Jaarlijks kastenfestijn
Het is inmiddels een beetje traditie: fabrikanten tonen tijdens Computex enorm veel behuizingen, en wij lopen er rond en proberen de krenten uit de pap te pikken. Rond de coronapandemie hebben we dat natuurlijk niet kunnen doen, maar tien jaar geleden zetten we de behuizingen in Taipei al voor je op een rij.
Dit jaar is niet anders, of misschien wel. Want fabrikanten moeten nog meer moeite doen om de pc aantrekkelijk te maken, tussen al het AI-geweld (of eigenlijk het 'Agentic'-geweld) aan de ene kant, en aan de andere kant de pc-markt die enorm onder druk staat. Die twee zijn verweven, want AI-datacentra slokken alle productiecapaciteit op.
Maar we zijn hier om over kasten te praten. Dit jaar zagen we weer flink wat innovatie, over the top ontwerpen, slimmigheden en bizarre creaties die we hier (misschien wel gelukkig) nooit kunnen kopen. Want als er iets is dat Computex altijd rijk is, dan zijn het behuizingen in alle vormen en maten. Ik zou normaal gesproken op alfabetische volgorde van fabrikanten beginnen, maar ik vond de Phanteks-kasten zo vernieuwend, dat ik daarmee aftrap.
Ik ben ook nu al benieuwd welke kasten en ontwikkelingen we volgend jaar te zien krijgen.
Phanteks
Een van de grootste verrassingen van Computex bij de kasten, en misschien wel mijn persoonlijke favoriet, is de nieuwe Phanteks-serie. Of nou ja, kasten mag ik ze niet noemen, want dit zijn echt heel aparte behuizingen. We kennen al langer compartimenten in kasten, maar met de EX-serie heeft Phanteks dat tot in het extreme doorgevoerd. Het doet denken aan de Level 10-behuizing van Thermaltake. Die inmiddels zestien(!) jaar oude kast is bij nader inzien wel veel minder gelikt dan Phanteks' ontwerp.
:strip_exif()/i/2008201392.jpeg?f=imagenormal)
Het is hokjesdenken in het extreme, want de psu-tunnel is volledig gescheiden van de rest, net als het compartiment voor de videokaart. In een relatief dunne 'backplane' zit het moederbord met de kabels, en in het dunne voorste stuk zit een 360mm-waterkoeler verstopt. De waterkoeler koelt de processor en de videokaart koelt zichzelf met zijn standaardventilators. Om de overige componenten op het moederbord (vrm, geheugen, ssd, chipset) te koelen, zit achter het moederbord een 120mm-fan. Die blaast langs de open zijkanten koele lucht over het moederbord. Uitgebreide interne tests laten zien dat die methode opvallend goed koelt.
EX5-varianten
Er zijn een paar versies van de EX-serie. De eenvoudigste is de EX5: die is gemaakt van staal (en glas) en al vanaf augustus te koop. Daarin bouw je een eigen waterkoeler, waarvan de slangen buitenlangs naar de pomp op de cpu lopen. Vind je dat niet strak genoeg, dan kun je de EX5 Plus kopen. Die heeft Phanteks' custom 360-aio voorgeïnstalleerd, waarvan de tubes haaks gemonteerd zijn en binnen door de behuizing (en op de juiste lengte) lopen. In beide gevallen is de ruimte tussen de cpu en het glas dat het moederbordcompartiment afdekt ongeveer 78mm.
Meer scherm
Dan heb je nog de EX5 Max. Die heeft net als de EX5 Plus een custom aio, maar boven op de pomp zit een 6"-lcd die je aanstuurt via Phanteks' software, bijvoorbeeld voor gifjes of systeeminfo. Als je dat 6"-scherm te klein vindt, kun je voor de EX6 Max gaan. Die heeft een 10"-scherm, dat je niet alleen via bijbehorende software kunt aansturen, maar ook als tweede scherm in Windows kunt gebruiken. Het scherm heeft een resolutie van 1600 bij 720 pixels. Bovendien zijn de compartimenten van de EX6-varianten van aluminium gemaakt, wat een andere en misschien luxere uitstraling geeft. Het doet denken aan een Founders Edition-videokaart.
