De ongestructureerde opslag van bestanden bij de gehackte gemeente Epe kostte veel onderzoekstijd en zorgde ervoor dat burgers pas later werden geïnformeerd. Dit blijkt uit een tijdlijn die dagblad De Stentor opstelde over deze hackaanval.
De aanvallers kregen 552.000 bestanden in handen. Onder de gestolen persoonsgegevens zaten ook paspoorten, rijbewijzen en ID-kaarten van meer dan duizend inwoners. De gehackte gemeente kon burgers pas op 23 april duidelijkheid geven over de hack die op 10 maart plaatsvond en op 12 maart werd ontdekt.
Het kostte bijna anderhalve maand om inzichtelijk te krijgen welke gegevens van welke mensen waren gestolen. Woordvoerder Eva Maria Duin vertelt aan De Stentor dat het data-onderzoek tijd vergde, 'omdat de bestanden ongesorteerd en zonder vaste structuur waren opgeslagen'. De bestanden moesten eerst worden gesorteerd, verklaart zij.
Plus handmatige controle
Verder moesten de forensische onderzoekers een methode opstellen om de bestanden goed te doorzoeken. Vervolgens was nog een handmatige controle van de gegevens nodig. "Sommige gegevens bleken niet goed leesbaar", aldus de woordvoerder van de gemeente.