Vier 75"-tv's duiken onder de 1000 euro
Met de sportzomer voor de deur en het vakantiegeld in de pocket, is dit hét moment voor tv-bouwers en -winkels om met de prijzen te stunten. Ben je in de markt voor een nieuwe tv, dan is dit een goede gelegenheid om toe te slaan. Om te helpen bij je keuze, publiceren we deze week meerdere vergelijkende tests van projectors en televisies.
Eerder deze week heb je kunnen lezen welke dure, high-end tv op dit moment de beste koop is. In deze round-up vergelijken we vier goedkope modellen met een beeldmaat van 75". Deze tv's gaan in juni stuk voor stuk in de aanbieding, waardoor ze bij de grote, bekende elektronicawinkels voor minder dan duizend euro te koop zijn.
De vier tv's die we vergelijken zijn: de Hisense 75U72Q (ook verkrijgbaar als Hisense 75U7Q en Hisense 75U79Q), met een prijs vanaf 899 euro; de Philips 75PUS9000 van 999 euro; de Samsung QN70F 75" (ook verkrijgbaar als QN73F, QN74F en QN77F) van minimaal 949 euro; en de TCL 75C6K (ook wel 75MQLED75K, 75C61K en 75Q6C) van 999 euro.
Twee van de vier modellen hadden we al eens getest, maar dan met een andere schermdiagonaal. Voor deze round-up hebben we echter de 75"-versies van alle vier de modellen geleend en die (opnieuw) doorgemeten en getest. In dit artikel presenteren we onze bevindingen. Op de komende pagina's vergelijken we de vier televisies op diverse onderdelen, zoals beeldkwaliteit, smartplatform, functionaliteit en bediening.
Een eerste kennismaking
Hisense U72Q: niet de fraaiste afwerking, wel de goedkoopste
Als ik dit schrijf, is de Hisense 75U72Q de goedkoopste van het stel. Dit is een instapmodel miniledtelevisie met 240 localdimmingzones. De tv staat op twee platte pootjes en heeft – zoals alle tv's in deze vergelijking – een smalle lijst rond het scherm.
De afwerking oogt iets minder luxe dan bij de overige drie; zo zie je duidelijk, als je dichtbij staat, dat de voorplaat een paar millimeter van het beeldpaneel af zit. Er zijn dan goten te zien in de lijst, waar het beeld verder doorloopt. Dit is niet zo fraai, maar valt op een normale kijkafstand gelukkig niet op.
Philips PUS9000 'heeft het allemaal'
De Philips PUS9000 wordt door fabrikant TP Vision ook wel 'The One' genoemd. Niet omdat dit de beste Philips-tv op de markt is, verre van. The One staat hier voor 'The one that has it all', waarmee de fabrikant wil benadrukken dat de tv een allrounder is.
En dat klopt: de tv leent zich voor tv-kijken, sport, streaming én games. Bovendien zit er driezijdige Ambilight op, die de wand achter de tv laat oplichten in de kleuren die je ook op het scherm ziet. Met zijn directledbacklight heeft de 75PUS9000 wel de eenvoudigste beeldtechnologie van de vier geteste tv's.
Samsung QN70F: heel dun, maar slechts edgelit miniled
De Samsung QN70F lijkt technisch tussen de Hisense en de Philips in te vallen. Deze Samsung gebruikt net als de Hisense een miniledbacklight, maar in dit geval zijn de kleine ledjes alleen in de onderste rand van het scherm verwerkt, in plaats van verspreid achter het scherm.
Dit maakt het localdimmingsysteem, met bijna twintig zones, op papier een stuk minder fijnmazig. Voordeel is dat de QN70F hiermee ook de dunste tv van het stel is: met zijn 2,5cm is de tv minder dan half zo dik als de nummer twee in het dikteklassement, de TCL C6K. Bovendien staat de tv als enige van het stel op een centrale voet.
TCL C6K: de meeste localdimmingzones
De TCL 75C6K is weer een miniledtelevisie met full array local dimming (fald), net als de Hisense 75U72Q. Met 312 localdimmingzones is die miniledbacklight wel iets preciezer. Echt indrukwekkend is dit aantal overigens niet: bij high-end modellen is een raster van 2000 zones geen uitzondering. Voor deze middenklassers zijn dergelijke cijfers nog iets te hoog gegrepen.