De EX6 ten slotte is de eenvoudigere versie van de luxere EX6-serie en heeft een raam met uitsparing, waardoor je een eigen koeler kunt monteren. Hij heeft geen meegeleverde aio, maar bij deze versie ben je volledig vrij in je koeling.
Een van de leukste eigenschappen van deze behuizingen is de prijs. De eenvoudigste versie, de EX5, kost 110 euro, en voor de EX5 Plus, met die custom aio dus, betaal je 160 euro. De EX5 Max, met 360mm-aio en 6"-scherm, kost 230 euro. Voor de EX6 zonder waterkoeler betaal je 160 euro en voor de EX6 met waterkoeler en 10"-scherm ben je straks 330 euro kwijt.
| EX-serie |
EX5 |
EX5 Plus |
EX5 Max |
EX6 |
EX6 Max |
| Waterkoeling |
Geen, externe tubing |
Meegeleverd, interne tubing |
Geen, externe tubing |
Meegeleverd, interne tubing |
| Gpu-compartiment |
Glazen raam voor videokaart |
Gesloten aluminium compartiment |
| Argb-strips |
Twee strips: voeding en moederbord |
Drie strips: voeding, moederbord en videokaart |
|
| Materiaal |
Staal en glas |
Aluminium, staal |
| Lcd |
Geen |
Geen |
6"-lcd |
Geen |
10"-lcd |
| Prijs |
110 euro |
160 euro |
230 euro |
160 euro |
330 euro |
XT-behuizingen
Naast die vernieuwende behuizingen heeft Phanteks ook een grote versie van de XT M3 uitgebracht. Die M5 is geschikt voor mATX-moederborden en komt in twee of drie varianten op de markt. De M5 heeft een meshvoorpaneel met drie 120mm-fans in een frame erachter, en een 120mm-fan achterop, terwijl de V5 dezelfde kast is, maar dan met een glazen voorkant. De drie fans zijn dan naar de zijkant verplaatst. Beide versies moeten al in juli verschijnen voor ongeveer 70 euro. Een XT V5-lcd met ingebouwd 7"-scherm voorin moet in september volgen voor 110 euro.
ASUS
Bij het ROG-event van ASUS zagen we de GR20. Strikt genomen kun je dat nauwelijks een kast noemen, want het lijkt vooral op een open testbench. Toch is de GR20 meer kast dan je op het eerste gezicht zou denken. Zo biedt de behuizing bijvoorbeeld kabelmanagement, zit je videokaart in een beugel gevangen die zelfs de zwaarste kaart aankan, en is waterkoeling in de GR20 ingebouwd.
De kast is weliswaar bijna een testbench, maar wel een die je staand, liggend of schuin gekanteld kunt neerzetten. Al je hardware staat dus wel aan de elementen bloot. De GR20 heeft een frontpaneel met aansluitingen (twee keer Type-A en twee keer Type-C, audio en een aan-uitknop) en covers voor je kabels. Zo zie je de 24-pinsvoedingskabel niet je moederbord ingaan en heb je een superopgeruimde build in een open kast.
Over het grootste deel van het moederbord zit een bescherm- en koelplaat, met een speciale ventilator voor je ssd, die ASUS een crossflowfan noemt. Je kunt moederborden tot het eATX-formaat inbouwen, een radiator van maximaal 360mm en een voeding tot 190mm lang. Je videokaart mag 368mm lang zijn: zo groot is de beugel om hem op zijn plaats te houden. De 'kast' is gestyled in de feestelijke ROG 20-kleuren (zwart met goud) en moet deze zomer te koop zijn voor een nog onbekende prijs.
Be quiet
De Pure Base-serie krijgt een update in de vorm van de Pure Base 803. De flinke tower moet vooral liefhebbers van grote, stille kasten tegemoetkomen. Je zou hem bijna als een Silent Base kunnen zien, want de kast heeft een volledig gesloten zijpaneel. Er komen ook twee wat modernere varianten op de markt: één 'fishtank' met glazen zij- en voorpaneel, en een airflowversie met een meshfrontpaneel.
