Het WK voetbal kijk je natuurlijk het liefst met je vrienden, en dan bij voorkeur op een zo groot mogelijk scherm. Je kunt dan kiezen voor een flinke tv – check daarvoor zeker onze review van betaalbare 75"-televisies – maar wil je echt uitpakken, dan gaat er niets boven een projector. Tegenwoordig zijn ze verrassend makkelijk te installeren; een lege, witte muur is alles wat je nodig hebt om het stadiongevoel in huis te halen. Maar waar moet je op letten? Wij testen zeven zeer uiteenlopende populaire projectors, van budgetvriendelijk tot premium, zodat jij de sportzomer optimaal kunt aftrappen!
Tv groot? Dit is pas groot!
Projectors hebben diverse voordelen ten opzichte van grote televisies. Ze zijn meestal compact, makkelijk te verplaatsen en kunnen elke (witte) muur in een handomdraai omtoveren tot een groot scherm. En het is vooral die beeldgrootte die projectors echt onderscheidt. Een 75"-tv is flink, maar met een projector kun je – onder de juiste omstandigheden – tot wel 150 inch halen. Omdat een tweemaal grotere diagonaal een viermaal zo groot beeldoppervlak betekent, maakt dat echt veel impact en geeft het je het gevoel dat je 'erbij bent', precies zoals je dat in de bioscoop ervaart.
150"-projectiebeeld (links) en 75"-televisie
Licht is de vijand van elke projector
Is een projector dan voor iedere situatie de beste keuze? Zeker niet, en dat heeft alles te maken met de manier waarop projectie werkt. Een projector straalt licht uit, maar kan geen 'anti-licht' of zwart projecteren. Het zwartste zwart in je beeld is simpelweg het wit van het scherm of het onbelichte stukje witte muur.
In een verduisterde thuisbioscoop is dat geen probleem, maar overdag gooit omgevingslicht roet in het eten. Zodra er zon- of lamplicht op het scherm valt, licht je 'zwarte' achtergrond op. Omdat de maximale witwaarde van de projector vaststaat en je zwartwaarde stijgt door het omgevingslicht, stort de contrastverhouding volledig in als het niet helemaal donker is. Het resultaat is een flets plaatje waarin details verdwijnen. Hoe helderder de projector, hoe beter hij zich door het omgevingslicht heen kan vechten, maar het zwartniveau blijft overdag altijd een probleem. Voor een middag- of vroege avondwedstrijd met de gordijnen open, ben je dus beter af met een heldere lcd- of oledtelevisie.
Hetzelfde beeld als hierboven, maar nu met direct licht op het scherm. Het projectorbeeld verliest contrast, de tv nauwelijks.
Installatiegemak
Moderne projectors zijn kleiner, lichter, stiller en makkelijker te installeren dan de modellen van tien jaar geleden. Led- en laserlichtbronnen hebben de oude uhp-lamp zelfs in de lagere prijsklassen grotendeels vervangen. Dat zorgt voor een minder gecompliceerd lichtpad, veel minder warmteproductie en dus ook minder ventilatorgeluid.
Daarnaast hebben veel projectors een ingebouwde camera, waarmee de vorm en scherpte van het geprojecteerde beeld gemeten en automatisch gecorrigeerd kunnen worden (zie ook het kader over autokeystone verderop in dit artikel).
Veel modellen beschikken ook over een beperkte optische zoom, waarbij het lenssysteem – net als bij een cameralens – in- of uitzoomt om het beeld groter of kleiner te maken. Dat biedt een prettige flexibiliteit bij de plaatsing.
Projecteren: op de muur, of toch een echt scherm?
Videopuristen zweren bij het gebruik van een echt projectiescherm, in plaats van projectie direct op een witte muur. Een muur is nooit perfect egaal. Zelfs strak stucwerk heeft een lichte textuur die je terugziet in het beeld, en standaard witte muurverf (zoals het populaire RAL 9010) heeft vaak een warme ondertoon, wat je witbalans niet ten goede komt. Een goed projectiescherm garandeert een strak oppervlak en een perfect neutraal witpunt.
