Legaliteit van het up- en downloaden
In een eerder verslag over een auteursrechtensymposium werd uitgebreid ingegaan op de mogelijkheden en beperkingen van auteursrechten en de DRM-problematiek. Daaruit blijkt dat de Auteurswet, die bedoeld is om rechthebbenden een 'return on investment' te waarborgen en creativiteit te stimuleren, met enkele problemen te maken krijgt door de toenemende populariteit van het internet. In maart werd in het Europees Parlement nog een richtlijn aangenomen die rechthebbenden heel wat mogelijkheden biedt om illegale downloaders aan te pakken. Om te voorkomen dat er echter een heksenjacht georganiseerd zou worden, werd bepaald dat consumenten die 'in goed vertrouwen' downloaden niet aangepakt mogen worden indien zij voor persoonlijk gebruik downloaden.
Voor downloadende thuisgebruikers is overigens de uitspraak van de rechter in een rechtszaak tegen Zoekmp3.nl van belang. De wetgever bepaalde in zijn uitspraak namelijk dat 'het kopiëren van een inbreukmakend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik geen strijd met de Auteurswet oplevert'. Op basis van de regeling voor de thuiskopie blijkt het in Nederland dus volkomen legaal te zijn bestanden voor persoonlijk gebruik te downloaden. Het wordt echter een ander verhaal als de bestanden niet alleen voor persoonlijk gebruik gedownload worden, wanneer de gebruiker de muziek op zijn beurt weer verder verspreidt, of wanneer het om downloads van software gaat. Hoewel de muziekindustrie hier knarsetandend tegenaan kijkt, lopen muziekdownloaders dus nog niet meteen gevaar voor de rechter te moeten verschijnen.
Tot zover het verhaal over het verspreiden van muziek, waarvan niet ontkend kan worden dat het illegaal is. Een heel ander verhaal wordt het met sites als Zoekmp3, een specifieke zoekmachine die enkel links naar mp3-bestanden aanbood en ter verdediging aanvoerde dat het net zoals Google niet meer deed dan informatie opzoeken en gemakkelijker toegankelijk maken voor de gebruikers. Stichting Brein was het hier echter niet mee eens en begon een rechtszaak tegen de de uitbaters van de site. De rechter besliste daarentegen dat deze door mochten gaan met hun website, maar verplichte hen wel tot het verwijderen van links naar illegale bestanden wanneer zij daartoe verzocht werden door rechthebbenden of door Stichting Brein. Onlangs nog kwamen sites als Releases4u en Shareconnector, waar eDonkey-links naar illegale downloads uitgewisseld werden, in het nieuws toen hun servers door het FIOD in beslag genomen werden. De sites zouden namelijk niet gereageerd hebben toen ze benaderd werden over de plaatsing van illegale links, maar in deze zaak is nog geen uitspraak door een rechter gebeurd.
De vergoedingen op lege media
Om tot een consensus te komen tussen de wet, die het maken van een kopie voor persoonlijk gebruik toestaat, en de wens van de platenmaatschappijen en artiesten die liever zien dat consumenten een origineel exemplaar aanschaffen, zijn verschillende heffingen in het leven geroepen. De thuiskopievergoeding werd in 1991 ingevoerd en zorgt voor een vergoeding bij elke cd-r, beschrijfbare dvd, lege videoband of andere opnamemedia. Het gaat hierbij niet om een belasting, maar om een vergoeding die door de Stichting Thuiskopie geïnd wordt en verdeeld wordt onder de rechthebbenden en culturele projecten. Tegenstanders van deze vergoedingen stellen dan weer dat het om een verkapte vorm van belastingen gaat, die geïnd worden door een particuliere instantie.

Volledigheidshalve moet vermeld worden dat deze heffingen al bestonden op audiocassettes en videobanden en dus niet in het leven geroepen zijn voor beschrijfbare cd's en dvd's. Het is dan ook de wetgever die de Stichting Thuiskopie aangesteld heeft om deze vergoedingen te innen voor cd's en dvd's, net zoals dat voorheen al voor andere lege media gebeurde. Desondanks is deze heffing niet 'bevrijdend', zodat men uit het betalen ervan niet meer rechten kan ontlenen dan het maken van een kopie voor persoonlijk gebruik. De verdeelsleutels voor de geïnde vergoedingen zijn overigens afhankelijk van het type medium.
Zo krijgen auteurs via de Stemra veertig procent van de vergoeding op audiocassettes en krijgen de uitvoerders en de producenten elk dertig procent. Wanneer het gaat om beschrijfbare cd's, verdeelt de NVPI-I veertien procent van de inkomsten uit vergoedingen, wordt zevenenzeventig procent verdeeld volgens de regels van audiocassettes en wordt de resterende negen procent besteed volgens de regels voor videomateriaal. We merken dus op dat er telkens honderd procent van de inkomsten uit vergoedingen rechtstreeks of indirect naar rechthebbenden lijkt te gaan, zodat er geen geld over lijkt te blijven voor culturele projecten. Bovendien, zo blijkt, gaat niet het volledige bedrag naar de rechthebbenden. Om te beginnen wordt er bijvoorbeeld vijftien procent van het totaalbedrag afgeroomd om de stichting zelf te financieren, zo lezen we bij Cedar, waar de Stichting Thuiskopie bij ondergebracht is.