:strip_exif()/i/2008201238.jpeg?f=imagenormal)
In de gesloten versie zorgen vier Pure Wings 3 van 140mm voor de koeling. In de glazen 803 LX zijn dat Light Wings LX-fans. In de 803 passen eATX-moederborden en de kast ondersteunt backconnect. Je kunt in totaal elf 140mm-fans, of flinke waterkoeling met radiatoren tot 420mm, in de Pure Base kwijt. De fabrikant sleutelt nog wat aan de kast, dus de prijs en beschikbaarheid zijn nog niet bekend.
:strip_exif()/i/2008201240.jpeg?f=imagenormal)
Chieftec
Chieftec nam drie voor ons relevante kasten mee naar Computex: de Vista Max, The Big One (zo heet hij echt) en een mATX-behuizing die nog in ontwikkeling is.
De Vista Max moet het vooral van zijn prijs en looks hebben. Voor koeling levert Chieftec drie argb-fans van 140mm mee. Aangezien de Vista Max (de naam verklapt het al) een behuizing met veel glas is, springen die verlichte fans flink in het oog. De kast heeft een glazen voor- en zijpaneel, en de voedingstunnel valt een stuk terug, zodat je veel zicht op je hardware hebt.
:strip_exif()/i/2008200712.jpeg?f=imagenormal)
Het terugvallen van die voedingstunnel heeft ook een functioneel aspect: je kunt een meegeleverde beugel aan de shroud bevestigen, waarop je je eigen 120mm-fan kunt zetten. Die beugel kun je onder praktisch elke gewenste hoek vastzetten, zodat je de airflow van die extra fan precies kunt richten waar die nodig is. Zo kun je mooi je videokaart extra koelen, want met aquariumkasten heeft de airflow van de zijkant altijd een beetje moeite de hoek om te komen.
:strip_exif()/i/2008200708.jpeg?f=imagenormal)
De kast heeft verder ondersteuning voor drie 140mm-fans boven en onder, of je kunt daar een 280mm- of 360mm-radiator monteren. Het front-i/o zit aan de bovenkant, inclusief een aan-uitknop, maar er zit een tweede op de onderrand van de kast: handig voor als je hem op je bureau hebt staan. De zwarte kast moet er al snel aankomen, maar op de witte moet je nog tot de laatste maanden van het jaar wachten. Ze gaan allebei ongeveer zestig euro kosten.
:strip_exif()/i/2008200710.jpeg?f=imagenormal)
The Big One is vooral wegens zijn naam leuk. Als je een workstationachtige tower zoekt met ruimte voor twee videokaarten en veel opslagruimte, dan kun je met deze kast van ongeveer 150 euro uit de voeten.
Corsair
2800X
Corsair heeft zijn X-serie uitgebreid met de 2800X, een kleinere versie van de 3500X. De 2800X heeft ruimte voor mATX-moederborden, als antwoord op wat Corsair als een kleine opleving in de mATX-markt beschrijft. De kast volgt het beproefde concept van aquariumbehuizingen: een glazen voor- en zijpaneel geven zicht op alle mooie hardware aan de binnenkant.
:strip_exif()/i/2008201242.jpeg?f=imagenormal)
Die hardware wordt (mede) gekoeld door drie argb-fans, die noodgedwongen bij aquariumkasten aan de zijkant voorin zitten. Net als diverse andere fabrikanten levert Corsair – omdat de fans zo in het zicht zitten – ventilators met reversed blades mee, zodat je de ventilatorframes niet ziet. De fans zijn RS120-R ARGB-fans en kun je uitbreiden met nog drie 120mm-fans (of twee 140mm-fans) bovenin en een enkele 120mm-fan op de bodem en achterop.
:strip_exif()/i/2008201250.jpeg?f=imagenormal)
De 2800X heeft een vrij lage prijs van 90 dollar gekregen. De prijs in euro's weten we nog niet, maar zal daar aardig in de buurt zitten. Om dat te realiseren, heeft Corsair niet veel beknibbeld, maar het frontpaneel met slechts een USB-A- en een USB-C-connector is wel wat magertjes.