Maar als het gaat om voetbal kijken met een biertje in de hand, is een gladde, witte muur vaak meer dan voldoende en kun je die honderden euro's die een echt projectiescherm vaak kost beter in je zak houden.
Gain
Toch is er een goede reden om wél voor een scherm te kiezen, zelfs als je niet superkritisch bent: wanneer je extra lichtopbrengst nodig hebt. Speciale projectieschermen hebben een zogeheten gainwaarde. Een standaard witte muur reflecteert het licht diffuus naar alle kanten (een gain van 1,0 of lager). Een scherm met een positieve gain (bijvoorbeeld 1,2 of 1,5) bundelt het licht van de projector en weerkaatst het gerichter richting de bank. Dit zorgt voor een zichtbare boost in helderheid zonder dat de projector harder hoeft te werken.
Ambient Light Rejecting-schermen
En dan zijn er nog de Ambient Light Rejecting-schermen (ALR), die nog een stap verder gaan. In plaats van alle lichtstralen diffuus te reflecteren, gebruikt een ALR-doek een speciaal ontworpen microstructuur. Simpel gezegd: het licht dat uit de richting van de projector komt, wordt naar de kijker gereflecteerd. Al het omgevingslicht dat uit andere hoeken op het scherm valt, wordt andere kanten op gedirigeerd.
Hierdoor behoud je een verdienstelijk contrast in een verlichte kamer. Het klinkt als de heilige graal, maar er zijn nadelen. Zo moeten het type ALR-scherm en de throwratio en positie van de projector goed op elkaar afgestemd zijn. Daarnaast is de sweetspot – de kijkhoek van waaruit het beeld goed zichtbaar is – vaak beperkt. En daar komt bij dat deze schermen peperduur zijn. Een fatsoenlijk ALR-scherm is een fikse investering en kost al snel meer dan een instapprojector.
Long-, short- en ultrashortthrow
De plaatsing is hoe dan ook iets om rekening mee te houden. De meeste beamers zijn traditioneel long-throw. Daarbij is de benodigde afstand van het apparaat tot het scherm groter dan de breedte van het geprojecteerde beeld. De throwratio van dit soort projectors is 1,2 of groter. Wil je een twee meter breed beeld projecteren? Denk dan aan een afstand ergens tussen grofweg 2,2 en 5 meter, afhankelijk van de lens.
Dat werkt prima als je het apparaat permanent installeert en bijvoorbeeld achter in de kamer aan het plafond hangt. Maar voor een tijdelijke set-up tijdens een voetbalwedstrijd is dat niet ideaal, al was het maar omdat er constant mensen door het beeld lopen wanneer ze opstaan.
Schematische weergave van long-, short-, en ultrashortthrow
Gelukkig zijn er tegenwoordig ook shortthrow- en ultrashortthrowprojectors (ust). Bij een shortthrowprojector is de breedte van het beeld ongeveer gelijk aan de projectieafstand. De throwratio ligt dus rond de 1, of iets daaronder. Zo'n model zet je eenvoudig op de salontafel (vóór de bank in plaats van erachter). Ga je voor een ust-projector, dan wordt het helemaal makkelijk. Deze zet je strak tegen de muur op je bestaande tv-meubel, waarna het beeld steil omhoog tegen de wand wordt geprojecteerd. Dit bespaart een hoop kabelspaghetti en elimineert schaduwen in beeld. Bij ust-projectors luistert de positionering juist wél weer erg nauw: optische zoom en keystonecorrectie ontbreken vaak, en het apparaat een paar centimeter verder van de muur schuiven levert direct een véél groter beeld op.