De twee schuin aflopende pootjes zien er van dichtbij minder luxe uit dan de fraai afgewerkte voetjes van de Philips of de centrale sokkel van de Samsung. Wel vind ik de TCL net wat fraaier afgewerkt dan de Hisense.
Hdr-metingen: alleen QN70F laat highlights (een beetje) knallen
We brengen de beeldkwaliteit van televisies in kaart met onze sdr- en hdr-metingen. Die beeldmetingen doen we met Portrait Displays' Calman Color Calibration-software in combinatie met onze SpectraCal C6-colorimeter, Jeti-spectrofotometer en een VideoForge Pro-signaalgenerator. Bij drie modellen hebben we de metingen verricht in de nauwkeurig afgestelde Filmmakermodus. De Philips PUS9000 beschikt niet over die beeldmodus, dus hebben we die tv doorgemeten in de beeldstand Film.
Alle vier geteste modellen kunnen hdr-content weergeven. De Hisense, Philips en TCL ondersteunen zelfs alle gangbare standaarden van het moment: HLG, HDR10, HDR10+ en Dolby Vision. De Samsung ondersteunt de meeste standaarden, maar kan geen Dolby Vision weergeven.
Alleen spatten highlights in de praktijk niet bepaald van het scherm. Geen van de tv's heeft een backlightsysteem dat fijnmazig genoeg is om kleine hdr-highlights extra fel weer te geven. Dat zie je terug in onderstaande grafiek. Zo is de Philips PUS9000 met zijn directledbacklight altijd even helder, ongeacht hoe groot het heldere vlak is dat hij moet weergeven. De Hisense en TCL doen het iets beter, maar behalen hun maximale helderheid pas als de helft van het scherm fel wit is.
De Samsung QN70F weet ondanks zijn edgelit miniledbacklight de hoogste piekhelderheden op het scherm te toveren. Een 5-procentswitvenster kan deze tv zelfs iets helderder weergeven dan een volledig wit scherm. Daarmee levert de Samsung duidelijk de indrukwekkendste prestaties bij het bekijken van hdr-content. Ook de Ik zou niet zeggen dat hdr-highlights bij de QN70F superindrukwekkend zijn, maar ze zijn wel overtuigender fel dan bij de andere drie. De tv geeft beelden met meer contrast weer dan de Hisense en Philips, al behaalt de TCL in sdr-modus een nog hogere contrastverhouding.
- Max. helderheid hdr full screen
- Max. helderheid hdr 5% window
- Gem. grijsafwijking zonder luminantie
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking zonder luminantie
De Film(maker)modus is op alle tv's heel behoorlijk gekalibreerd. De grijsafwijking van de Hisense U72Q is met 8,47ΔE ITP fors groter dan bij de andere drie, maar deze score is alsnog goed te noemen. Ook de gemiddelde kleurafwijking blijft bij de vier tv's binnen de perken. Voor een uitgebreidere vergelijking kun je onderstaand kader openklappen.
Uitgebreide hdr-metingen
In onderstaande grafieken zie je de hdr-prestaties vergeleken met andere tv-modellen. De vier tv's uit deze round-up hebben een blauwe kleur.
- Max. helderheid hdr full screen
- Max. helderheid hdr 5% window
- Gem. grijsafwijking zonder luminantie
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking zonder luminantie
Over onze metingen en ΔE-scores
Bij het doormeten van televisies voeren we met sdr- en hdr-signalen een serie grijs- en kleurmetingen uit om de kleurtemperatuur, de grijs- en kleurfouten, de helderheid en het contrast te bepalen.
We testen voor zowel onze sdr- als onze hdr-metingen vooraf welke beeldpreset het nauwkeurigste grijsverloop oplevert en kiezen die preset om de rest van onze tests uit te voeren. In het geval van de LG G6 is dat de Filmmaker-modus.
We geven alle televisies een eerlijke kans door alle (AI-)beeldoptimalisaties uit te schakelen, omdat deze de meetresultaten alleen maar verstoren. Opties zoals Dynamic Contrast en Live Colour leveren een intensere kleurbeleving op, maar ook verzadigingsfouten.