:strip_exif()/i/2008201252.jpeg?f=imagenormal)
Warthog
De tweede kast die we te zien kregen, is een 'reimagining' van een oude bekende: de Warthog is geïnspireerd op de Vengeance C70 uit – schrik niet – 2012. De kast is helemaal gemoderniseerd, maar heeft wel de stoere militaire uitstraling gehouden. De kast is 'built like a tank' zou je kunnen zeggen, bijna letterlijk, want sommige stalen onderdelen zijn 4mm dik, zoals de twee draagbeugels.
:strip_exif()/i/2008201254.jpeg?f=imagenormal)
Ook de rest van de kast ademt net als zijn naam militair dna. De panelen zijn als armor crates uitgevoerd, met diagonale verstevigingen, en het frontpaneel (onderaan de kast) geeft het gevoel alsof je in de cockpit van het gelijknamige 'bbrrrrrrrrrt'-gevaarte zit. De knoppen zijn afgeschermd zodat je ze niet per ongeluk bedient. Er zit zelfs een switchcover op de reset en als extraatje zit er een rood waarschuwingslabel als stofstopper in de audiojack.
:strip_exif()/i/2008201262.jpeg?f=imagenormal)
Een heel praktische functie die meer kasten mogen hebben, is het knopje aan de voorkant dat een lichtje op de achterkant inschakelt. Zo hoef je niet in het donker te klungelen om een USB-stekker in een poort te prikken. De Warthog (waarvan Corsair min of meer verwacht dat hij vooral de Amerikaanse markt zal bekoren) moet ongeveer tweehonderd dollar of euro gaan kosten. Voor dat bedrag krijg je drie fans meegeleverd: twee grote 200mm-fans aan de voorkant, en een 120mm-fan achterop. Wil je liever je eigen fans monteren, dan mag je dertig euro in je zak houden.
HYTE
Van HYTE had je misschien een opvolger van de X50 verwacht, je weet wel, die kast met mooie rondingen in het frontpaneel en zo ongeveer op elke andere plek waar het kan. Niets is minder waar, want HYTE toonde zijn volgende product in de vorm van de Y50. Er was al een Y70, een Y60, een Y40 en dus kon je op je vingers natellen dat daar een serie ontbreekt.
:strip_exif()/i/2008201290.jpeg?f=imagenormal)
De Y50 moet nog wat goedkoper worden dan de meeste Y40-kasten en zou daarmee de goedkoopste uit de Y-serie zijn. De adviesprijs bedraagt namelijk 100 dollar, wat tussen de honderd en honderdtwintig euro zou liggen. En anders dan de huidige goedkoopste Y-kast, de Y40, heeft de Y50 het design dat je van de Y70 en Y60 kent: twee glazen panelen aan de voor- en zijkant, die 'verbonden' worden door een smal paneel onder een hoek van 45 graden.
Om de prijs een beetje te drukken, heeft HYTE wel de verticale gpu-mount met riserkabel weggelaten die je bij de Y60 en Y70 krijgt. Waar HYTE niet op bespaard heeft, is de koeling. Je krijgt drie ventilators die samen in een frame aan de zijkant voorin zitten, en een vierde fan zit achterin. Dat zijn alle vier 120mm-argb-fans, maar het trio voorin heeft reversed blades zodat je de spijlen van het ventilatorframe niet ziet.
:strip_exif()/i/2008201292.jpeg?f=imagenormal)
Er passen eATX-moederborden (en kleiner) in de Y50, die ook backconnect ondersteunt. Videokaarten mogen 360mm lang zijn en je kunt uiteraard het 360mm-ventilatorframe vervangen door een even grote radiator; een tweede past bovenin. De kast moet nog deze maand te koop komen.
Toch leek er nog even een 'one more thing' te zijn, want in de HYTE-hotelkamer was ook een kleine versie van de X50 te zien, voor ITX- of mATX-borden. Dat was een prototype, dat waarschijnlijk nooit in productie genomen wordt genomen. Voor zo'n kleine versie, die logischerwijs een lagere prijs krijgt, zouden de productiekosten te hoog zijn en zou de case dus te duur worden. Het naamloze kastje, in stemmig oranje, was wel schattig.