Autokeystone: heel handig, maar liever niet
De plaatsing van een projector luistert traditioneel vrij nauw. Met optische lenszoom kun je de grootte vaak wel aanpassen, maar als het apparaat niet exact recht voor de muur staat, treedt er keystonevervorming op: het beeld wordt dan een trapezium. Om de installatie te vereenvoudigen, zijn veel moderne projectors uitgerust met autokeystone. Een camera meet het geprojecteerde beeld en trekt een eventuele trapeziumvorm automatisch recht tot een perfecte 16:9-rechthoek. Sommige modellen herkennen zelfs de randen van het projectiescherm of fotolijstjes op de muur en passen de beeldomvang daarop aan. Dat klinkt ideaal, maar voor de maximale beeldkwaliteit is het vloeken in de kerk.
Met digitale keystone wordt niet de volledige beeldchip (donker kader rond het beeld) gebruikt.
Deze automatische correctie is een digitale truc: de projector schaalt het beeld softwarematig terug om het passend te maken. Je gebruikt daardoor nog maar een deel van het totale aantal pixels op de dlp-chip. Het resultaat is een verlies aan scherpte en details. Bovendien blijf je de ongebruikte pixels op de muur zien als een storende lichtgrijze waas (halo) om je gecorrigeerde beeld heen. Voor een snelle voetbalopstelling is het gemak misschien doorslaggevend, maar wie het scherpste plaatje wil, ontkomt niet aan een fysiek correcte positionering.
Helderheid: lumen vs. cd/m² en hdr
Anders dan bij televisies en monitoren wordt de helderheid van projectors niet aangeduid in candela per vierkante meter (cd/m²) of nits, maar in lumen. Het aantal lumen geeft de totale lichtopbrengst van de projector weer. In hoeveel cd/m² dat uiteindelijk resulteert, hangt af van de grootte van je geprojecteerde beeld en het type projectiescherm. De helderheid neemt uiteraard af naarmate je een groter beeld projecteert. Het beschikbare licht verspreidt zich dan over een groter oppervlak.
Voor de metingen verderop in dit artikel hebben we alle projectors zo opgesteld dat ze een beeld projecteren van exact één vierkante meter. Bij een 16:9-beeldverhouding komt dat neer op een diagonaal van iets meer dan 60 inch. De resultaten in de grafieken geven aan hoeveel cd/m² de projectors bij die beeldgrootte produceren op een matwit scherm (gain 1,0). Hierdoor kun je de lichtopbrengst eerlijk vergelijken met die van televisies.
Een spoiler: de helderste projector uit de test haalt bij een 60"-beeld net iets meer dan 700cd/m², wat in vergelijking met high-end televisies niet bijzonder hoog is. Projecteer je op 120 inch, dan is het beeldoppervlak vier keer zo groot. Je moet de helderheid dan door vier delen, waardoor je uitkomt op ongeveer 175cd/m².
Hdr
Zes van de zeven projectors in deze test kunnen overweg met hdr-signalen. Verwacht bij projectors geen spetterende ervaring met superheldere highlights, zoals we die van high-end oled- en miniledtelevisies gewend zijn. Daarvoor zijn de lichtopbrengst en de contrastverhouding van projectors simpelweg te laag. Hdr-ondersteuning is daarmee vooral een vinkje op de specsheet. Het is fijn dat ze de signalen zonder weergavefouten accepteren, maar het biedt voor de beeldbeleving in de praktijk weinig tot geen meerwaarde.
De zeven projectors in de test
Op de markt voor projectors zijn tegenwoordig tientallen bedrijven actief, waarbij vooral Chinese fabrikanten hard aan de weg timmeren. In dit artikel bekijken we zeven populaire projectors met uiteenlopende eigenschappen en prijzen variërend van 500 tot ongeveer 2500 euro. We proberen dus niet om vergelijkbare producten uit één specifiek segment naast elkaar te zetten, maar nemen een dwarsdoorsnede van de markt om een idee te geven welke keuzes je kunt maken.
Dat levert een divers speelveld op: van een kleine, draagbare projector met een matige lichtopbrengst van 450 lumen tot een model dat ruim het tienvoudige daarvan claimt. We bekijken één ultrashortthrowprojector die je direct voor het scherm plaatst, één normale shortthrowprojector en vijf traditionele modellen die juist iets meer afstand nodig hebben dan de breedte van het beeld. Alle projectors in de test hebben een dlp-chip, maar de lichtbron varieert. Drie modellen gebruiken een laserlichtbron, drie andere gebruiken leds en één model vertrouwt op een ouderwetse uhp-lamp in combinatie met een kleurenwiel.