We meten de kleurechtheid in ΔE2000 en ΔE ITP. ΔE2000 is de norm die al decennialang wordt gebruikt om een indicatie te geven van de beeldprestaties. ΔE geeft aan in hoeverre de gemeten waarde afwijkt van de verwachte waarde. Voor ΔE2000 geldt als vuistregel dat waarden lager dan 3 als zeer goed en lager dan 1 als perfect worden gezien. Voor ΔE ITP ligt dat ongeveer een factor drie hoger: lager dan 9 is zeer goed en lager dan 3 is perfect.
ΔE2000 heeft echter beperkingen bij hdr, waardoor vaak onrealistisch lage (dus goede) scores worden behaald, terwijl de beeldfouten wel goed zichtbaar zijn. ΔE ITP lost dit op en weegt de kleurafwijking ook anders, waardoor kleuren die we snel herkennen als goed of fout, zoals huidtinten en planten, meer invloed hebben op de score dan bijvoorbeeld neonkleuren. De resultaten van ΔE2000 en ΔE ITP zijn hierdoor niet onderling vergelijkbaar.
Sdr-metingen: Samsung springt eruit
Bij het doormeten van de sdr-prestaties komt de Samsung weer het best uit de bus. Deze tv levert een aanzienlijk helderder beeld dan de rest, zonder noemenswaardig hogere grijs- of kleurafwijkingen te vertonen. Daarmee leent deze tv zich prima voor gebruik overdag of in een goed verlichte woonkamer. Ook de TCL en Philips weten in deze test best te imponeren.
- Geoptimaliseerde helderheid Filmmodus
- Min. helderheid film modus
- Gem. grijsafwijking
- Gem. kleurafwijking
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking
- Ansi-contrast
Wel blijft het contrast van 'The One' en de Hisense duidelijk achter bij de overige twee. Door hun ips-paneel (en de directledbacklight van de Philips) lijkt zwart eerder grijs, zeker als je in het donker kijkt. De Samsung en TCL doen het met VA-paneel beter: daar lijkt zwart meer op echt zwart, al moet je niet rekenen op het perfecte zwart van oledtelevisies. Het hoogste contrast meten we bij de TCL. Klik onderstaand kader open voor een uitgebreidere vergelijking.
Uitgebreide sdr-metingen
- Geoptimaliseerde helderheid Filmmodus
- Min. helderheid film modus
- Gem. grijsafwijking
- Gem. kleurafwijking
- Gem. gedetailleerde-kleurafwijking
- Ansi-contrast
Paneel, kijkhoeken, reflecties en beeldverwerking
Met zijn eenvoudige backlight zonder local dimming levert de Philips PUS9000 een minder overtuigende zwartweergave dan de drie miniledtelevisies in deze round-up. Dat is ook deels te wijten aan het gebruikte paneel. Net als de Hisense U72Q heeft de Philips een ips-paneel aan boord, waar de TCL en Samsung een VA-paneel gebruiken.
Zo'n ips-paneel levert een minder diepe zwartweergave, maar geeft ook betere prestaties onder een kijkhoek. Zit je schuin voor de tv, dan zie je het contrast wat afnemen, maar verliezen kleuren niet zoveel verzadiging.
Het VA-paneel van de TCL en Samsung zorgt voor overtuigendere zwartniveaus, terwijl die tv's er juist minder goed uitzien als je er onder een hoek naar kijkt: naast contrast zie je dan ook de kleurverzadiging afnemen. De TCL doet het hierbij wel iets beter dan de Samsung QN70F.
Minst storende reflecties op de Samsung
Deze vier tv's hebben allemaal een glossy afwerking, waardoor lichtbronnen om je heen kunnen resulteren in storende reflecties. Van de vier is de Samsung duidelijk het best ontspiegeld: reflecties worden een beetje uitgesmeerd, waardoor ze geen scherpe contouren hebben en donkerder ogen dan op de andere tv's.
Op het scherm van de Hisense zijn reflecties het duidelijkst en met de scherpste contouren zichtbaar. Reflecties kunnen behoorlijk storend zijn, zeker als de tv een donker beeld weergeeft. De TCL en Philips zijn beter ontspiegeld dan de Hisense, maar niet zo goed als de Samsung-tv.
