Begin september werd de bestelling geplaatst voor de hardware, halverwege oktober kwamen de eerste spullen binnen en pas eind november was de configuratie compleet. De voornaamste reden voor de lange vertraging was de slechte leverbaarheid van de raidcontroller. Eerst werd ongeveer een maand gewacht op een Mylex Extreme raid 1100, maar toen dat niet wilde opschieten werd gekozen voor de Adaptec 3200S. Ook die was niet snel verkrijgbaar. Gelukkig konden we van CompTech World, door wie de server gedeeltelijk werd gesponsord, tijdelijk een Adaptec 2100S te leen krijgen. De vertragingen gaven ons wel de gelegenheid om de verbeteringen aan de configuratie aan te brengen. Dit resulteerde uiteindelijk in een zeer snel systeem met louter en alleen high-end hardware:
| | Concept | Beta | Final | | OS | Linux 2.2 | Linux 2.2 | FreeBSD 4.2 | | CPU | Thunderbird 800 | Dual PIII-733 | Dual PIII-733 | | Mobo | MSI K7T Master | SuperMicro 370DLE | SuperMicro 370DLE | | RAM | 640MB PC133 | 1GB PC133 ECC Registered | 1,5GB PC133 ECC Registered | | I/O | DPT SmartRAID Decade | Adaptec 3200S | Adaptec 3200S | | Storage | 4x Seagate Cheetah 18XL 9,2GB | 3x Seagate Cheetah X15 18,4GB | 4x Seagate Cheetah X15 18,4GB | | Netwerk | 2x 3Com 100Mbit | 1x Intel 100Mbit2x 3Com 100Mbit | 1x Intel 100Mbit2x 3Com 100Mbit | | Kast | 6U / 8U | 4U Highlight | 4U CI Design |
|
Op de vorige pagina heb je al kunnen lezen dat de plaatsing van Artemis vooraf werd gegaan door een geheugenupgrade van Aphrodite en Athena. Deze
upgrade werd op 9 november 2000 uitgevoerd en was de eerste sinds de servers in mei bij Vuurwerk in gebruik werden genomen. Al die tijd hadden Athena en Appie vrijwel probleemloos hun werk gedaan. De hardware functioneerde feilloos, hoewel in november duidelijk werd dat de bestaande setup een ernstig gebrek aan capaciteit had. Dit manifesteerde zich in een regelmatige bokkende Mysql en bij tijd en wijlen liet zelfs Apache het afweten. De extra geheugenmodules boden wat verlichting, maar een structurele oplossing was pas mogelijk met de toevoeging van de nieuwe database-server.

De geheugenupgrade verliep niet bepaald van een leien dakje. Nu is het bijplaatsen van een extra reep in principe een erg eenvoudige klus. Zo ook bij Aphrodite, maar de situatie wordt anders als de weg naar de beoogde lege dimmbank wordt geblokkeerd door een scsi-bay waarvan de schroeven alleen met bruut geweld losgedraaid kunnen worden. Met wat knutselwerk en getouwtrek aan een rebellerende scsi-terminator kon Athena uiteindelijk toch van de 256MB-reep voorzien worden. De onderste harddisk werd overgeplaatst naar de floppy bay en de floppy drive mocht mee naar huis - die wordt toch nooit gebruikt. Met een vertraging van een uur kwam Athena weer online.


Bijna een volle maand later - 8 december om precies te zijn - kreeg Artemis eindelijk zijn plekje bij Vuurwerk. Vier tweakers (Daniel, Femme, Floris, Rick) en een server gingen op weg naar de serverruimte van Vuurwerk om daar - te midden van zoemende airco's en peperdure netwerkapparatuur - de database-server operationeel te maken. Tegelijk met de installatie van de database-server kreeg Aphrodite een egoboost van Athlon 800 naar Thunderbird 1000 op een MSI K7T Pro2A moederbord. Daniël en Floris hadden het voor elkaar gekregen om tussen het regelwerk voor de database-server ook nog een paar mobo's en processors bij MSI en AMD los te weken. Opnieuw verliep een ogenschijnlijk simpele upgrade niet bepaald vlekkeloos, toen bleek dat Appie nogal willekeurig reageerde op het schakelen van de powerbutton. Soms ging ze aan, vaak bleef ze dood. De oorzaak werd uiteindelijk gevonden in een brakke voedingskabel of iets wat daar mee te maken had. De upgrade kon alsnog doorgang vinden toen ter plekke een voeding uit een Vuurwerk server werd getransplanteerd.

Appie en Athena werden samen met Artemis in een leeg kabinet geplaatst, zodat we in totaal 42U rackspace tot onze beschikking kregen. Omdat CI Design te laks was vijf drive bay-klepjes bij een rackmount van 2000 gulden te leveren, werd een instant tape-mod uitgevoerd die de binnenkomende lucht van de vijf 8cm case fans geforceerd langs de vier Cheetahs laat stromen. Niet erg sierlijk, maar zeker wel effectief. Ondanks hun toerental van 15.000rpm waren de hdd's zelfs onder dagelijkse belasting
cool to the touch. Bij installatie van de hdd's deed zich nog wel het issue voor dat wij destijds nog te naïef waren om het verschil tussen sca- en lvd-scsi te kennen. Derhalve hadden we een rackmount met een mooie sca-backplane, maar lvd-schijven. Met behulp van een Dremel werd de backplane vakkundig gesloopt, waarna we de schijven alsnog met een ouderwetse kabel aan elkaar konden knopen.



Athena ging na de komst van Artemis dienst doen als webserver. Artemis nam naast de taak van database server tevens het werk van mailserver over van Athena. Het serverplaatje kwam er hierdoor als volgt uit te zien:
| | Aphrodite | Athena | Artemis | | OS | Linux 2.2 | Linux 2.2 | FreeBSD 4.2 | | CPU | Thunderbird 1000 | Athlon Classic 800 | Dual PIII-733 | | Mobo | MSI K7T Pro2A | MSI K7 Pro | SuperMicro 370DLE | | RAM | 512MB PC133 | 768MB PC100 ECC | 1,5GB PC133 ECC Registered | | I/O | Adaptec 29160 | Adaptec 29160 | Adaptec 3200S | | Storage | IBM Neptune 9,1GB | 3x IBM Neptune 9,1GB | 4x Seagate Cheetah X15 18,4GB | | Netwerk | 2x 3Com 100Mbit | 2x 3Com 100Mbit | 1x Intel 100Mbit2x 3Com 100Mbit | | Kast | 4U Highlight | 4U Highlight | 4U CI Design |
|
| | Aphrodite | Athena | Artemis | | DNS |  |  |  | | HTTP |  |  |  | | IRC |  |  |  | | Mail |  |  |  | | MySQL |  |  |  | | SSL |  |  |  |
|