Dlp en de illusie van kleur
Alle projectors in deze test zijn zogeheten dlp-projectors. Een belangrijk kenmerk van deze techniek is de manier waarop kleur wordt opgebouwd. De projector straalt de kleuren rood, groen en blauw niet tegelijkertijd uit, maar wisselt ze razendsnel achter elkaar af. Dat gaat zo snel dat onze ogen het niet meer kunnen volgen en ons brein er één volledig kleurenbeeld van maakt.
De manier waarop die kleurwisselingen ontstaan, verschilt per model. Eén projector in deze test gebruikt een traditionele, witte uhp-lamp gecombineerd met een fysiek ronddraaiend kleurenwiel. De andere zes modellen werken met moderne led- of laserlichtbronnen. Omdat deze uit losse rode, groene en blauwe elementen bestaan, is er geen bewegend kleurenwiel meer nodig en wisselen de lichtbronnen zelf razendsnel af.
Testmethode
We brengen de beeldkwaliteit van de projectors in kaart met onze sdr- en hdr-metingen. Die beeldmetingen doen we met Portrait Displays' Calman Color Calibration-software in combinatie met onze SpectraCal C6-colorimeter, Jeti-spectrofotometer en een VideoForge Pro-signaalgenerator. We testen de projectors in ons geheel verduisterbare tv-testlab en meten niet alleen helderheid, contrast en kleurweergave, maar ook het geluidsniveau (op 30cm afstand) en de inputlag op de HDMI-poorten.
XGIMI Mogo 4 Laser
De XGIMI MoGo 4 Laser is een ultracompacte projector, specifiek bedoeld om makkelijk mee te nemen en te gebruiken op plekken waar geen tv is. Het cilindervormige apparaat heeft een ingebouwde accu, waarop hij in de ecomodus ruim twee uur kan werken. In de standaardmodus, waarbij de lichtopbrengst wat hoger ligt, houdt de projector het ongeveer een uur vol. Uiteraard kun je hem ook gewoon van stroom voorzien via de meegeleverde USB-C-adapter of met een krachtige powerbank.
De projector stelt automatisch scherp en biedt autokeystone om hem eenvoudig te plaatsen, al ontbreekt een optische zoomlens. De MoGo 4 draait op Google TV, waardoor je direct toegang hebt tot populaire streamingdiensten en tal van apps uit de Play Store.
De MoGo 4 Laser is een full-hd-projector met een beloofde lichtopbrengst van 450 lumen. In de praktijk komt het apparaat daar alleen in de buurt in de performancemodus. Het nadeel is dat het beeld dan wel een extreem groene waas krijgt. Voor een voetbalwedstrijd is dat misschien geen ramp, maar voor films of series is deze stand volgens ons ongeschikt. In de normale beeldmodi meten we net iets meer dan 200 lumen, wat hem de minst heldere projector uit deze test maakt. Ter illustratie: als we een 60"-beeld projecteren, resulteert dat in een helderheid van slechts 66cd/m².
Voor een levensgroot stadionbeeld is deze beamer dan ook niet geschikt, maar voor een bescheiden beeld in een niet al te lichte kamer volstaat hij prima. Het contrast is relatief hoog en de kleuren zijn standaard wat oververzadigd.
Een groot pluspunt is dat het apparaat – met uitzondering van de performancemodus – fluisterstil is. De ingebouwde monoluidspreker is daarentegen geen uitblinker. Stemmen zijn goed verstaanbaar, maar muziek klinkt vrij schel en bas ontbreekt nagenoeg volledig.
De MoGo 4 Laser is, net als vergelijkbare ultracompacte projectors, vooral een uitkomst als je veel waarde hecht aan draagbaarheid. Je moet dan wel genoegen nemen met een wat kleiner beeld in een relatief donkere ruimte.