:strip_exif()/i/2008201278.jpeg?f=imagenormal)
InWin
Een aparte verschijning op de booth van InWin is de Breeze. In plaats van een gewoon 'glad' glazen paneel, heeft deze kast een paneel dat 'reeded' glas genoemd wordt: het materiaal wordt weleens gebruikt als glazen afscheiding tussen tafeltjes in publieke gelegenheden. Het laat wel licht door, maar je ziet weinig herkenbaars. Het geeft een vertekenend, diffuus effect aan de inhoud van de kast en heeft een tikje retro-futuristisch gevoel.
In de Breeze passen grote eATX-moederborden, cpu-koelers tot 175mm hoogte en videokaarten tot 435mm lang. Aan ruimte geen gebrek dus, en qua koeling installeert InWin een 120mm-fan achterop, drie 120mm-fans aan de zijkant en nog eens twee onderin. Bovenin is plek voor drie extra fans of een 360mm-radiator.
Er is ook een versie van de behuizing met een houten frontje en hetzelfde 'reeded' glas van de Breeze als zijpaneel. Dat is verder dezelfde kast, maar dan met een groter reeded paneel. en heet dan Mist. InWin heeft nog geen prijzen genoemd en een introductiedatum is ook nog onbekend. Nog een laatste feature om je lekker te maken: er is een speciale meditatiemodus van de rgb-verlichting in de fans en diezelfde verlichting herinnert je eraan af en toe pauzes te nemen.
GX-285
InWin gooit het met de GX-285 over een heel andere boeg: daarmee kun je gamen op je game-pc. Er zit namelijk een 10"-scherm op de voorkant, en eronder zitten grote knoppen, waardoor de kast een beetje aan een Gameboy doet denken. InWin heeft zelfs een gamecontroller die via infrarood werkt voor de kast, en in de display zitten ook nog speakers.
InWin heeft een paar simpele spelletjes voorgeprogrammeerd, maar hoelang je daar zoet mee bent, en of er meer games voor komen, is niet bekend. Welke andere functies het scherm krijgt, zoals een statusdisplay, is ook niet bekend.
Omdat er ook aan de binnenkant nog een echte pc in moet, is er plaats voor een ATX-moederbord, een 360mm-radiator boven of onderin, en een 280mm-radiator aan de zijkant. Videokaarten mogen 410mm lang zijn, dus je kunt een serieus systeem in de GX-285 bouwen. Dat moet de kast wel daadwerkelijk op de markt komen, en dat is nog niet niet besloten.
Montech
Montech heeft vier nieuwe behuizingen meegenomen naar Taipei. De kleinste daarvan zijn de TEN Wood en zijn broertje, de TEN Aura. Ze zijn allebei varianten op de TEN, die het bedrijf vorige maand uitbracht. De TEN is een mATX-behuizing van ongeveer 28 tot 29 liter die diverse configuraties van je systeem ondersteunt. Zo kun je de kast in de M1-, M2- en I3-modus bouwen, waarbij je de centrale moederbordplaat op verschillende plaatsen kunt monteren. In de I3-modus past alleen een ITX-moederbord, in de M-opstellingen is er plaats voor mATX-moederborden.
De Wood- en Aura-versies zijn varianten op de kast, waarbij de Wood houten accenten heeft en de Aura een ledstrip rondom. In alle gevallen dankt de kast zijn naam TEN simpelweg aan het feit dat Montech dit jaar tien jaar bestaat. De eerder aangekondigde TEN kost 70 dollar, en de Wood- en Aura-versies 80 dollar.
TG3
Voor budgetbuilds heeft Montech de TG3, ook weer in twee smaken, uitgebracht. De gewone TG3 is een redelijk simpele ATX-behuizing met haakse glazen voor- en zijpanelen. Aan de zijkant levert Montech een 360-fan mee, drie 120mm-fans in een frame dus. Achterin zit een losse 120mm-fan, en ze zijn allemaal argb-fans, zoals je verwacht in een aquariumcase. De prijs onderscheidt de kast vooral: je krijgt een prima basis voor je build voor maar 60 dollar en de TG3 is direct na Computex verkrijgbaar.
