AMD gaat een groep Indiase bedrijven helpen met het opzetten van hun eigen chipfabriek. Deze bedrijven - die zich hebben verenigd onder de noemer SemIndia - willen in 2007 een 3 miljard dollar kostende productiefaciliteit openen op een nog onzekere lokatie. De hulp van AMD zal komen op twee technische vlakken: het maken van de siliciumwafers enerzijds en het verwerken van de behandelde wafers tot eindproducten anderzijds. Deze laatste stappen worden ook wel onder de noemer ATMP verzameld: 'Assembly, Test, Mark & Pack'. Met het daadwerkelijke behandelen (etsen) van de wafers zal AMD zich niet bemoeien, waarschijnlijk omdat ze belangrijke elementen van die technologie zelf bij IBM in licentie hebben genomen en niet gemachtigd zijn om daar sublicenties op uit te geven.
SemIndia heeft niet de primeur met een chipfabriek in India: een Koreaans bedrijf is onder de vlag ISMC ook al een fabriek aan het bouwen in het land. Toch wordt het nieuwe project gezien als een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van India, en het kan dan ook rekenen op veel steun van de overheid. De hoop is dat het land zichzelf op de kaart kan zetten als centrum van halfgeleiderproductie, zowel uit het oogpunt van prestige als natuurlijk uit economisch opzicht. Verschillende lokaties in het land zullen nu moeten gaan strijden om de fabriek te mogen huisvesten. Naast een geschikte infrastructuur zullen daarbij bepaalde concessies een rol gaan spelen. Het is gebruikelijk dat (lokale) overheden chipfabrieken naar zich toe trekken met zaken als belastingkorting en subsidie, en daarmee zelfs tegen elkaar opbieden. Deze investering wordt later terugverdiend door de extra werkgelegenheid.