Blooming altijd te zien op de minileds
De drie minileds 'trakteren' je helaas wel allemaal op zichtbare blooming: lichtere 'wolken' rond een helder element op een donkere achtergrond. De TCL weet die bloomingwolken met zijn 312 dimmingzones het best te onderdrukken. In een verlichte kijkomgeving en recht voor het scherm springen deze zogeheten halo's minder in het oog, al zijn ze nog wel te zien als je erop let.
Kijk je in het donker, dan is blooming beter zichtbaar in de vorm van een wolk die zich uitstrekt tot een centimeter rond de highlight. Kijk je bovendien onder een hoek naar het scherm, dan worden die bloomingwolken groter, tot een straal van zo'n 5cm rond de highlight.
Op de Hisense U72Q, met 240 dimmingzones, zijn diezelfde bloomingwolken nog iets groter en daardoor opvallender. In een verlichte kijkruimte zijn deze halo's nog steeds te zien, al kunnen de opvallendere reflecties van deze tv ze een beetje verbloemen. In een verduisterde woonkamer leveren witte vlakken op een donkere achtergrond duidelijk zichtbare blooming op, zeker als je niet recht voor het scherm zit.
Verticale blooming op de Samsung
De storendste blooming zie je op de Samsung QN70F. Omdat bij deze tv de verlichting alleen in de onderrand zit, is er wat meer lichtlekkage dan we gewend zijn van miniledtelevisies mét fald. Het aantal individueel dimbare zones ligt ook veel lager; bij de Samsung hebben we het over zo'n twintig zones, in plaats van de honderden zones van de Hisense en TCL.
Door de edgelit miniledbacklight zie je op de Samsung blooming over de volledige hoogte van het scherm bij weergave van een helder element dat zich in de breedte uitstrekt, zoals bij ondertiteling. Bovenstaande foto's illustreren dat. Hierop geeft de tv een zwart vlak weer met daarin een heldere witte streep in het midden. Bij de liggende streep zie je dat de 'zwarte' achtergrond over de hele breedte van die streep lichter is dan aan de randen.
Met zijn directledbacklight heeft de Philips geen last van blooming. Daar staat tegenover dat deze tv, die het zonder local dimming moet stellen, minder diepe zwartwaarden laat zien; zwart oogt op deze tv eigenlijk altijd meer als donkergrijs.
Nette beeldverwerking en koele sportmodus
De beeldverwerking van deze vier tv's zit grotendeels op een vergelijkbaar niveau. Basiszaken als de-interlacing en upscaling zijn bij alle vier dik in orde. Een beetje motioninterpolation voor 50/60Hz-sportcontent is wel handig, zeker op zo'n groot scherm. Dat werkt op alle tv's naar behoren; wel zien we bij de Hisense dan iets sneller opvallende beeldfouten dan bij de andere drie.
Daar staat tegenover dat de Hisense U72Q en TCL C6K als enige een speciale beeldmodus aan boord hebben voor sport. Bij de Hisense laat die modus het beeld er iets te koel uitzien, maar dat kun je rechtzetten door de kleurtemperatuur handmatig op 'Warm1' of 'Warm2' in te stellen. De functie 'Vloeiende beweging' staat in deze modus gewoonlijk op 'Standaard'. Daarmee oogt een voetbal in zijn baan door de lucht niet altijd soepel; daarvoor kun je deze instelling wijzigen in 'Vloeiend', al zie je hierbij vaker beeldfouten ontstaan.
:strip_exif()/i/2008198368.jpeg?f=imagenormal)
De Hisense U72Q en TCL C6K (afgebeeld) bieden ook een beeldmodus voor sport.
Het beeld van de TCL C6K ziet er in de sportmodus aanzienlijk koeler en meer oververzadigd uit dan dat van de Hisense, maar ook contrastrijker. Het overdreven groene gras in deze beeldstand repareren we door de optie 'Dynamische kleur' uit te schakelen. Met bewegingsversoepeling op 'Gemiddeld' oogt een sportwedstrijd al vloeiend genoeg; stel je dit hoger in, dan loert het soapopera-effect om de hoek.
Smart-tv: Google TV, Titan OS, Tizen en Vidaa OS
De vier tv's draaien elk op een ander smartplatform. In principe lijken deze systemen best op elkaar. Zo hebben alle vier een homescreen waarin een schermbrede 'reclamebanner' een prominente plaats inneemt. Deze banner geeft veelal contentaanbevelingen, maar kan soms ook reclame bevatten die niets met tv-kijken zelf te maken heeft.