:strip_exif()/i/2008201854.jpeg?f=imagenormal)
De TG3 Curved is pas eind deze maand te koop, en zoals de naam doet vermoeden, zit er een ronding in. Het glas van de voor- en zijkant loopt namelijk met een ronde hoek in elkaar over, en dat kost wat meer om te produceren. Deze versie kost dan ook 80 dollar, maar is verder identiek aan de gewone TG3.
King 95 3D
De opvolger van Montechs bestverkopende kast, de King 95 Pro, is de King 3D. De 3D-versie heeft een extra glazen paneel bovenop gekregen, zodat je van boven, van voren en van de zijkant je kast in kunt kijken. Om ervoor te zorgen dat een kast met zoveel glas lucht kan aanzuigen voor koeling, is de achterkant (of eigenlijk de rechterzijkant) grotendeels een metalen mesh, met diagonale plastic strips voor de afwerking. Meestal zul je die kant niet zien, want je kunt die eigenlijk beter als achterkant bestempelen als je de kast normaal neerzet.
Anders dan voorheen levert Montech geen fans mee met de King 95 3D: veel kopers hebben toch liever hun eigen fans en het bespaart een beetje geld. Want ondanks het gebrek aan fans is de King 95 3D iets duurder dan de Pro, waar je drie fans bij kreeg. De kast is vanaf 5 september, precies drie jaar na de introductie van de King 95 Pro, verkrijgbaar voor een adviesprijs van 120 dollar.
738
Dan hebben we ten slotte de 738-behuizing, ook weer in twee versies. De 738 Vision gaat 100 dollar kosten en de 738 Pro een tientje meer. Beide zijn nog in het prototypestadium, maar zouden al snel in productie gaan. Het zijn kasten met een redelijk gescheiden voedingscompartiment: tussen de psu-tunnel en de rest van de kast zit een sleuf van pakweg twee of drie centimeter.
In de prototypes kan die afstand ook daadwerkelijk variëren, want er zit nogal wat flex in de zijkant van de kasten, waardoor zelfs voor transport een steunblokje nodig is. Dat stoort verder niet en zou ook prima een vast onderdeel van het ontwerp mogen zijn. Verder verschillen de kasten in het frontje: de Vision heeft een glazen zij- en voorpaneel, terwijl de Pro alleen een glazen zijpaneel heeft.
Het voorpaneel van die Pro heeft lamellen die je met een schuifje open en dicht kunt doen. In de open stand maximaliseer je de airflow, en in de dichte stand is de kast wat netter en stiller. Montech mikt op een release ergens eind dit jaar, tegen november.
MSI
De kasten van MSI hebben we al uitgebreid in een nieuwsartikel besproken, maar een beetje herhaling kan geen kwaad.
De MEG Maestro 900R is een heel grote, luxe kast die je als pronkstuk neerzet, maar dan wel op een grote tafel of bureau. Je kunt je moederbord en videokaart rondom bekijken, want de kast heeft niet alleen aan de voor- en zijkant glas, maar ook aan de achterkant. Dat betekent dat ook de i/o-aansluitingen van de achterkant in de kast zitten, en daar zitten afdekklepjes op zodat je de kabels uit het zicht naar buiten kunt leiden.
Het glas is aan de voor- en achterkant afgerond en de metalen panelen zijn van 4mm dik aluminium gemaakt. Je bouwt het moederbord, compleet met videokaart, buiten de kast op een losse module op, waarna je het systeem kant-en-klaar de kast in schuift. De meegeleverde koeling bestaat uit drie 160mm-fans onderin, maar dat kun je uitbreiden tot veertien fans. Waterkoeling mag in deze kast niet ontbreken, en je kunt je hart ophalen met twee radiatoren van 420mm. Deze kast gaat deze zomer ongeveer 700 euro kosten.