Samsung The Premiere 5
Het tweede buitenbeentje uit deze test komt van Samsung. De Premiere 5 is een zeer compacte ultrashortthrowprojector. Het apparaat heeft wel wat weg van een Sonos-speaker, maar dan met een lens aan de bovenkant waarmee hij het beeld steil omhoog projecteert. Je plaatst de Premiere 5 strak voor de muur of het projectiescherm, met als grote voordeel dat er nooit iemand door het beeld kan lopen. Een zoomfunctie en keystonecorrectie ontbreken wel. Gebruik je een afgekaderd projectiescherm, dan luistert de plaatsing daardoor vrij nauw; projecteer je gewoon op een blinde muur, dan heb je daar aanzienlijk minder last van.
In helderheid is ook deze projector geen sterspeler: zowel in de Movie-modus als in de dynamische modus is de gemeten lichtopbrengst iets meer dan 350 lumen. Dat is prima voor een niet al te groot beeld in een kamer met beperkt licht, maar ongeschikt voor projectie overdag. In de Movie-modus heeft de projector een iets groenige kleurtint, wat we bij meer projectors in deze test zien. De ingebouwde luidspreker presteert verrassend goed, met prima verstaanbare stemmen en zelfs nog enige basweergave bij muziek en films.
Behalve als muurprojector kun je de Premiere 5 met de twee meegeleverde standaarden ook inzetten om omlaag op een tafel te projecteren. Het leuke hiervan is dat je de tafel dan direct kunt gebruiken als virtueel touchscreen. Een ingebouwde camera herkent de positie van je vinger, waardoor je de interface van het Tizen-smart-tv-systeem letterlijk met de hand kunt bedienen. Dat werkt in de praktijk erg goed. Het is alleen wel jammer dat uitgerekend deze projector op Tizen draait in plaats van Google TV. Het aanbod van apps die dit virtuele touchscreen ondersteunen, is binnen het Tizen-platform behoorlijk beperkt.
BenQ TH575i
De BenQ TH575i is met een prijs van nog geen 500 euro de goedkoopste, maar ook de meest 'traditionele' projector uit de test. Dat zie je niet alleen aan de vormgeving, maar ook aan de techniek: het is het enige model met een klassieke uhp-lamp. Deze produceert wit licht, dat een razendsnel draaiend kleurenwiel opsplitst in rood, groen en blauw om zo het beeld op de dlp-chip te vormen.
Deze oudere techniek heeft nadelen, maar biedt één enorm voordeel voor sportfans: rauwe lichtopbrengst. In de prima bruikbare Cinema-stand meten we bijna 1500 lumen, wat de projector genoeg punch geeft om zelfs bij wat omgevingslicht overeind te blijven. De nog fellere dynamische modus raden we af, omdat de kleurweergave daarin volledig ontspoort.
Die hoge helderheid gaat wel ten koste van de algehele beeldkwaliteit. Het contrast is met 287:1 ronduit matig, het beeld oogt wat koel (blauw) en kleuren zijn licht onderverzadigd. Een ander nadeel van het kleurenwiel is het beruchte regenboogeffect. Omdat de TH575i trager van kleur wisselt dan moderne led- of lasermodellen, kun je kleurflitsen waarnemen als je je blik snel over het scherm beweegt. Daarmee is het beslist geen projector voor de purist die in een donkere thuisbioscoop van een film wil genieten, maar wel een uitstekend en betaalbaar werkpaard voor een middagje voetbal.
Bij de plaatsing en het gebruiksgemak vereist de TH575i wat meer handwerk dan de rest. Automatische keystonecorrectie ontbreekt, scherpstellen doe je handmatig, en door de lange throwratio heeft het apparaat redelijk wat afstand nodig – minimaal 1,5 keer de beeldbreedte. Je zult hem dus redelijk ver achter in de kamer moeten plaatsen om een groot beeld te krijgen. Voor de smart-tv-functies maakte BenQ een opvallende keuze: je krijgt er een losse HDMI-dongel met Google TV bij, die je achter een klepje in de behuizing moet monteren. Dat is even prutsen, maar eenmaal aangesloten werkt de BenQ als een vlot en volwaardig Google TV-apparaat. Met hdr-signalen kan de TH575i niet overweg.