Hisense U72Q: Vidaa OS
Van het Vidaa OS van Hisense ben ik het minst fan. Dit systeem draait apps vanuit de cloud, zodat je ze niet lokaal hoeft te installeren. Dat scheelt opslagruimte én houdt het systeem lekker licht.
Helaas heeft Vidaa het minst uitgebreide appaanbod van de vier. Grote, internationale streamingdiensten als Netflix, Prime Video en Disney+ zijn uiteraard van de partij en ook voor Spotify, Viaplay, Videoland en NPO Start zijn apps te vinden. Landelijk opererende tv-aanbieders als Ziggo, Tele2, KPN en Telenet ontbreken echter.
Het meest stoor ik me aan de advertenties in het homescherm. We zijn gewend dat smart-tv-systemen je allerlei content proberen aan te smeren met hun bannercarrousel en aanbevelingen. Dat zien we liever anders, maar deze aanbevelingen hebben in elk geval nog te maken met wat je op een tv doet: content bekijken. In Vidaa word je echter ook om de oren geslagen met echte reclame, zoals een banner van Booking.com.
Voor sommige kijkers zal dit soort reclame reden genoeg zijn om de smart-tv-functies niet meer te gebruiken. Dat kan gelukkig. Zo kun je bij initialisatie ervoor kiezen om geen internetverbinding in te stellen; je krijgt dan nog wel het Vidaa-homescherm te zien, maar de bannercarrousel bestaat dan uit 'reclame' voor Vidaa OS zelf en een oproep om verbinding te maken. De aanbevelingen onder de banner zijn dan puur voor de schermvulling; je kunt ze zonder internet immers niet bekijken.
Philips PUS9000: Titan OS
De Philips PUS9000 draait op het relatief nieuwe Titan OS; dit smartsysteem debuteerde twee jaar geleden op de goedkopere Philips-modellen, maar komt in 2026 naar álle nieuwe tv's van TP Vision. Titan lijkt een beetje op Vidaa, want ook dit systeem gebruikt apps voornamelijk vanuit de cloud. Daardoor draait ook Titan erg licht en soepel. Het opstarten van cloudapps duurt vaak wel wat langer dan bij de lokaal geïnstalleerde apps van Google TV en Tizen.
Je voegt apps toe via de zoekfunctie, want een echte appstore ontbreekt. Er zijn best veel apps beschikbaar; naast de grote internationale namen trof ik ook apps van Videoland en NLZiet aan. Toch ontbreekt er ook nog het een en ander. Zo heb ik geen Spotify- of Tidal-app kunnen vinden en blijken ook de tv-apps van Ziggo, Odido en KPN te ontbreken. Verder viel me op dat er best veel verouderde apps te vinden zijn die gewoon niet werken.
Vooralsnog ben ik op de 75PUS9000 geen willekeurige reclame tegengekomen, zoals de Booking-advertenties bij Hisense. De homeschermrijen met aanbevolen content hangen bovendien af van welke streamingapps je als favoriet hebt ingesteld; haal je de favoriet-classificatie weg bij al je apps, dan zie je die rijen met aanbevolen content ook niet meer.
Samsung QN70F: Tizen
De smartsystemen van de Samsung en de TCL bestaan al een stukje langer en dat zie je onder meer aan het ruimere appaanbod. Samsungs Tizen biedt apps voor alle grote internationale en Nederlandse streamingdiensten. Ook tv-apps van onder meer Ziggo, KPN en Odido zijn beschikbaar. Applicaties worden lokaal geïnstalleerd en gaan dus af van de ingebouwde opslagruimte, maar daardoor starten ze wel razendsnel op.
Op de homepagina en de verschillende tabbladen van Tizen vind je allerlei aanbevolen content voor de streamingapps die je gebruikt. In principe worden die aanbevelingen gedaan op basis van je eigen kijkgedrag, maar via de privacy-instellingen kun je dat uitschakelen. In dat geval krijg je algemene aanbevelingen te zien.