Sharkoon
Sharkoon heeft een kleinere versie van de Steel Shark laten zien, die het uiteraard de Baby Shark noemt de Steel Shark Mini heet. De kast is dan wel kleiner dan de gewone Steel Shark, maar toch past er een ATX-moederbord in, inclusief backconnectondersteuning. Het is een miniversie van een dualchamber-behuizing, maar om ruimte te besparen zit de voeding bovenin aan de voorkant. Dat mag een gewone ATX-voeding zijn, al zou ik wel een modulaire kiezen om niet te veel last van kabels te hebben.
Het frontje (voor zover dat er is naast het glas bij de Steel Shark Mini G) is van aluminium en net als de rest van de voorkant is ook de zijkant van glas. Er liggen drie 120mm-argb-fans op de bodem en eventueel kun je voor een chimney-set-up ook drie 120mm-fans bovenin monteren, en nog een zevende achterop. Er is redelijk wat ruimte voor kabelmanagement in het 'tweede compartiment', maar in de demo's die we zagen, is het aardig druk met kabels.
Als je het glas aan de voorkant niets vindt en liever je ventilators aan de voorkant monteert, dan heeft Sharkoon ook de Steel Shark Mini M-uitvoering. De M staat voor Mesh, en deze versie heeft dus een metalen (mesh) frontje. Daarachter zitten twee van de drie argb-fans. De derde zit achterop voor een meer traditionele fanopstelling. Beide varianten moeten al in juli op de markt komen en zouden ongeveer zeventig euro kosten.
S25
Ik noem voor de volledigheid ook nog even de S25-V2 en S25 Silent, want vooral die laatste is misschien wel interessant. Dat is een behuizing met geluiddempend materiaal aan de binnenkant, een soort bitumen, dat de kast lekker stil moet maken. Dat heeft wel invloed op de warmteontwikkeling, want het frontje heeft alleen wat sleufjes aan de zijkant voor luchtinlaat. De kast is verder geheel gesloten, met een metalen linkerzijpaneel, zodat je een echt stille en donkere kast kunt bouwen. Als kers op de taart (want ik zie vaak verzoeken hierom) zit er ook een 5,25"-drivebay aan de voorkant.
Thermaltake
Thermaltake toonde heel veel behuizingen, maar een groot aantal daarvan had het bedrijf al tijdens CES laten zien. De Capo X, die wat wegheeft van de View Cross uit januari, was wel nieuw. De kast heeft net als de View Cross plaats voor twee mATX-moederborden boven elkaar. De kast is dus erg smal en hoog, en Thermaltake roemt hem om zijn geschiktheid voor AI-toepassingen. Waar dat precies op gebaseerd is, is niet helemaal duidelijk. Een duidelijk verschil met de View Cross is het glazen paneel, dat over de voor- en zijkant loopt. Bij de Cross zijn dat twee rechte panelen, maar de Capo X heeft een gebogen glazen paneel.
Om de twee systemen te koelen, kun je in de Capo X twee radiatoren van 360mm kwijt, en in totaal passen er dertien 120mm-fans in. De frontpaneelconnectors van het bovenste systeem zitten op de bovenkant, en die van het onderste systeem onderaan de voorkant. De kasten zijn vanaf juli in zwart of wit verkrijgbaar voor 190 dollar, tegen de 200 euro dus.
Megakasten
Het kan altijd gekker, vonden ze bij Thermaltake, want de halve stand werd ingenomen door de AX1000 TG. Mogelijk overdrijf ik iets, maar de kasten stonden zij aan zij met hun onderkasten, de AX200, en ze zijn enorm. De AX1000 TG kun je bijna zien als een soort rack op wieltjes, want hij is breed en biedt ruimte aan twee systemen (workstationborden in SSI-EEB-formaat) en maar liefst 29 fans, twee 560mm-radiatoren en 24 harde schijven.
Als je de onderkast AX200 eronder zet, heb je nog eens plaats voor negen fans, twee 560mm-radiatoren en zestien harde schijven. En om te onderstrepen dat het geen consumentenspul is, voed je de AX200 met twee (redundante) PS2-voedingen.
Redactie: Willem de Moor, Tomas Hochstenbach • Video: Mark van der Kruit • Eindredactie: Monique van den Boomen