Tot slot eisen de uhp-lamp en het kleurenwiel hun tol voor het geluid. De ventilator moet flink blazen om de warmte af te voeren, wat de TH575i de luidruchtigste projector uit de test maakt. Je zult het volume dus open moeten draaien, al is de ingebouwde luidspreker helaas ook de zwakste broeder uit de test. Het geluid is schel in het middengebied, mist detail in het hoog, en van enige basweergave is simpelweg geen sprake. Een externe speaker is dus geen overbodige luxe.
Optoma PK32
De Optoma PK32 is een strak vormgegeven homecinemaprojector die perfect aansluit bij de huidige boxdesigntrend. Deze bijna vierkante beamer kan projecteren in 4k-resolutie, al gebruikt hij daarvoor wel pixelshifting. Deze techniek projecteert beelden met een lagere resolutie razendsnel en net iets verschoven over elkaar heen. Het resultaat is een plaatje dat de scherpte van native 4k ontzettend dicht benadert. De PK32 gebruikt een ledlichtbron en heeft autofocus en autokeystone. Een prettige toevoeging is de lens met een relatief ruim zoombereik van 1,25x, wat flink wat extra flexibiliteit biedt bij de plaatsing.
Als enige model in deze test moet de PK32 het doen zonder ingebouwde smart-tv-functies. Je zult voor je apps dus altijd een externe mediaspeler, Chromecast of tv-ontvanger moeten aansluiten via HDMI.
Met een gemeten lichtopbrengst van net geen 600 lumen is de PK32 een middenmoter qua helderheid. Om goed tot zijn recht te komen, is het dan ook essentieel dat je het licht in de ruimte een beetje dimt. Doe je dat, dan krijg je een erg fraai plaatje met een uitstekend contrast en een nauwkeurige kleurweergave. Gamers kunnen met dit model eveneens prima uit de voeten: we meten een verdienstelijke inputlag van slechts 17ms bij zowel 60Hz- als 120Hz-signalen.
Het geluid is ook een minpunt. De ventilator van de projector is niet zo stil als bij sommige andere modellen uit de test, terwijl de geluidskwaliteit van de ingebouwde stereoluidsprekers helaas niet overtuigt. Zeker als we hem vergelijken met de Samsung Premiere 5, en al helemaal met de Hisense C3 en XGIMI Horizon 20 Max, mist het geluid body en klinkt het middengebied wat scherp.
Het aantrekkelijke prijs maakt gelukkig een hoop goed. Met zo'n 660 euro is de Optoma PK32 een van de betaalbaarste projectors uit de test, wat hem een uitstekende keuze maakt voor wie beeldkwaliteit zoekt en zelf nog ergens een losse mediaspeler heeft liggen.
BenQ TK705STi
De tweede projector van BenQ die we bekijken, is de TK705STi. Dit is een moderne homecinemaprojector die, net als de Optoma PK32, is gebouwd rond een led-dlp-engine met 4k-pixelshifting. De TK705STi is de enige echte shortthrowprojector uit deze test, met een vaste throwratio van 0,8. Dat betekent dat optisch zoomen niet mogelijk is: de projector staat altijd net iets dichter bij de muur dan het geprojecteerde beeld breed is.
In de praktijk plaats je het apparaat eenvoudig voor je op de salontafel, wat voor veel woonkamers een erg handige plek is. Eenmaal neergezet stelt de projector automatisch scherp, en ook de keystonecorrectie verloopt desgewenst volledig automatisch.
De TK705STi heeft Google TV. Waar we bij het goedkopere model van dit merk nog met een losse HDMI-dongel moesten prutsen, heeft BenQ de smart-tv-functionaliteit hier direct ingebouwd. In deze prijsklasse verwachten we niet anders, want met een straatprijs van zo'n 1400 euro is de TK705STi een van de duurdere projectors uit de test.