TCL C6K: Google TV
Google TV is een van de populairste smart-tv-systemen. Dat is niet gek; omdat het systeem vergelijkbaar is met Android voor telefoons, is het appaanbod gigantisch. Naast alle soorten apps die we hierboven al aanhaalden, vind je op de TCL C6K bijvoorbeeld ook de F1TV-app; deze is vooralsnog op geen enkel ander smart-tv-systeem te installeren.
Ook bij Google TV kun je ervoor kiezen om algemene contentaanbevelingen te zien in plaats van aanraders op basis van je kijkgedrag. Relatief nieuw is de Alleen Apps-modus; kies je hiervoor, dan zie je onder je homeschermbanner alleen nog maar een rij met apps staan. Alle rijen met contentaanbevelingen verdwijnen dan van de homepagina. In deze modus zijn de Google Assistent en zoekfunctie overigens niet beschikbaar.
Philips en Samsung draaien het soepelst
Onder de streep is Google TV het meest uitgebreide smartsysteem van de vier, met Tizen als goede tweede. Aan de andere kant blijkt Googles tv-OS ook wat aan de zware kant voor deze TCL-middenklasser. Het duurt allemaal net wat langer voordat de tv reageert op je commando's met de afstandsbediening. De Philips en Samsung zijn aanzienlijk responsiever, terwijl de Hisense tussen die twee en de TCL in valt.
Afstandsbediening: van groot tot klein
Van de vier heeft de Philips PUS9000 de meest luxe afstandsbediening. Dit is dezelfde afstandsbediening als het apparaatje dat TP Vision bij zijn oledtopmodellen levert. De knoppen lichten automatisch op en zijn dus ook in het donker goed af te lezen. En hoewel de fysieke nummertoetsen het veld hebben geruimd, kun je die alsnog met een druk op de 123-knop laten oplichten in het richtingsknoppeneiland. Je hoeft cijfers dus niet te selecteren via een schermmenu, zoals bij Samsung.
Die richtingsknop kan wat stug aanvoelen en de bovenste rand van de afstandsbediening is misschien aan de scherpe kant, maar de Philips-bediening ligt verder fijn in de hand. Onder de normale knoppen tellen we zes reclameknoppen met snelkoppelingen naar de grote streamingdiensten. Deze knoppen vallen met hun witte kleur nogal op, maar dat geldt ook voor de afstandsbedieningen van TCL en Hisense.
Die van TCL is verder volledig uitgevoerd in zwart. Doordat de knoppen onverlicht zijn, zijn ze in het donker lastig af te lezen. Net als bij Hisense vind je wel nog gewoon fysieke kleur- en nummerknoppen op deze zapstok. De knoppen hebben een redelijk fijne aanslag en commando's worden goed geregistreerd.
Dat laatste is bij de Hisense-bediening niet altijd het geval. Als je bijvoorbeeld snel een wachtwoord probeert in te voeren via het schermtoetsenbord, worden soms klikjes genegeerd. Deze bediening oogt wat goedkoper dan de rest en de knoppen voelen sponzig aan. Ook zijn de opvallende, witte reclameknoppen bovenaan niet te missen; bij Hisense tellen we er negen, meer dan bij welke tv ook.
Samsungs afstandsbediening is de compactste van allemaal. Je vindt hier een stuk minder knoppen. Kanaalnummers voer je in via een schermmenu en ook om de instellingen te openen, heb je meerdere commando's nodig. De tv reageert wel rap op de afstandsbediening en de afstandsbediening ligt lekker in de hand.
De Samsung-bediening is de enige waarbij de reclameknoppen dezelfde zwarte kleur hebben als de andere toetsen, waardoor ze wat minder opvallen. Ook heeft deze afstandsbediening als enige van de vier een ingebouwde, oplaadbare accu. Dat opladen kan via USB-C of via de zonnecollector achterop. De andere drie bedieningen draaien elk op twee AAA-batterijen.
Gamefuncties en inputlag: elk huisje zijn eigen richtkruisje
Er zijn zat 75"-tv's onder de duizend euro te vinden die het zonder snelle gamingpoorten moeten stellen, maar deze vier vormen een uitzondering. Ze beschikken allemaal over HDMI 2.1-poorten waarmee je kunt gamen in 120Hz (consoles) of zelfs 144Hz (pc).