Het resterende bedrag wordt vervolgens, via de eerder vermelde sleutels, aan de andere organisaties gestort die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling aan rechthebbenden. Deze rechthebbenden kunnen echter ook niet zomaar aanspraak maken op het geld dat hen zou toekomen. Bedrijven die audioproducten produceren bijvoorbeeld, moeten zich daarvoor eerst aansluiten bij het NVPI. Deze aansluiting is bovendien niet gratis, maar bestaat uit een vaste bijdrage met daarbovenop een percentage van de omzet van het bedrijf. Hoe het NVPI de vergoedingen onder zijn leden verdeelt, is ook niet helemaal duidelijk, maar het lijkt dan ook niet onredelijk om te veronderstellen dat ook zij een deel van het geld reserveren om zichzelf in stand te houden.
Opvallend is overigens ook de lagere heffing voor DVD+R's ten opzichte van DVD-R-schijfjes. Volgens de stichting stelt de Europese richtlijn dat er rekening gehouden moet worden met de kopieergevoeligheid van media bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding. Aangezien uit onderzoek gebleken zou zijn dat DVD+R zo goed als niet te kopiëren is wanneer er beveiligingstechnologieën gebruikt worden, is de vergoeding voor een DVD+R-schijfje lager vastgesteld dan voor de DVD-R-technologie. Kwade tongen beweren echter dat Philips, dat lid is van de commissie die de aanbevelingen omtrent deze vergoedingen moest doen, hiermee zijn eigen standaard probeert te bevoordelen ten opzichte van de concurrentie.
Bovendien kunnen professionele gebruikers, die bijvoorbeeld dagelijkse backups of eigen materiaal op dvd wensen te branden, geen vrijstelling krijgen voor het betalen van deze vergoeding. Enkel op DVD-RAM wordt vooralsnog geen heffing betaald omdat deze standaard volgens de SONT vooral door bedrijven gebruikt wordt voor professionele doeleinden, in tegenstelling tot DVD+R en DVD-R waar hoofdzakelijk gedownloade films op gebrand zouden worden. Sinds mei 2004 zijn er echter enkele uitzonderingen ingevoerd, waardoor 'audiovisuele productiebedrijven' deze heffing niet hoeven te betalen. Deze uitzonderingsmaatregel is wel aan strenge voorwaarden onderworpen.
Voor downloadende thuisgebruikers is overigens de uitspraak van de rechter in een rechtszaak tegen Zoekmp3.nl van belang. De wetgever bepaalde in zijn uitspraak namelijk dat 'het kopiëren van een inbreukmakend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik geen strijd met de Auteurswet oplevert'. Op basis van de regeling voor de thuiskopie blijkt het in Nederland dus volkomen legaal te zijn bestanden voor persoonlijk gebruik te downloaden. Het wordt echter een ander verhaal als de bestanden niet alleen voor persoonlijk gebruik gedownload worden, wanneer de gebruiker de muziek op zijn beurt weer verder verspreidt, of wanneer het om downloads van software gaat. Hoewel de muziekindustrie hier knarsetandend tegenaan kijkt, lopen muziekdownloaders dus nog niet meteen gevaar voor de rechter te moeten verschijnen.Tot zover het verhaal over het verspreiden van muziek, waarvan niet ontkend kan worden dat het illegaal is. Een heel ander verhaal wordt het met sites als Zoekmp3, een specifieke zoekmachine die enkel links naar mp3-bestanden aanbood en ter verdediging aanvoerde dat het net zoals Google niet meer deed dan informatie opzoeken en gemakkelijker toegankelijk maken voor de gebruikers. Stichting Brein was het hier echter niet mee eens en begon een rechtszaak tegen de de uitbaters van de site. De rechter besliste daarentegen dat deze door mochten gaan met hun website, maar verplichte hen wel tot het verwijderen van links naar illegale bestanden wanneer zij daartoe verzocht werden door rechthebbenden of door Stichting Brein. Onlangs nog kwamen sites als Releases4u en Shareconnector, waar eDonkey-links naar illegale downloads uitgewisseld werden, in het nieuws toen hun servers door het FIOD in beslag genomen werden. De sites zouden namelijk niet gereageerd hebben toen ze benaderd werden over de plaatsing van illegale links, maar in deze zaak is nog geen uitspraak door een rechter gebeurd.