Helaas blinkt de beamer op geen enkel vlak écht uit. De helderheid is met ruim 1000 lumen prima, maar voor projectie overdag zien we graag wat meer spierballen. Het contrast valt met 643:1 tegen, en ook de nauwkeurigheid van de kleurweergave laat te wensen over.
De inputlag is met 9,2ms bij 60Hz-signalen indrukwekkend, maar bij 120Hz-signalen loopt deze vertraging vreemd genoeg op tot 39ms, wat voor snelle, veeleisende games juist weer te hoog is. Tot slot behoort de projector ook bij het geluid niet tot de koplopers. De ventilator is zelfs in de stille modus goed hoorbaar, en de ingebouwde stereoluidsprekers klinken, net als die van de Optoma PK32, wat schel en missen body.
Hisense C3
Met de Hisense C3 zijn we aanbeland bij de voorlaatste en ook op een na duurste projector uit de test, met een winkelprijs van ongeveer 1600 euro. De C3 is een 4k-projector met pixelshifting, maar in tegenstelling tot de modellen van Optoma en BenQ gebruikt deze een laser- in plaats van een ledlichtbron.
Dat levert niet alleen een helderder beeld op, maar de projector is ook stiller. De C3 behaalde tijdens onze test ruim 1200 lumen en behoort daarmee tot de helderdere projectors in het speelveld. De contrastverhouding is met 1306:1 bovendien erg goed, wat deze beamer ook zeer geschikt maakt voor films in een donkere ruimte.
De installatie verloopt eenvoudig dankzij een optisch zoombereik van 1,3x, waardoor je het apparaat redelijk dicht bij het scherm kunt plaatsen. Je zet hem niet zó dichtbij als de BenQ TK705STi, maar met een verhouding van nagenoeg 1:1 tussen de projectieafstand en de beeldbreedte komt de C3 behoorlijk in de buurt. Autofocus en automatische keystonecorrectie ontbreken hier uiteraard ook niet.
Bij de kleurweergave valt op dat de projector in de Filmmaker-modus – normaliter de meest nauwkeurige beeldstand – helaas wat te blauw staat afgesteld. Dat resulteert niet alleen in iets te koele grijstinten, maar trekt ook de blauwe, groene en paarse kleurtinten te veel in het licht. Voor gamers is de C3 geen topper. Zowel in de 60Hz- als de 120Hz-modus is de inputlag 35ms.
Een sterk punt van de C3 is het geluid. De projector zelf is lekker stil, terwijl het ingebouwde stereoluidsprekersysteem – voor projectorbegrippen – echt uitstekend klinkt. De kanaalscheiding is goed, stemmen zijn duidelijk verstaanbaar, hoge tonen klinken fris en de projector laat zelfs iets van bas horen. Voor hometheaterliefhebbers is het zeker niet genoeg, maar voor casual tv-kijken is het audiosysteem afdoende.
De C3 maakt gebruik van Vidaa, het eigen smart-tv-platform van Hisense. Zoals we eerder bij reviews van Hisense-televisies opmerkten, hinken we een beetje op twee gedachten over dit systeem. Het werkt razendsnel en de beschikbare apps draaien betrouwbaar, maar het aanbod is aanzienlijk kleiner dan dat van Google TV. Daar komt bij dat Hisense regelmatig (irritante) reclames toont in de interface.
XGIMI Horizon 20 Max
De laatste projector uit de test is met afstand het duurste model. De Horizon X20 Max van XGIMI is een populaire homecinemaprojector die nu ongeveer 2600 euro kost, duizend euro meer dus dan de Hisense C3. We zetten in deze round-up geen directe concurrenten tegenover elkaar. We kijken juist naar de verschillende prijspunten om te zien of je daadwerkelijk meer krijgt als je meer betaalt. En de Horizon X20 Max laat op alle vlakken zien dat dit het geval is.