De Hisense U72Q en TCL C6K hebben twee van die poorten, waarbij je er helaas eentje inlevert als je ook een soundbar of av-receiver aansluit via arc. Bij deze tv's kun je pc-games zelfs afspelen op maximaal 240Hz (Hisense) of 288UHz (TCL), als je de resolutie verlaagt naar 1080p. De Philips PUS9000 en Samsung QN70F hebben elk vier van die snelle HDMI-aansluitingen.
Bovendien hebben deze vier tv's elk een eigen gamebarmenu, waarin je informatie vindt over de huidige refreshrate, de gebruikte hdr-standaard en meer. Ook kun je bij alle vier de gamemenu's een richtkruis in het midden van het beeld plaatsen of schaduwen lichter maken. Bij drie van de vier kun je een minimap uitvergroot weergeven naast het normale gamescherm. Bij Philips ontbreekt die functie, maar daar kun je dan weer een kleurenfilter toepassen.
De gamebarmenu's van de vier tv's. Van linksboven met de klok mee: Hisense U72Q, Philips PUS9000, TCL C6K en Samsung QN70F.
Inputlag
- Inputlag 1080p120
- Inputlag 1080p60
Voor snelle games is het belangrijk dat er zo min mogelijk vertraging zit tussen het uitvoeren van een actie en het moment dat je die op het scherm ziet. Een lage 'inputlag', het tijdsverschil tussen het moment dat een signaal via HDMI de tv binnenkomt en het moment waarop het daadwerkelijk wordt getoond, is dus belangrijk bij gaming.
Wij meten de inputlag met een Leo Bodnar-inputlagtester die closed loop de vertraging meet waarmee televisies HDMI-signalen weergeven. We doen dat in 1080p60- en 1080p120-beeldmodi.
In de 120Hz-modus presteren deze vier televisies prima. Dat kunnen we helaas niet zeggen van de 60Hz-test, want daar blijft de Hisense steken op een gemiddelde reactietijd van 20ms. Daarmee is de responstijd langer dan de frametijd zelf (ruim 16ms) en dat is niet ideaal voor snelle actiegames. De Philips, Samsung en TCL zijn wél in alle gevallen snel zat.
Uitgebreide inputlaggrafiek
- Inputlag 1080p120
- Inputlag 1080p60
Geluid: allemaal stereo, maar Philips klinkt het best
De tv's beschikken alle vier over vrij eenvoudige stereospeakers en in de meeste gevallen zitten daar ook woofers bij. Alleen de superslanke Samsung wijkt af met zijn 2.0-kanaalsspeakers. Het geluid uit die speakers volstaat nog wel voor een nieuwsuitzending, maar niet echt voor films, games of muziek. Doordat een woofer ontbreekt, klinken stemmen wat vlak. Speel je muziek met veel basdrums af, dan klinkt dat op deze speakers simpelweg lelijk.
De TCL C6K doet het al een stukje beter met zijn dubbele Onkyo-woofer. De soundtracks van films en series klinken voller en hetzelfde geldt voor stemmen en geluidseffecten. Met de geluidspreset Film laten de speakers het geluid zelfs licht ruimtelijk klinken, maar niet zo weids als op de Philips en Hisense.
Met hun woofers laten de Hisense, Philips en TCL geluidseffecten net wat voller klinken.
Die twee tv's zetten een fraai stereobeeld neer, waarbij verschillende geluiden steeds net even uit een andere richting lijken te komen. Bij de Hisense blijven middentonen wel wat achter, waardoor geluidseffecten en stemmen alsnog wat dunner klinken. De Philips PUS9000 levert van deze vier duidelijk de beste geluidskwaliteit, met een mooi ruimtelijk effect en vollere bas- en middentonen dan de andere drie.
Uiteraard geldt ook voor deze tv's: wil je een echte thuisbioscoopervaring, dan is een aparte soundbar of een av-receiver met losse speakers aan te raden. Die kun je aansluiten op de HDMI-arc-aansluiting of op de optische digitale geluidsuitgang. Verder kun je draadloze koptelefoons koppelen via bluetooth. De Hisense en Philips hebben zelfs nog een minijackuitgang waarop je een bedrade koptelefoon of speakerset kunt aansluiten.