De vergoedingen op lege media
Om tot een consensus te komen tussen de wet, die het maken van een kopie voor persoonlijk gebruik toestaat, en de wens van de platenmaatschappijen en artiesten die liever zien dat consumenten een origineel exemplaar aanschaffen, zijn verschillende heffingen in het leven geroepen. De thuiskopievergoeding werd in 1991 ingevoerd en zorgt voor een vergoeding bij elke cd-r, beschrijfbare dvd, lege videoband of andere opnamemedia. Het gaat hierbij niet om een belasting, maar om een vergoeding die door de Stichting Thuiskopie geïnd wordt en verdeeld wordt onder de rechthebbenden en culturele projecten. Tegenstanders van deze vergoedingen stellen dan weer dat het om een verkapte vorm van belastingen gaat, die geïnd worden door een particuliere instantie.

Volledigheidshalve moet vermeld worden dat deze heffingen al bestonden op audiocassettes en videobanden en dus niet in het leven geroepen zijn voor beschrijfbare cd's en dvd's. Het is dan ook de wetgever die de Stichting Thuiskopie aangesteld heeft om deze vergoedingen te innen voor cd's en dvd's, net zoals dat voorheen al voor andere lege media gebeurde. Desondanks is deze heffing niet 'bevrijdend', zodat men uit het betalen ervan niet meer rechten kan ontlenen dan het maken van een kopie voor persoonlijk gebruik. De verdeelsleutels voor de geïnde vergoedingen zijn overigens afhankelijk van het type medium.
Zo krijgen auteurs via de Stemra veertig procent van de vergoeding op audiocassettes en krijgen de uitvoerders en de producenten elk dertig procent. Wanneer het gaat om beschrijfbare cd's, verdeelt de NVPI-I veertien procent van de inkomsten uit vergoedingen, wordt zevenenzeventig procent verdeeld volgens de regels van audiocassettes en wordt de resterende negen procent besteed volgens de regels voor videomateriaal. We merken dus op dat er telkens honderd procent van de inkomsten uit vergoedingen rechtstreeks of indirect naar rechthebbenden lijkt te gaan, zodat er geen geld over lijkt te blijven voor culturele projecten. Bovendien, zo blijkt, gaat niet het volledige bedrag naar de rechthebbenden. Om te beginnen wordt er bijvoorbeeld vijftien procent van het totaalbedrag afgeroomd om de stichting zelf te financieren, zo lezen we bij Cedar, waar de Stichting Thuiskopie bij ondergebracht is.
Het resterende bedrag wordt vervolgens, via de eerder vermelde sleutels, aan de andere organisaties gestort die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de uitbetaling aan rechthebbenden. Deze rechthebbenden kunnen echter ook niet zomaar aanspraak maken op het geld dat hen zou toekomen. Bedrijven die audioproducten produceren bijvoorbeeld, moeten zich daarvoor eerst aansluiten bij het NVPI. Deze aansluiting is bovendien niet gratis, maar bestaat uit een vaste bijdrage met daarbovenop een percentage van de omzet van het bedrijf. Hoe het NVPI de vergoedingen onder zijn leden verdeelt, is ook niet helemaal duidelijk, maar het lijkt dan ook niet onredelijk om te veronderstellen dat ook zij een deel van het geld reserveren om zichzelf in stand te houden.
Opvallend is overigens ook de lagere heffing voor DVD+R's ten opzichte van DVD-R-schijfjes. Volgens de stichting stelt de Europese richtlijn dat er rekening gehouden moet worden met de kopieergevoeligheid van media bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding. Aangezien uit onderzoek gebleken zou zijn dat DVD+R zo goed als niet te kopiëren is wanneer er beveiligingstechnologieën gebruikt worden, is de vergoeding voor een DVD+R-schijfje lager vastgesteld dan voor de DVD-R-technologie. Kwade tongen beweren echter dat Philips, dat lid is van de commissie die de aanbevelingen omtrent deze vergoedingen moest doen, hiermee zijn eigen standaard probeert te bevoordelen ten opzichte van de concurrentie.Bovendien kunnen professionele gebruikers, die bijvoorbeeld dagelijkse backups of eigen materiaal op dvd wensen te branden, geen vrijstelling krijgen voor het betalen van deze vergoeding. Enkel op DVD-RAM wordt vooralsnog geen heffing betaald omdat deze standaard volgens de SONT vooral door bedrijven gebruikt wordt voor professionele doeleinden, in tegenstelling tot DVD+R en DVD-R waar hoofdzakelijk gedownloade films op gebrand zouden worden. Sinds mei 2004 zijn er echter enkele uitzonderingen ingevoerd, waardoor 'audiovisuele productiebedrijven' deze heffing niet hoeven te betalen. Deze uitzonderingsmaatregel is wel aan strenge voorwaarden onderworpen.
Volgende pagina (Het huishouden van de stichtingen - 6/7)