De projector draait op Google TV. Daarnaast voedt een krachtige laserlichtbron de 4k-dlp-engine met pixelshifting. Deze produceert in de nauwkeurige Movie-modus ruim 2200 lumen. Daarmee is de X20 Max de onbetwiste helderheidskoning van de test. In de performancemodus krikt de projector zijn lichtopbrengst zelfs op tot meer dan 4600 lumen, maar het beeld krijgt dan een zodanig groene waas dat wij het niet meer om aan te gluren vinden.
Gelukkig is de Movie-modus helder genoeg om ook in een kamer met normale verlichting een prima zichtbaar plaatje te projecteren. Om écht van het uitstekende contrast van bijna 1400:1 te genieten, moet je uiteraard wél de lichten dimmen.
Qua instelmogelijkheden en beeldverwerking is de Horizon X20 Max veruit de geavanceerdste projector uit de line-up. Het apparaat beschikt over een uitgebreid kleurbeheersysteem (color management). Ook zaken als contrastoptimalisatie, ruisonderdrukking en bewegingscompensatie (motion compensation) kun je tot in detail naar eigen wens aanpassen.
Gamers moeten wel even opletten: in de 60Hz-modus is de inputlag beperkt tot een keurige 10ms, maar bij 120Hz-signalen loopt die op tot 35ms.
De projector is verder lekker stil, zolang je hem in de normale beeldmodi gebruikt. Schakel je over naar de performancemodus – wat we vanwege de kleurweergave dus al afraden – dan gaat de ventilator vol aan en verandert de X20 Max ineens in een luidruchtig monster. Gewoon niet doen dus. Tot slot heeft de beamer een goed geluidssysteem aan boord dat zeer vergelijkbaar is met dat van de Hisense C3, en daarmee duidelijk beter presteert dan de rest van het testveld.
Conclusie
Verwacht in deze round-up geen conclusie waarbij we één apparaat als definitieve testwinnaar uitroepen. Daarvoor is dit in prijs en mogelijkheden sterk uiteenlopende testveld simpelweg te divers. Uiteraard kunnen we wel de balans opmaken aan de hand van de testresultaten. Daarbij valt direct op dat duurder niet per definitie helderder of beter betekent als het om rauwe prestaties gaat.
Wil je bijvoorbeeld een heldere projector voor relatief weinig geld, dan is de BenQ TH575i een uitstekende keuze. Dit is de goedkoopste projector uit de test, maar dankzij zijn UHP-lamp wel de nummer twee in lichtopbrengst. Nadelen zijn er ook: het hoge geluidsniveau en het zichtbare regenboogeffect – typische kwalen waar de moderne led- en laserprojectors veel minder last van hebben.
Verwacht niet dat compacte projectors met een ingebouwde accu, zoals de XGIMI MoGo 4 Laser, overdag voldoende lichtopbrengst hebben om een indrukwekkend, groot beeld te projecteren. Sterker nog: dergelijke projectors zijn primair bedoeld om in een donkere omgeving als draagbare tv-vervanger te dienen, en dan het liefst met een bescheiden beeldformaat.
Kijken we puur naar de prijs-kwaliteitverhouding, dan is de Optoma PK32 een erg interessant model. Deze beamer kost nog geen 700 euro. Hij is in helderheid een middenmoter, maar hij zet daar een heel mooi, natuurlijk plaatje tegenover. Tel daar de handige zoomlens en de snelle installatie bij op, en je hebt een prima deal (als je er zelf een slimme mediaspeler aanhangt).
Dat de duurste projector uit onze test onder de streep ook de beste is, zal tot slot geen verrassing zijn. De XGIMI Horizon X20 Max bevindt zich met zijn prijs van 2600 euro in een heel andere klasse dan zelfs de op een na duurste beamer, maar de testresultaten maken zijn populariteit direct duidelijk. Hij levert met afstand de hoogste lichtopbrengst, het beste contrast, de geavanceerdste beeldverwerking en een uitstekend te finetunen beeldkwaliteit. Je betaalt de hoofdprijs, maar je krijgt er op alle fronten de beste bioscoopervaring voor terug.