Energiegebruik: Samsung is duidelijk de zuinigste
We meten het energiegebruik van televisies in de Filmmaker-modus of in een vergelijkbare beeldmodus met een nauwkeurige kleurbalans. Dit doen we van oudsher bij weergave van een schaakbordpatroon met een helderheid van 120 en 250cd/m², om zo tv-gebruik 's avonds en overdag na te bootsen. Tegenwoordig voeren we ook een dynamische test uit, waarbij we het gemiddelde gebruik meten tijdens het afspelen van een tien minuten durende referentievideo. Ook dit doen we weer op de twee genoemde helderheidsniveaus. Deze '10-minutentest' levert een goede indruk van het energiegebruik in de praktijk.
- 10-minutentest 250cd/m²
- 10-minutentest 120cd/m²
- Checkerboard 250cd/m²
- Checkerboard 120cd/m²
De 10-minutentests laten in elk geval zien dat de Samsung QN70F ruimschoots de zuinigste tv is van het stel. Of je nu overdag of 's avonds kijkt, dit toestel slurpt op zijn minst een derde minder energie dan de rest. Wat ook opvalt, is dat de Philips met zijn directled-backlight wel heel veel energie nodig heeft om er overdag een voldoende helder plaatje uit te krijgen.
In onze avondsimulatie zien we het energiegebruik van de 75PUS9000 terugzakken tot het niveau van de TCL C6K. Kijk je vooral 's avonds, dan zijn de verschillen tussen de tv's kleiner, al blijft de Samsung QN70F ook in dit geval duidelijk de zuinigste. Klik het onderstaande kader open voor een uitgebreide vergelijking. Houd er wel rekening mee dat we de tv's hieronder afzetten tegen modellen met een andere beeldmaat.
Uitgebreide energiegebruiksgrafiek
- 10-minutentest 250cd/m²
- 10-minutentest 120cd/m²
- Checkerboard 250cd/m²
- Checkerboard 120cd/m²
Conclusie: kies je compromis
Voor minder dan 1000 euro kun je best mooie 75"-tv's kopen, als je tenminste bereid bent compromissen te sluiten. Geen van de vier geteste tv's weet álle vakjes af te vinken.
Zo is de energiezuinige Samsung QN70F de enige die hdr-content met iets van impact weet weer te geven, maar deze tv wordt ook meer dan de andere modellen geplaagd door storende blooming, zeker als je in het donker kijkt.
De TCL C6K geeft het contrastrijkste sdr-beeld en vertoont de minst opvallende halo's, maar laat hdr-content niet bepaald van het scherm spatten. Bovendien reageert deze tv soms wat trager op bedieningscommando's.
De Hisense U72Q heeft ruime kijkhoeken dankzij zijn ips-paneel, maar daardoor vallen contrast en zwartwaarden nogal tegen. Ook spiegelt dit scherm het meest van de vier tv's en heeft het Vidaa OS-smartsysteem een beperkt aanbod en opzichtige reclame in het homescherm.
De Philips PUS9000 is een veelzijdige tv met luxe afstandsbediening, fraai Ambilight en goede gamefuncties, maar de eenvoudige directledbacklight zorgt ervoor dat het contrast laag blijft, met een grijzige zwartweergave. Ook draait de tv op Titan OS, een smartplatform dat nog in de kinderschoenen staat en daardoor een relatief beperkt appaanbod heeft.
Wat wil je ermee doen?
De Samsung QN70F en TCL C6K komen als beste uit de test en krijgen daarmee een Value Award. Welke van de twee de beste koop is, hangt af van wat je ermee wilt doen.
Kijk je vooral overdag tv, dan speelt de blooming van de Samsung minder een rol. In dat geval geven wat mij betreft de betere hdr-prestaties van de superdunne QN70F de doorslag. Wil je je tv ook 's avonds of in een verduisterde ruimte gebruiken, dan ligt juist de TCL C6K voor de hand. Deze tv heeft bovendien net iets betere kijkhoeken en geluid dan de QN70F.
Ben je niet bereid om compromissen te sluiten en wil je een 75"-tv die goede hdr-prestaties én weinig blooming combineert? Dan is een budget van 1000 euro niet voldoende. In dat geval kun je beter een maatje kleiner kiezen óf nog wat dieper in de buidel tasten.
Redactie: Sjef Weller • Testlab: Justice Kuiper, Redjiev Sardjoe, Denny Verwoert • Eindredactie: Monique van den Boomen