskopie voor zichzelf reserveert.
Aangezien Cedar, de overkoepelende BV van stichtingen als Thuiskopie, Leenrecht en Reprorecht, slechts een kleine besloten vennootschap is, is deze niet verplicht een uitgebreide jaarrekening in te dienen, zodat ook hier niet veel informatie uit te destilleren valt. Enkele cijfers vertellen ons dat Cedar 44 werknemers in dienst had op het einde van boekjaar 2003. De netto omzet die tijdens dat jaar gehaald werd bedroeg net geen drie miljoen euro en de BV sloot het boekjaar af met een nettowinst van 142.169 euro. Hier valt dus verder niets uit te besluiten, behalve dat de boekhouding van Stichting Thuiskopie een goedbewaard geheim is. Men kan zich afvragen of dat wel hoort bij een stichting die door de overheid is aangesteld om de belangen van artiesten en rechthebbenden te behartigen.
Conclusie
Op basis van deze gegevens is er eigenlijk maar één besluit dat zich eenvoudig en duidelijk laat formuleren: 'Downloaden van muziek is niet illegaal'. Wel is het zo dat veel programma's de bestanden of delen van bestanden die gedownload worden automatisch weer verspreiden, zodat het uitkijken is of je toch niet onbewust strafbaar bezig bent. Voor verschillende programma's wordt door Brein zelf echter uitgelegd hoe deze eigenschap uitgeschakeld kan worden. Bij bepaalde software, waaronder eMule, benadrukt de stichting dan weer dat het uploaden niet volledig uit te schakelen is, waardoor een gebruiker zich toch nog schuldig maakt aan schendingen van de Auteurswetgeving. Ook het onrechtstreeks verwijzen naar illegale bestanden werd door justitie niet bestraft, maar aanbieders van dergelijke links zijn wel verplicht de links te verwijderen wanneer dat verzocht wordt door rechthebbenden.
De invloed van het internet en het downloadfenomeen op de muzieksector is veel minder gemakkelijk te omschrijven. Zoals enkele artiesten zelf al aangeven, zal het negatieve economische klimaat niet geheel vreemd zijn aan de slechte tijden die de platenlabels kennen. Evenmin valt echter te ontkennen dat heel wat gebruikers tegenwoordig muziek downloaden in plaats van even naar de winkel te stappen. De cijfers liegen er niet om, er wordt heel wat minder muziek verkocht dan een paar jaar geleden en tegelijk wordt er massaal gedownload. Dat de muziekmaatschappijen graag elke download vergoed zouden zien is begrijpelijk, zij proberen vanzelfsprekend hun broodwinning te beschermen.
Een deel van het probleem zal vermoedelijk ook gevormd worden door de omvang van het apparaat dat de muziekwereld behelst en de trage reactie op de opkomst van het breedbandinternet. Mochten de maatschappijen zich een paar jaar geleden aangepast hebben en online alternatieven aangeboden hebben, zou de hele sector er nu misschien anders uitgezien hebben. Ondertussen zijn er echter kapers op de kust gekomen, met diverse online shops die hun graantje willen meepikken en deels willen tegemoet komen aan de wensen van de gebruikers (zoals het individueel kunnen aanschaffen van nummers uit een album). De platenmaatschappijen proberen zich echter met hand en tand te verdedigen door strenge eisen aan de DRM-technologieën te stellen, zodat de situatie nog niet optimaal is voor velen.
0px; float: left; margin: 5px 10px 0px 0px;" title="Tweede Kamer (klein)" alt="Tweede Kamer (klein)">Tot slot blijkt ook de politieke wereld niet klaar te zijn om met het internet en de bijhorende problemen af te rekenen. Initiatieven zoals de thuiskopievergoeding worden in handen van particuliere organisaties gegeven en worden beïnvloed door het lobbywerk van grote organisaties die er alle belang bij hebben hun eigen sector te verdedigen. Diegene die er minst van profiteert, lijkt dan ook diegene te zijn voor wie de vergoedingen eigenlijk bedoeld zijn, met name de auteurs, zangers en andere rechthebbenden. Hoewel de platenmaatschappijen niet met de meest consumentvriendelijke tactiek werken, staat het wel vast dat er nog heel wat problemen verwacht mogen worden als de huidige situatie zich doorzet. Er is een zekere remmende factor op commercieel artistieke uitingen, waar momenteel onbeperkt en onbetaald gebruik van gemaakt wordt, en dat kan funest zijn voor beginnende artiesten.