De ondernemingsrechtbank in Antwerpen oordeelt dat banken phishingschade meteen moeten vergoeden. Het kort geding werd aangespannen door een echtpaar dat 49.958 euro schade had geleden door phishing. De bank weigerde dat te vergoeden, maar is door de rechter nu in het ongelijk gesteld.
Het koppel van 90 en 93 jaar oud werd in januari opgebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank, meldt HLN. Het koppel werd overtuigd om twee overschrijvingen van in totaal 49.958 euro te doen naar een onbekende rekening in Portugal. De bank vermoedde dat het echtpaar grof nalatig was geweest door de stappen te doorlopen die nodig zijn om de transactie goed te keuren. Daarom weigerde zij de schade te vergoeden.
Volgens de rechter schrijft de wet voor dat de bank de schade onmiddellijk moet terugbetalen, tenzij ze redelijke gronden heeft om te vermoeden dat de klant zelf fraudeert. Zo'n onderzoek duurt te lang om in een kort geding uit te voeren. Een vermoeden van grove nalatigheid is volgens hem geen reden om niet terug te betalen. De bank moet het geld eerst terugbetalen. Pas daarna kan zij ervoor kiezen om een procedure te starten om het geld terug te vorderen. Dat gebeurt volgens HLN in de praktijk 'zelden tot nooit'.
Baanbrekend
Advocaat Geert Lenssens, die niet betrokken is bij de zaak, noemt de uitspraak 'baanbrekend': "Deze beslissing gaat tienduizenden gelijkaardige dossiers uit de impasse trekken", zegt hij tegen HLN. "Deze uitspraak is een serieuze tik op de vingers van de bankensector, omdat banken er alles aan doen om niet te moeten betalen. Het gaat immers over miljoenen euro's. Ik zou aan iedereen in zo'n situatie aanraden om een kort geding aan te spannen tegen zijn bank."
Minister Rob Beenders van Consumentenbescherming juicht de beslissing toe en zegt dat de banken de regels toepassen op een manier die in strijd is met de nationele en Europese wet. Daardoor kunnen slachtoffers moeilijker de vergoeding krijgen waar zij wettelijk recht op hebben, zegt hij tegen de Vlaamse krant. "Donderdag zit ik opnieuw met de banken hierover samen. Ze zullen mij ook hun werkzaamheden toelichten rond het actieplan dat ik van hen gevraagd heb. Ik hoop op een constructief gesprek."